Sector beeldende kunst wil ook weer lage btw

Beeldend kunstenaars en galeries komen in actie tegen het politieke besluit om de verhoogde btw alleen terug te draaien voor de podiumkunsten en niet voor beeldende kunst. Zij vinden het oneerlijk dat de sector beeldende kunst vanaf 1 oktober dit jaar een tweede btw-verhoging te wachten staat (van 19 naar 21 procent), terwijl de podiumsector teruggaat van 19 naar 6 procent.

Beeldend kunstenaars zijn een internetpetitie begonnen op www.btwopkunstnaar6.petities.nl. De Nederlandse Galerie Associatie (NGA) en verscheidene individuele galeriehouders hebben brieven geschreven aan de Tweede Kamer. Volgens de NGA ondervindt de verkoop van hedendaagse kunst inmiddels „verstrekkende negatieve gevolgen” door de btw-verhoging van 6 naar 19 procent die het kabinet-Rutte vorig jaar doorvoerde.

De galeriehouders Martin van Zomeren en Annet Gelink wijzen erop dat de concurrentiepositie van Nederlandse galeries in Europa sterk is aangetast. In veel andere landen geldt een laag btw-tarief op kunstvoorwerpen. In Duitsland is het tarief 7 procent, in Frankrijk 5,5 procent, in Oostenrijk 10 procent en in België 6 procent.

De vakbond FNV Kiem vindt dat de partijen die vorige week het nieuwe begrotingsakkoord sloten, „geen half werk” moeten leveren. „De Kunduz-coalitie moet haar karwei afmaken en de gehele btw-verhoging op cultuur schrappen, dus ook op de beeldende kunst”, zegt bestuurder Caspar de Kiefte.

De totale btw-verhoging op cultuur was door het kabinet-Rutte ingeboekt voor 100 miljoen euro. De btw-verlaging voor de podiumkunsten kost 48 miljoen. Volgens Tweede Kamerlid Boris van der Ham (D66) was het „politiek niet haalbaar” om ook de btw voor beeldende kunst te verlagen. „Maar die wens zit wel in ons achterhoofd.” Tot 11 mei wordt volgens Van der Ham nog naar het bezuinigingspakket gekeken. „Mocht de btw voor beeldende kunsten definitief niet verlaagd worden, dan kan dit onderwerp een rol krijgen in de verkiezingscampagnes.”