De Bovenbazen

Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en andere hebben alles. Wanneer men niets heeft, is het mogelijk om meer te krijgen – voor dat soort is het leven eigenlijk een pretje. Maar iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. In plaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die er voor hem overblijft. Zulke stakkerds leiden een kommervol bestaan, gevuld met zorgen en kwalen – en het wordt tijd dat hun stille strijd eindelijk eens onverbloemd in het daglicht wordt gebracht.

Dit is de geschiedenis van de bovenbazen, ook wel de Bovenste Tien genoemd. Om sterker te staan tegenover de hebzuchtige wereld wonen ze in groepsverband in de Gouden Bergen, omringd door voetangels, klemmen en schrikdraad. Daar leiden ze een grauw en vreugdeloos leven dat ze spannend proberen te maken door hun bezittingen steeds opnieuw onder elkander te ruilen.

Zo kan men hier twee van het groepje in gemaakte joligheid aantreffen; Amos W. Steinhacker (die de olie en vijfnegende van de ritssluitingen bezit) en Nahum Grind van de motoren.

‘Ik weet wat,’ sprak de laatste. ‘Als jij me nu een kwart van de petroleum geeft, krijg jij alle fietsen.’

De ander haalde echter de schouders op.

‘Waarom?’ vroeg hij vermoeid. ‘Ik vind er niets aan, ng! Het hangt me de keel uit. We hebben hier met z’n negenen Alles al en hoe we ook ruilen, er komt toch niets meer bij!’