Oranje zijn

Ik keek vorige week naar het Avro-programma ‘Zoooo Oranje’, waarin de vraag ‘Hoe oranje ben jij eigenlijk?’ centraal stond. Er werd gezegd dat er Olympische Spelen en een Europees Kampioenschap voetbal aankwamen en dat ‘het’ allemaal begon op Koninginnedag. Want op Koninginnedag zijn alle normale mensen oranje. Of een beetje oranje, dat mag ook. De

Ik keek vorige week naar het Avro-programma ‘Zoooo Oranje’, waarin de vraag ‘Hoe oranje ben jij eigenlijk?’ centraal stond. Er werd gezegd dat er Olympische Spelen en een Europees Kampioenschap voetbal aankwamen en dat ‘het’ allemaal begon op Koninginnedag. Want op Koninginnedag zijn alle normale mensen oranje. Of een beetje oranje, dat mag ook. De conclusie: oranje is gezellig, oranje is feest.

Er was natuurlijk niet voor niets een geel vierkant op het perron getekend

Dat maakt van de niet oranje mens een buitenstaander, in ieder geval een minder gezellig iemand.

Je hebt oranjegevoel, oranjekoorts, oranjemanie en als je een beetje pech hebt, ontaardt het in oranjegekte, zo ver waren we gisteren nog niet.

Maar als je, zoals ik, in een wit T-shirt op een blauwe spijkerbroek van mijn huis – ik woon in Amsterdam, in de buurt van water – naar het Centraal Station loopt, dan weet je dat je opmerkingen kunt verwachten.

De eerste die ik zag, was mijn overbuurman, normaal een man in pak. Hij had oranje schmink op z’n gezicht en speelde met de staart van zijn Bavaria-leeuwenhose, een overblijfsel van het WK.

„Het is toch feest? Of is het geen feest?”

Ik knikte en zei dat het feest was.

Daar kwamen zijn vrouw en kinderen, ook helemaal oranje. Want feest, we wisten het.

Op het Rembrandtplein stopte ik voor een kopje koffie.

Ik werd geholpen door een serveerster met twee oranje kerstballen in de oren, op de wangen Nederlandse vlaggetjes geschminkt.

Ze zei: „Wat zie jij er raar uit, het is toch feest?”

Daarna passeerden een vrouw met een opblaasbare oranje molen op het hoofd, een oranje cowboy, een oranje travestiet en heel veel mensen met oranje hoedjes, want Douwe Egberts had een marketingactie.

De dj op het Rembrandtplein riep dat hij een oranje-mensenmassa-zee zag en dat dat maar één ding betekende: gekkenhuis!

Op het Centraal Station hadden ze met verf gele vierkanten op de perrons getekend. In het gele vierkant mocht je roken, buiten het vierkant niet. Het vierkant stond vol oranje mensen met sigaretten.

Ze zongen:

‘Een vakkie, een vakkie …

Een vakkie vol Oranje …’

Een van de oranjemensen rende met sigaret in de hand het vak uit om een bekende te ontmoeten. Hij kreeg een bekeuring van een alerte agent, voor de gelegenheid met een oranje ballon op de pet. Want het was zero tolerance, en er was natuurlijk niet voor niets een geel vierkant op een perron getekend.

In de trein van Amsterdam naar Wormerveer las ik in de ‘Oranje-krant’ dat je sinaasappelschillen in je cake moest stoppen voor een ‘feestelijk effect’ en dat Frits Barend vanwege zijn verdiensten in de journalistiek was benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Van oranjegevoel naar oranjegekte is een kleine stap.