Spelen in een verhaal zonder tekst

Pieter Wispelwey is cellist.Komende maand speelt hij in Korea en China.

Hij beveelt aan: de Zes Suites voor cello solo (1717-1723) van Johann Sebastian Bach.

„De keuze is makkelijk. Bach is de grootste componist en hier heb je drie uur cellomuziek van hem! Niemand van de grote componisten heeft zo veel voor de cello geschreven. Ik heb de suites misschien al duizend keer uitgevoerd. Ik ben ze altijd verder aan het uitbenen, verder aanscherpen. En altijd weer de spiertechnische hoekjes afstoffen. Het is heerlijk een concert met één componist te geven, dan wordt stijl een echte taal. Alleen met Beethovens vijf sonates kan dat ook. In september verschijnt mijn derde complete opname van de suites.

„Ik lees er vaak musicologische boeken over, maar Bach komt bij mij alleen in beeld als ik speel: als de snaren knisperen en de strijkstok borstelt. Het is een reis door landschappen. Sommige zijn dichtbevolkt, in andere staat alleen een kale boomstam. Ik zie de suites ook als een groot paleis met 36 kamers waar doorheen ik mag dwalen.

„De suites worden vaak de Bijbel voor cellisten genoemd, maar dat klinkt zo vreselijk versteend. De kracht is juist de enorme vitaliteit. Je kunt er alles in vinden, het is net zo multi-interpretabel als de Bijbel. Dat wel. Ieder interval betekent iets. In muziek van Bach komt alles terug. Die man schreef zoveel, het vloog zijn pen uit. Hij behandelde alles met muziek. Als zijn pen het papier raakte, klonk van alles mee.

„Neem de Allemande uit de Zesde Suite, dat is normaal een kalme en beheerste rijdans. En deze is ook nog geschreven in de uitgebalanceerde en koninklijke toonsoort D groot. Maar hier is alles anders. Het is een traag en verkeerd tempo, het loopt niet. Het is echt niet dansbaar. Het klinkt als een prevelend gebed, een heel intiem statement. Er gebeuren ijselijke dingen. Op een gegeven moment gaat de bas naar beneden. Steeds verder en verder tot hij niet verder kan: de C-snaar van de cello. Dat moment! De symboliek schreeuwt je toe. Doodgelopen. Tot stof weder gekeerd. Een zwart gat. Stilte met slechts het ruisen van een zeis. Bach kan alleen verder door een octaaf omhoog te gaan, hij trekt zich uit die put.

„En het volgende deel? De Courante van de Zesde is juist vol klatergoud en pret. Je speelt echt in een verhaal zonder tekst.”