Schrijvend zoeken, uitproberen – dat is het idee van een essay

Deze week een extra ‘spoedcursus’, over het schrijven van een essay. Ter gelegenheid van twee essaywedstrijden, uitgeschreven door NRC’s ochtendkrant nrc.next.

De eerste ‘essai’-bundel’ uit de geschiedenis, van Michel de Montaigne, uit 1580.

Het essay is niet het allerbekendste literaire genre – wel het spannendste. Vier tips van essayist Louis Stiller voor het schrijven van een essay.

1. Zet je essayradar aan – en gaan

Zoals nieuwbakken Opel Tigra-rijders plotsklaps overal Opel Tigra’s om zich heen zien, zo leer je als essayschrijver in alles een essayonderwerp te zien. Aan alles kun je immers een beschouwing wijden. Van de overvolle schappen van een Texaco-shop tot het ondergelopen toilet van een internationale trein:alles kan een essay worden. Kijk naar de onderwerpen waarover essay-aartsvader Michel de Montaigne meer dan vierhonderd jaar geleden schreef. Over de waarde van vriendschap. Over het nut van kannibalisme. Mogen artsen fouten maken? Allemaal prikkelende essays – toen en nu. Alles, werkelijk alles kan je bestemming zijn als je eenmaal je essayradar hebt aangezet.

2. Zoek het lampje – ’t moet ergens zijn

De kern van elk essay is een idee, een gedachte. Oei. Niks oei, want dat briljante idee hoeft niet eens zo heel briljant te zijn. Bovendien hoef je dat misschien-niet-eens-zo-briljante idee ook niet meteen te formuleren. Een essay is namelijk een probeersel. Daar komt het woord ook vandaan: essaier – proeven, of uitproberen. Je hoeft dus niet iets meteen te vinden, een mening te hebben, je mag gaan zoeken. Al schrijvend zoeken – dat is het idee van het essay. Naar het nut van jaloezie bijvoorbeeld. Of het belang van betonpaaltjes. Dat hoeft niet in een keurige rechte lijn, zoals bij papers, scripties en proefschriften. Bij een essay mag je ook verdwalen en terugkeren op je schreden. Als je maar op zoek blijft naar dat lampje in de verte. Die misschien-toch-wel-briljante gedachte die je wangen doet gloeien.

3. Durf de weg te vragen – aan jezelf

Essayschrijven is: reizen zonder kaart. Je begeeft je op gevaarlijk terrein, waar nooit eerder iemand kwam. In ieder geval niet op deze manier. Hoe voorkom je dat je in cirkeltjes rondloopt en nimmer op de interessantste plekken aankomt? Door vragen te stellen. Niet aan je bijrijders of medepassagiers – die heb je namelijk niet (zie tip 4) – maar aan jezelf. Zo kom je iets op het spoor. Een scherpe beginvraag kan dit hele proces danig versnellen. Waren de goden kosmonauten? Is het beheersen van vuur de sleutel tot beschaving?

Komt er geen vraag bij je op? Schiet dan met een schot hagel. Stel vragen volgens de journalistieke methode: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waarmee en hoe? Streep weg wat niet interessant of voor de hand liggend is. Onderstreep de beste vragen en antwoorden. Vraag vervolgens door: laat de ene vraag de andere uitlokken. Of beter gezegd: laat elk antwoord op een eerdere vraag een nieuwe vraag uitlokken. En zo kom je uiteindelijk bij je meer-of-minder-briljante idee uit. Bijvoorbeeld dat niet alleen alle wegen naar Rome leiden, maar ook ervandaan.

4. Wees altijd jezelf – ja, jij

Een essay heet in het Engels personal essay. En dat is niet alleen om dit soort teksten te onderscheiden van wetenschappelijke essays of journalistieke columns maar vooral omdat persoonlijke ervaringen de belangrijkste bron van elke essayschrijver zijn. Jouw geschiedenis, gedachten, zorgen en associaties staan centraal. Onderzoek je brein alsof je op een onbekend eiland bent beland. Wat betekent vriendschap eigenlijk voor jou? Zou jij als arts ook geen fouten maken? Hoe zou het zijn als je mensenvlees zou moeten eten?

Onderzoek alles eerlijk, scherp en diepzinnig en schrijf het geheel uit in jouw eigen stijl. Neem ons mee, scheep mij in op je ontdekkingsreis.

Zie ook: het boek Essays schrijven van Louis Stiller en augustus.nl/schrijfbibliotheek.asp Louis Stiller (1959) is journalist, schrijver, hoofdredacteur en uitgever.