Waarom wordt de zeehond gedood met een knuppel?

De zeehondenjagers in Canada mogen dit seizoen 400.000 zadelrobben doden voor bont en vlees. De meeste worden doodgeknuppeld, een deel geschoten. „Waarom doodknuppelen?”, vraag Henriette van der Waal uit Amsterdam. „Zijn er geen andere (diervriendelijkere) manieren om ze van hun leven te beroven?”

Doodknuppelen is veruit het efficiëntst. Eén slag op het hoofd met de zogenaamde hakapik (een knuppel met een haak) en het dier is in principe dood. Zeker op een grote ijsvlakte waar tientallen jonge, naïeve zeehonden gewoon blijven zitten, kunnen jagers ‘rustig’ om zich heen slaan.

De voordelen van doodknuppelen zijn groot: er zijn geen patronen nodig en de huid blijft mooi. Ook staat de jager bij het knuppelen dichter bij het dier, waardoor hij het makkelijk nog eens kan proberen als het dier niet direct dood is.

Een geweerschot is nodig als de zeehond zich op lastig bereikbare plekken bevindt zoals een kleine ijsschots. Mikken is dan een hele kunst, want alles wiebelt: de boot, de ijsschots, het dier. En raak je het dier half, dan duikt het uit angst vaak onder het ijs en valt het in de categorie ‘struck and lost’.

Alle methodes zijn wreed, maar doodknuppelen geeft misschien het minste lijden, zegt Rikkert Reijnen, woordvoerder van het International Fund for Animal Welfare (IFAW). Deze manier voldoet het best aan de regel die de Canadese overheid voor de zeehondenjacht heeft gesteld: jagers moeten ernaar streven de prooi met één kogel of slag te doden.

Toch gaat ook knuppelen vaak mis, zegt Reijnen. Elk jaar in maart, als de zeehondenjacht weer begint, vliegen helikopters van het IFAW boven de jagers om ze te filmen. „De jagers proberen het netjes te doen als ze ons zien, maar dat lukt toch zeker niet altijd. Zo hebben we geknuppelde zeehonden uren later nog levend aangetroffen. Soms ontsnappen ze onder het ijs en sterven daar een langzame dood. En in een enkel geval trekken de jagers de zeehond minutenlang lang aan de hakapik over het ijs en dat terwijl de staart nog klappert.”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl