Osama bin Laden één jaar dood. Al-Qaeda springlevend

Illustratie NRC / Koen Smeets

Vannacht is het precies één jaar geleden dat Osama bin Laden omkwam in een vuurgevecht met Special Forces. President Obama voorspelde destijds de aftocht van Al-Qaeda. Het liep anders, de organisatie is ongrijpbaarder en gevaarlijker dan ooit.

Politiek gezien was de dood van Bin Laden een enorme overwinning. Na een klopjacht van een decennium, konden de aanslagen van 11 september 2001 eindelijk vergolden worden. Op het eerste gezicht ook een operationele overwinning. Bin Ladens administratie wees uit dat hij vanuit provinciestad Abbottabad terreurcellen instrueerde, benoemingen deed en plannen mandateerde.

Ook kwam hiermee een einde aan Bin Ladens videoboodschappen. Tom Donilon, Obama’s veiligheidsadviseur, merkte op dat Ayman al-Zawahiri als opvolger niet serieus te nemen is. “Hij komt niet in de buurt van de leider die Bin Laden was.” Voor de geestelijke nalatenschap van Bin Laden hoefden we volgens opiniepeiler Pew Research evenmin te vrezen. Het draagvlak voor zijn acties zou sinds 2003 drastisch afgenomen zijn. Van zeventig tot dertig procent in Palestijnse gebieden. Pakistan, Indonesië en Jordanië vertoonden eenzelfde trend. Alleen in Nigeria bleef de helft van de bevolking Bin Laden goedgezind. Bij leven raakte de Al-Qaeda-voorman dus al uit de gratie.

Revoluties hebben staten verzwakt

Ondertussen namen gewone burgers in islamitische gebieden het heft in eigen hand. Met opstanden tegen dictatoriale regimes kwamen zij op voor waardigheid, rechtvaardigheid en zelfbestuur. “Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen door Bin Laden te doden met een kogel”, schreef de invloedrijke, Amerikaanse opiniemaker Thomas Friedman op 3 mei 2011. “Nu hebben moslims de kans om hetzelfde te doen met het ‘Bin Ladisme’. Niet met een kogel, maar met echte verkiezingen, een echte grondwet, echte politieke partijen en een echt progressieve politiek.”

Dat deden ze. Een proces dat zijn vruchten afwierp. In Tunesië, Egypte, Jemen en Libië zijn dictators ten val gebracht, overgangsregeringen ingesteld en soms al verkiezingen uitgeschreven. In Libanon, Jordanië, Oman, Koeweit en Marokko schikten machthebbers uit angst voor de volkswil wat in. Democratie won als bestuursvorm terrein van dictatuur. Dat is toe te juichen. Keerzijde is echter dat al die opstanden de staten ook verzwakt hebben. Democratie of niet, volgens de Wereldbank behoren vele revolutiestaten nu tot de slechtst presterende overheidsstelsels.

Daar spint juist Al-Qaeda garen bij, meent Seth Jones. “Het ontbreekt zwakke staten aan bureaucratie en institutionele structuren om recht te spreken, orde te handhaven en diensten goed te laten functioneren.” Jones is als politiek wetenschapper verbonden aan de gerenommeerde denktank Rand Corp en was adviseur van de US Special Operations Command, een aansturingsdienst van het Pentagon. In het tijdschrift Foreign Policy ontkracht hij de politieke wensgedachte dat terrorisme afneemt naarmate staten democratischer worden en terreurleiders minder populair. “Al-Qaeda heeft geen publieke steun nodig om bloederig op te treden”, schrijft hij. Wel gaat de organisatie volgens hem symbiotische relaties aan met lokale groepen die legitimiteit nastreven.

Die relaties zijn soms voor de hand liggend, zoals met de Talibaan in Afghanistan. En soms complex, zoals in Iran. De sjiitische Ahmadinejad houdt de soennitische Al-Qaeda-leden kort, want zij vormen ook voor zijn regime een bedreiging. Maar qua buitenlandpolitiek deelt hij met Al-Qaeda een strategisch belang. “Iran houdt Al-Qaeda-leiders waarschijnlijk op haar grondgebied als een daad van verdediging”, aldus Jones. Tekenend is dat al-Zawahiri een ondergeschikte kapittelde toen deze sjiitische moslims beschimpte. Als het om strategische belangen gaat wil zelfs een Al-Qaeda-leider marchanderen met principes.

Eén grote aanslag zet Al-Qaeda weer op de kaart

Het aantal aanslagen van Al-Qaeda en gelieerde groepen is sinds de dood van Osama bin Laden zelfs toegenomen, weet Jones. Alleen al in Irak vielen de afgelopen twaalf maanden meer dan duizend doden bij tweehonderd aanslagen. Onder leiding van al-Zawahiri wordt ook samengewerkt met andere terreurgroepen, zoals het Pakistaanse Tehrik-i-Taliban en de Nigeriaanse Boko Haram.

Al-Qaeda moet het ook en vooral hebben van individuen en groepen met wie ze geen direct contact heeft, maar wel kan inspireren. Jones vermoedt dat de top van Al-Qaeda vooral bezig is met uit handen blijven van de autoriteiten en daarom zijn zinnen heeft gezet op vage fusies en autonome cellen. Het wachten is op één grote aanslag en Al-Qaeda staat weer op de kaart. Al-Qaeda overleeft als organisatie omdat ze zich nauwelijks organiseert.

De ongelukkige realiteit is dat de Arabische Lente staten heeft verzwakt, besluit Jones. En dat de malaise die daaruit voortkomt wederom terrorisme aanjaagt. “Drones en speciale troepen kunnen wat Al-Qaeda-leiders doden, maar zullen nooit een oplossing zijn voor de fundamentele problemen die voeding geven aan opstand en terrorisme.”

Volg @stevendejong op Twitter

Eerder in deze serie:
Osama bin Laden had een eerlijk proces moeten krijgen
Populair was Osama bin Laden allang niet meer
10 jaar geen grote aanslag in Amerika. Vier dat nu eens
VS deed precies wat Bin Laden wilde: geld verspillen
Osama bin Laden is dood, nu het ‘Bin Ladisme’ nog
9/11 was een PR-stunt. Het begin van een beeldoorlog
Bin Laden mogelijk opgespoord dankzij martelverhoor. Verbod opheffen?
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening
‘Osama afknallen natuurlijke noodzaak’
9/11 was een aanslag op de verbeelding. Het debat erna absurd