Wij bepalen wel of je een kind mag krijgen

Hulpverleners pleitten onlangs voor gedwongen anticonceptie voor verslaafde vrouwen. Wie mag zich voortplanten?

Elsje Jorritsma

Redacteur Jeugd&Gezin

De gedachte dat sommige ouders geen kinderen moeten krijgen, is niet nieuw. Het gaat om mensen die zo verslaafd, psychisch ziek of verstandelijk beperkt zijn – of alle drie – dat hun kinderen acuut gevaar lopen. De meest indringende vraag is of je hun kunt verbieden om kinderen te krijgen als ze zelf de risico’s niet zien. Gedwongen anticonceptie dus, of sterilisatie.

Het is met dit onderwerp net als bij veel rechtszaken: als je het ene standpunt hebt gehoord, denk je dat daar niets zinnigs tegenin te brengen is. En als je vervolgens de andere kant hoort, denk je hetzelfde. En uiteindelijk overheerst opluchting dat je de rechter niet bent. Of de wetgever.

Neem de voorstanders. Een aantal van hen pleitte onlangs publiekelijk voor gedwongen geboortebeperking. Het zijn hulpverleners uit de verslaafdenzorg en de jeugdzorg. Jaar in jaar uit zien ze mensen langskomen die absoluut niet voor zichzelf kunnen zorgen en toch denken dat ze de zorg voor een zuigeling aankunnen. Verslaafde moeders zonder vaste verblijfplaats die een baby ter wereld brengen. Omdat ze te chaotisch zijn voor enige vorm van planning. Of omdat ze echt denken dat het dit keer wel lukt – nadat er al drie kinderen bij de geboorte zijn weggehaald. Sjef Czyzewski is directeur van de in verslaafdenzorg gespecialiseerde Bouman GGZ in Rotterdam en hij ziet er jaarlijks enkele tientallen langskomen. Vaak voor de zoveelste keer, en na intensieve ontmoediging.

Er is steeds beter bekend wat verslaafde ouders hun kinderen meegeven. Altijd: een sterk verhoogde kans op latere verslaving van het kind. Vaak, als de moeder tijdens de zwangerschap gebruikt: forse schade aan de hersenen. Onmiddellijke uithuisplaatsing voorkomt alleen dat de baby’s sterven van verwaarlozing.

Erik Gerritsen, directeur van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, ziet ook de ouders met verstandelijke beperkingen of psychische problemen. Genoeg zwakbegaafden zijn redelijk in staat tot het veilig grootbrengen van een kind, met hulp. Maar een grote meerderheid kan het niet zo goed en de helft echt niet. Het is ook voorstelbaar. Vraag de gemiddelde ouder na maanden gebroken nachten en dagen huilen-want-tandjes maar eens of ze wel eens de neiging tot hou-nou-eens-een-keer-óp!-rammelen hebben gehad. Of denk aan het vereiste inlevingsvermogen als je kind gepest wordt op school, aan het belang van verjaarspartijtjes, of van gezond eten.

Ook de organisatie van Gerritsen besteedt veel aandacht aan ontmoediging. Maar sommige ouders laten zich ontmoedigen noch steunen. En de enkele tientallen „extreem onmachtige ouders” moeten geen kinderen krijgen.

Gerritsen ziet niets in het verwijt dat hij hele groepen stigmatiseert. „Er zijn grote verschillen in wat zwakbegaafde ouders kunnen opbrengen, en in hun omgeving.” Bovendien is het de vraag wat zwaarder moet wegen. Een stigma of de veiligheid van het ongeboren kind.

We durven geen onderscheid meer te maken, zeggen beiden. Ja, iedereen heeft dezelfde grondrechten, maar nee, niet iedereen is zelfredzaam. Als je niet voor jezelf kunt zorgen, kun je ook geen kind opvoeden. En het kind heeft ook rechten. Op een gezonde start en een veilige omgeving. Als dat ontbreekt, kunnen ze beter niet geboren worden.

Czyzewski begint er zo langzaamaan een hekel aan te krijgen dat mensen dit probleem theoretisch bekijken, vanuit een ivoren toren. Mensen moeten bereid zijn de praktische werkelijkheid onder ogen te zien. En of ze dan graag tijdelijk hun ideologische of religieuze denkraam thuis kunnen laten. „De politiek kan niet langer wegkijken”, zegt Czyzewski.

En dan zijn er de tegenstanders. Zij zijn verontwaardigd dat het onderwerp überhaupt weer aan de orde is. Hoe zit het met de mensenrechten? Internationale verdragen? De wet? Iedereen heeft dezelfde grondrechten. Ook mensen die verslaafd zijn, of niet zo slim. En een van de belangrijkste daarvan is het recht op lichamelijke integriteit, zegt Gert van Dijk, medisch ethicus aan het Erasmus Medisch Centrum en verbonden aan medisch genootschap KNMG. „Deze mensen hebben niets fout gedaan, dus mag je ze ook niet opsluiten.” Deze fundamentele mensenrechten kun je niet zomaar terzijde schuiven.

Zeker niet als de basis zo wankel is. Want volgens Van Dijk is er geen betrouwbaar onderzoek naar de groep waar het om gaat: hoe groot is die, welke mensen zijn het, hoe zijn ze begeleid, kan dat beter, wat is effectief ontmoedigingsbeleid?

Als voorbeeld van wankele informatie noemt hij een vaak aangehaald rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, over kinderen die sterven door mishandeling. Maar de meesten van die ouders waren wilsbekwaam en waren niet in beeld bij hulpverleners. De dader was bovendien vaak de gewelddadige stiefvader.

Corine de Ruiter, forensisch psycholoog aan de Universiteit Maastricht, gaat nog een stap verder. Bij recent onderzoek dat ze heeft gedaan naar de meldpunten voor kindermishandeling is ze erg geschrokken van het gebrek aan professionaliteit in de jeugdzorg. Bij de behandelaars – te jong, niet goed opgeleid in risicoanalyse, onderbetaald, overbelast – en in het systeem – volkomen versnipperd zodat niemand het overzicht heeft of een passend gevoel van verantwoordelijkheid, en moeilijke gevallen heen-en-weer worden geschoven.

Er staat niet voor niets een ingrijpende herziening van de jeugdzorg op stapel, zegt De Ruiter.

De ‘tegenstanders’ maken zich ook zorgen over de harde toon van het debat. Uit het gemak waarmee hun mensenrechten terzijde worden geschoven, blijkt weinig respect, zeggen ze. Er zijn nu eenmaal mensen die zichzelf niet zonder hulp kunnen redden, vrij veel zelfs: 15 procent van alle mensen valt in de categorie licht verstandelijk gehandicapt, met een IQ tussen de 50 en 85. Maar zelfredzaamheid is het motto. En voorzieningen als sociale werkplaatsen en speciaal onderwijs verdwijnen.

En dan is er natuurlijk ook nog hét argument: de glijdende schaal van de overheid die bepaalt wie zich mag voortplanten. Vandaag de verslaafden en zwakbegaafden, morgen de alleenstaande ouders? Hun kinderen hebben immers ook een verhoogde kans op een criminele loopbaan.

Gert van Dijk wil niet eens praten over de vraag of, als alles goed onderzocht is, gedwongen anticonceptie ooit een optie zou zijn. „Daar zijn we nog lang niet.” Bovendien: moeten de kinderen niet geboren worden, óf na hun geboorte beter worden opgevangen? Een fundamenteel recht om niet geboren te worden bestaat niet.