Superieure vruchten van een vegetarisch dieet

Het boek Fatsoenlijk eten van Karen Duve, over een bekering tot het mijden van vlees, bevestigt dat vleeseters in de verdediging zijn als hopeloze zondaars tegenover een groeiende ideologie.

‘Kun je niet een keertje over je schaduw heen springen?”, had haar moeder gevraagd toen ze op de menukaart zocht naar een veganistisch gerecht. Haar vader wierp haar over de menukaart een vermoeide blik toe. Wanhopig zocht ze door. De asperges kan ze niet eten, want in hollandaisesaus zit veel boter en ei. En asperges zonder hollandaisesaus, dat is „als een Mercedes zonder ster, als seks zonder liefde”, vindt ze. Getergd doet haar moeder nog een suggestie: „En ham. Mag je dan tenminste niet een broodje ham?”

In dit komische tafereel, dat de Duitse schrijfster Karen Duve (49) voorlas uit haar roman Fatsoenlijk eten, is de vleesweigeraar nog in de verdediging. Maar dat is allang niet meer zo, erkende ze ook zelf bij een presentatie voor het Genootschap Nederland Duitsland op de Duitse ambassade. Vlees weigeren past in de tijdgeest en in Duitsland houden ze van een strakke moraal. Met de natuur als romantische ideaalharmonie, geschonden door de mens. Het zijn nu de vleeseters die steeds vaker de behoefte hebben om zich te verantwoorden. Met het nuttige effect dat de kooitjes van kippen en kisten van kalveren iets groter worden.

Maar voor Duve, die de Nederlandse vertaling van haar boek afgelopen week op de Duitse ambassade presenteerde, is dat niet genoeg. Na tien maanden experimenteren met biologisch, vegetarisch, veganistisch en zelfs fruitarisch (alleen vruchten van planten) eet ze nog zelden een stukje vlees. Eerder leidde de romanschrijfster een rommelig bestaan. Als taxichauffeur leefde ze van drop, braadworst, frikandellen en kant-en-klaar gebraden kippetjes. Het boek loopt al goed in Duitsland en is nu vertaald. Het is een nieuwe bekeringspoging, na de roman Dieren eten van Jonathan Safran Foer.

Dierenliefde, daar kan vrijwel iedereen zich in vinden, van de PVV tot en met de SP, van de voorpagina van De Telegraaf tot en met Natuurmonumenten. Er zijn veel nobele motieven om geen vlees te eten. Behalve het dierenleed is er de verspilling van broeikasgas en van landbouwproducten. En een eigen dieet geeft voldoening. Hele godsdiensten ontlenen aan dieetregels hun groepsbinding en morele superioriteit. Je voelt je niet gezonder, maar wel beter, beter dan de anderen. Je weigert iets waar de anderen, arme zondaars, op aanvallen. Driekwart van de mensen is tegen de bio-industrie en toch kopen de meesten kotelet, barbecuen ze met Koninginnedag. Na jaren zoeken heeft Duve een levensmissie als deeltijdvegetariër gevonden. „Ik had voorheen geen ander waardensysteem”, zei ze in de Frankfurter Allgemeine.

Het aardige is dat ze in grappige dialogen met haar strenge huisgenote ook wijst op ongerijmdheden van vlees weigeren door de mens. Dieren martelen elkaar ook, als ze elkaar op willen eten. Duve beschrijft de vrijgelaten orka die een walvisbaby een half uur lang onder water duwt om hem te doden. Dieren hebben ook gevoel, net als de mens. Ze zijn gelijk aan mensen.

Maar volgens Duve moet toch de mensenmoraal over vlees superieur zijn? Dat duidt op ongelijkheid. Haar morele redeneringen zijn niet sluitend. Consequent wil Duve ook niet zijn, want ze staat erop dat ze geen Prinzipienreiter is. Vlees begint te lijken op een drug.

Duve leeft in Brandenburg met haar muildier, katten en drie kippen, waar ze de eieren van eet. Op drie hoog achter kan dat niet, laat staan dat er geld is voor verantwoord vlees. Voedsel wordt wereldwijd schaarser en er komt een tijd dat ook industrieel vlees hier weer luxe is.

Nu is vlees mijden een elitesport. Superieur wijs ik het zondige genot af van de petitfours met bloedige tartaar die na Duves aanklacht door de Duitse ambassade worden aangeboden. Misschien was het een test.