Chen wilde zich niet laten lossnijden van eigen land

Velen dachten dat de gevluchte dissident Chen geen andere optie had dan politiek asiel in de VS. Maar volgens vrienden koos hij er bewust voor dat niet te doen.

Met zijn vlucht naar de Amerikaanse ambassade in Peking wilde de blinde mensenrechtenactivist Chen Guangcheng de aandacht vestigen van de Chinese autoriteiten en de wereld op de mishandeling van hem en zijn familie. Politiek asiel zoeken in de VS was niet zijn doel.

Via zijn vriend Hu Jia, ook een bekende dissident, had hij al laten weten dat hij in China wilde blijven om met zijn familie een „normaal en vrij leven” te leiden.

Dat hij na een verblijf van zes dagen op de Amerikaanse ambassade in China lijkt te blijven, komt voor velen als een verrassing. De christelijke mensenrechtenorganisatie ChinaAid, die betrokken is geweest bij Chens ontsnapping uit zijn zwaar bewaakte huis en omsingelde dorp, en andere mensenrechtenorganisaties dachten dat Chen geen andere optie had dan met zijn familie naar de VS uit te wijken.

„Hij was vastbesloten geen politiek asiel aan te vragen in welk land dan ook. Hij wil in China blijven om door te gaan met zijn acties voor de gewone mensen”, zei Guo Yushan in de Hongkongse krant Mingpao. Guo behoorde tot Chens helpers.

De ‘blote-voetenadvocaat’ uit de provincie Shandong, die bekend staat als een koppige doorzetter moet bij zijn keuze ook op de hoogte zijn geweest van het lot van dissidenten die naar het westen zijn gevlucht. Volgens Yang Jianli, een voormalige studentenleider tijdens de demonstraties op het Tiananmenplein in 1989, krijgen de meeste Chinese politieke vluchtelingen al snel heimwee naar hun familie, hun land en kampen ze met aanpassings-, taal- en geldproblemen. „Het belangrijkste is dat zij een deel van hun identiteit kwijtraken omdat zij zijn afgesneden van hun zaak en hun strijd”, schrijft Yang op zijn blog. Yang, nu een hoogleraar politieke economie en wiskunde in de VS, kan het weten. Hij vluchtte naar de VS in 1990 om in 2002 terug te keren. In China werd hij gearresteerd om pas in 2007 weer vrijgelaten te worden na geheime diplomatie van de toenmalige Amerikaanse vicepresident Cheney.

Yang behoort na jaren in Chinese gevangenissen te hebben gezeten tot de meer succesvolle vluchtelingen, hoewel zijn organisatie voor democratisering van China onbekend is gebleven. Dat geldt niet voor ChinaAid, de christelijke mensenrechtenorganisatie die zich al jaren lang inspant voor Chen Guangcheng en andere dissidenten, onder wie Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo.

Oprichter Bob Fu uit de provincie Shandong was ook een van de leiders van de Tiananmendemonstraties in Peking. Na de gewelddadige onderdrukking van de protesten bekeerde Fu zich tot het christendom en stichtte hij in Peking een zogeheten ondergrondse huiskerk. Hij gaf ook Engels aan de Centrale Partijschool in Peking. „Ik was een dubbelagent van God”, zei hij in een gesprek met The Washington Times.

In 1996 vluchtte hij naar de VS, studeerde daar theologie, werd dominee en zette ChinaAid op. Deze organisatie treedt in de VS ook op als belangenbehartiger van in China verboden organisaties als de Shouwangkerk in Peking en Shanghai en de Linfengkerk in centraal China.

Dat zijn kerken die steeds meer aanhang winnen, want het christendom in China is in opmars. De officiële schatting is dat er nu 25 miljoen christenen zijn, officieuze schattingen komen zelfs uit op meer dan 120 miljoen.

Volgens The Washington Post is dominee Bob Fu uit Midland, Texas, een van de meest gezaghebbende stemmen in het Amerikaanse Congres als het gaat om mensenrechten in China, vooral de vrijheid van religie. Fu steunde Chens campagnes tegen gedwongen abortussen en sterilisaties en andere uitwassen van de Chinese bevolkingspolitiek. Of Chen dit soort werk kan voortzetten, was vandaag nog niet duidelijk.