Wilders zal in VS alleen staan

Toen in 2010 over een islamitisch centrum bij Ground Zero gesproken werd, laaiden de emoties hoog op. Vandaag, als Wilders New York bezoekt, is daarvan niets meer te merken.

Correspondent Verenigde Staten

Washington. Geert Wilders treft vandaag een ander Amerika aan dan twee jaar geleden, toen hij succesvol mee wist te deinen op de golven van nationale verontwaardiging over de bouw van een islamitisch centrum in New York, dichtbij Ground Zero. „Het islamdebat is grillig. Je stuurt het niet in Amerika, ook Wilders niet”, zegt politicoloog Mohamed Younis. „Het was jarenlang een gevoelig thema. Het debat laait hier alleen op bij incidenten, de rust van de laatste paar jaar heeft de interesse bij het publiek verkleind. Wilders zal het nog lastig krijgen om zijn boek hier te verkopen.”

PVV-leider Wilders presenteert in New York naar verwachting zijn boek Marked for death – Islam’s war against the West and Me. Het is bedoeld om een Amerikaans publiek te wijzen op de gevaren van de islam. Hij waarschuwt voor een groeiend conflict in Amerika tussen „vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting”.

Younis verwacht er niet veel van. Hij werkt als analist bij onderzoeksbureau Gallup in Washington. Hij bouwde in het verleden kleine islamitische jongerenorganisaties op in San Francisco en werd door de regering-Obama naar Europa gestuurd om de verschillen tussen de islam in Europa en de VS te onderzoeken.

Amerikaanse moslims als Younis zijn, zegt hij zelf, veel minder in het defensief dan geloofsgenoten in West-Europa. Ze zijn beter georganiseerd dan Europese moslims, hebben betere banen en weigeren vaker in gesegregeerde wijken te wonen. Younis: „Het is te vroeg om te zeggen dat we weer op het niveau van voor 9/11 zijn, maar de emoties zijn duidelijk wat bedaard.” Er klinkt in de woorden van Younis trots door op de religieuze tolerantie in zijn land, een beeld waar Amerikanen graag mee pronken.

Maar zeker is dat de hitte van het islamdebat in Amerika de laatste paar jaar afgekoeld is. De publieke opinie laat zich volgens Younis het best omschrijven als ‘onverschillig positief’. Deze keer blijft rumoer over Wilders voorlopig uit. Marked for death krijgt nog geen aandacht in de reguliere Amerikaanse pers en wordt alleen hier en daar op internet aangekondigd. Niets wijst erop dat het boek iets zal losmaken in de VS.

Nog maar twee jaar geleden werd Wilders – dankzij zijn invloedrijke vrienden Robert Spencer (theoloog van Jihad Watch), Pamela Geller (blogger) en David Horowitz (neoconservatief) – een spilfiguur in het islamdebat, dat juist toen een kookpunt bereikte. Nadat plannen bekend werden gemaakt om een islamitisch centrum een paar straten te vestigen van Ground Zero, ontstond een grote anti-islamitische protestbeweging. Tea Party-activisten riepen op moskeeën te sluiten. Een dominee in Florida riep op korans te verbranden – een jaar later bracht hij het in praktijk. In Tennessee werd brand gesticht in een moskee. Nog maar 45 procent van de Amerikanen dacht positief over de islam.

De affaire rondom de ‘Ground Zero Mosque’ was het begin van een gecoördineerde anti-islambeweging in de Verenigde Staten. Wilders sprak op Ground Zero, scandeerde ‘Hier geen moskee!’ en kreeg uitgebreide media-aandacht. De bouw van het centrum gaat overigens gewoon door, al zal het in een kleinere vorm zijn dan aanvankelijk gepland. Nog altijd is de anti-islambeweging goed georganiseerd. Volgens gegevens van het linkse Center for American Progress drijft de beweging op „een kleine groep van conservatieve stichtingen en rijke donoren”. In verschillende staten proberen groepen met politieke acties verspreiding van de shari’a via wetten tegen te gaan. Hier en daar zijn ze succesvol.

Dat wil niet zeggen dat de publieke opinie volgt. Een kleine meerderheid (54 procent) van de Amerikanen denkt nu positief over moslims. Een belangrijke graadmeter is de stemming in de Republikeinse partij. Tijdens de twintig debatten tussen de presidentskandidaten ging het nauwelijks over de islam. Mitt Romney, die de nominatie zo goed als binnen heeft, noemde de islam eind vorig jaar „niet inherent gewelddadig”. „De moslims die ik ken, zijn vredelievend en patriottisch.”

Imam Naeem Baig, bestuurslid van de conservatief-islamitische beweging Islamic Circle of North America (ICNA) in New York, merkt dat de houding van het Amerikaanse publiek ten opzichte van de islam is veranderd. ICNA wil Amerikanen „bewust maken van islamitische waarden en de angst voor de shari’a wegnemen”, zegt hij door de telefoon. „De tijd was er eerst niet naar, wij moslims waren bang in eigen land.”

Inmiddels mengt ICNA zich in het publieke debat: Baig organiseert in het hele land zogeheten shari’a-bijeenkomsten, waar uitgelegd wordt wat islamitische wetgeving volgens de organisatie betekent. Baig: „In Amerika betekent dat vooral dat gedragsregels moeten worden nageleefd. Vrouwen moeten hun hoofd bedekken, mannen een goede vader en echtgenoot zijn. Uitdelen van straf hoort volgens de shari’a alleen in overwegend islamitische landen.” Het Amerikaanse publiek haalt de schouders op. Bij enkele tientallen bijeenkomsten zijn maar bij twee kleine groepjes demonstranten te zien.