De Acht zijn niet meer te verrassen

De Holland Acht demonstreerde de nieuwe boot die goud moet brengen in Londen. De roeiers voelden het verschil nog niet.

Redacteur Sport

Amsterdam. Een apart zooitje, de roeiers van de Holland Acht. Rogier Blink vertelt hoe ze het de strikte hoofdcoach Antonio Maurogiovanni niet altijd even makkelijk maken. Als de Italiaan een trainingsvorm voorstelt, is de eerste reactie: waarom? „Als hij dan met een goed verhaal komt, doen we het. Maar ik ga niet meer op mijn kop staan omdat de coach dat zo graag wil. We laten heel veel voor onze sport. Wat ik doe, wil ik met volle overtuiging doen.”

Blink ziet het als de enige mogelijkheid op olympisch goud, komende zomer in Londen. Want wat heeft de Nederlandse acht nu voor op de twee belangrijkste concurrenten, Duitsland en Groot-Brittannië? De selectie is kleiner, het budget lager. „Maar hier doen we niet blind wat ons wordt opgedragen. We voelen in de boot altijd meer dan de coach kan zien. De mondigheid zie ik als kracht, niet als bedreiging.”

De acht demonstreert op de eerste dag van mei in de stromende regen op de Bosbaan hun nieuwe boot, mede ontwikkeld door innovatiepartner DSM. Nieuwe kunstharsen en koolstofvezels maken het oranje vlaggenschip 25 procent ‘stijver’ dan de gangbare modellen. Zo verliezen de roeiers minder energie aan vervorming van het materiaal en behouden ze snelheid, stelt Rob van Leen, innovatiedirecteur van het chemieconcern.

René Mijnders, technisch directeur van de roeibond, vermoedt een voorsprong te hebben. Maar hij weet dat ook de twee concurrenten van de acht een nieuwe boot lieten bouwen, net als de KNRB in de fabriek van de Duitse markleider Empacher. De regels van de wereldroeibond schrijven daarbij voor dat innovaties voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

De bemanning is na de training lovend, maar met mate. „Ik denk niet dat we een substantieel competitief voordeel halen uit deze boot”, zegt Matthijs Vellenga. „Het klinkt prachtig, maar we ontkomen gewoon niet aan het minimumgewicht.”

En Blink: „Het klinkt misschien lullig, maar ik voel het nieuwe nog niet. Ik zou deze naast de vorige moeten testen. Het is een beetje als met mijn smalle bekkie in de winter. Wie mij dagelijks meemaakt, merkt het verschil niet. Maar als mijn moeder me na een maand ziet, wil ze me gelijk met eten volstoppen.”

Het is de taal van ervaren roeiers die niet snel meer verrast zijn. Van de acht, met Diederik Simon (42) als nestor, heeft slechts Roel Braas (25) nog geen olympische ervaring. Goudhaantjes, noemt Mijnders zijn zware mannen. „Ik heb in jaren niet een groep roeiers van dit kaliber bij elkaar gezien. Het zijn vooral kanjers in wil. De uitdaging is van deze karakters een geoliede machine te maken.”

„We hebben veel spirit in de boot, maar soms ook een explosieve sfeer”, erkent Vellenga, die vandaag met zijn bootgenoten naar Belgrado vliegt voor de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen. „We hebben natuurlijk ook potentie. De acht van vorig jaar plaatsten zich al eenvoudig voor de Spelen. Nu is de boot op drie plekken gewijzigd, maar aantoonbaar sneller. Ik vind het prima in Belgrado met een solide race te verliezen van de Britten en de Duitsers, maar wil wel minimaal als derde eindigen.”

Vellenga won in 2004 met de acht olympisch zilver en hoorde vier jaar geleden bij de vier zonder stuurman die naar Peking vertrok als medaillekandidaat, maar verrassend werd uitgeschakeld in de halve finales. Waar hij met de vier vanuit een vast ritme de wedstrijden opbouwde, heeft de huidige acht meer vermogen, stelt hij. „We hebben ontzettend veel kracht per kilo in huis en kunnen extreme tussensprints maken. Onze power is echt een wapen.”

Het echec van Peking was niet zijn motivatie om te blijven roeien, maar Vellenga, nu vader van een tweeling, is blij nog een kans op olympisch goud te hebben. „Want ik ben in Peking niet op waarde geklopt. Dat zal me niet nog eens gebeuren.”

Het olympische zilver van Vellenga wordt in de acht overtroffen door de eerzuchtige routinier Simon – goud (1996) en twee keer zilver (2000 en 2004). De andere zes roeiers zijn ondanks hun ervaring nog zonder medaille van de Zomerspelen. Blink won ook nog nooit een wereldbekermedaille en vertelt dat met enige trots. „Op de Bosbaan lopen zoveel roeiers rond die dat wel hebben. Maar ik zit nu in de acht en zij niet.”

Ook Blink hoopt vooral op een degelijke race, komend weekend in Belgrado. De uitslag zal hem niet deren, zo lang het verschil enkele seconden is. „De basis is goed, de topvorm mist nog. We hebben een blok steen opgebouwd in de winter, nu moeten we het beeldje nog hakken. Ik denk dat we de volle tijd tot de Spelen nodig hebben, maar dat is ook niet erg. Ik hoef echt maar eens in de vier jaar te winnen van de Duitsers.”