Pygmeeën zijn klein door goede afweer

Meerdere genen maken pygmeeën klein. Genetici hebben tientallen genvarianten ontdekt die vaker onder pygmeeënvolken voorkomen en die samenhangen met hun geringe lengte. De genen zijn vooral betrokken bij het immuunsysteem en de stofwisseling. Dat pygmeeën er klein door blijven is waarschijnlijk een bijverschijnsel, schreven de onderzoekers donderdag in het wetenschappelijke tijdschrift PloS Genetics.

De beroemdste pygmeeën leven in het tropische hart van Afrika, in Congo en Kameroen, maar pygmeeënvolken komen over de hele wereld voor, van de Filippijnen tot aan Australië en Zuid-Amerika. Wanneer de mannen gemiddeld korter zijn dan anderhalve meter, bestempelen antropologen een volk als pygmee.

Er zijn al veel verklaringen voor de dwerggroei van pygmeeën geopperd. Kleine mensen zouden de vochtige hitte van een tropisch regenwoud beter verdragen, of met minder voedsel toe kunnen.

De resultaten van de onderzoekers wijzen echter in een andere richting. Voor hun onderzoek namen zij bloedmonsters af bij 132 Kameroense pygmeeën en bij naburige Bantu-volken, van normale lengte. De genvarianten die pygmeeën onderscheiden van hun langere buren liggen vooral in de buurt van genen die het immuunsysteem en de stofwisseling beïnvloeden.

Zo lag één van de afwijkende pygmeevarianten in de buurt van het CISH-gen. Van dit gen is bekend dat het de gevoeligheid voor infecties met bacteriën en de malariaparasiet beïnvloedt. En: muizen waarin de activiteit van CISH kunstmatig wordt verhoogd blijven piepklein. De ongewone immuungenen zijn waarschijnlijk onmisbaar in de tropen, schrijven de onderzoekers, omdat parasieten en ziekteverwekkers hier veelvuldig voorkomen.

Een duidelijke conclusie over de genen die de stofwisseling beïnvloeden hebben de onderzoekers niet. Het leven van een pygmee is kort: weinig worden ouder dan 25 jaar. Het is daarom zaak snel volwassen te worden en kinderen te krijgen. Maar of de andere stofwisseling hier direct verband mee houdt is onduidelijk.

De huidige pygmeeën bleken naast typisch pygmeeën-DNA, ook DNA van Bantu-sprekende volkeren te dragen. In de loop van duizenden jaren hebben kort en lang zich dus toch vermengd, concluderen de onderzoekers.