Op links heerst verwarring en verdeeldheid

Het politieke akkoord van vorige week heeft geleid tot een schisma op links. Partijvoorzitters Marijnissen (SP) en Spekman (PvdA) over de verschillen en overeenkomsten tussen hun partijen.

Halverwege de partijraad van de PvdA, afgelopen zaterdag in Utrecht, stond hij ineens aan de microfoon: Bas Elfrink.

Hij is GroenLinkser van het eerste uur. Jarenlang was hij wethouder voor de partij in het Gelderse Duiven. Maar enige tijd geleden heeft hij zich ook aangemeld als lid van SP en PvdA, „om de linkse samenwerking te bevorderen”.

Bas Elfrink is tégen het ‘wandelgangenakkoord’ dat zijn moederpartij afgelopen week sloot met D66, VVD, CDA en de ChristenUnie. Te rechts. Te weinig sociaal. Nu wil hij „zij aan zij” met PvdA en SP strijden om de deal van tafel te krijgen, vertelt hij de aanwezigen. Hij krijgt een daverend applaus.

Het optreden van Bas Elfrink is tekenend voor de verwarring die sinds vorige week heerst op links. De financieel-economische daadkracht zorgde voor een schisma: GroenLinks deed mee, SP en PvdA zeiden nee. De moeizaam bevochten linkse samenwerking, die begin dit jaar culmineerde in een gezamenlijke nieuwjaarsbijeenkomst, lijkt verder weg dan ooit.

Niet alleen onderling zijn de linkse partijen verdeeld. De onenigheid over de ‘Kunduz-coalitie’ – zo genoemd vanwege de steun van D66, GroenLinks en ChristenUnie aan de Afghanistanmissie – loopt dwars door de partijen heen. Terwijl GroenLinkser Elfrink zijn ongenoegen over het akkoord uitte bij de PvdA, twitterde zijn partijgenoot Evelien van Roemburg: „Hartstikke trots op GroenLinks, D66 en ChristenUnie die verantwoordelijkheid nemen. PvdA en SP huilen in een hoekje. Doei!” Van Roemburg is gemeenteraadslid in Amsterdam, waar GroenLinks samen met de PvdA in het college zit.

Ook binnen de PvdA heerst verdeeldheid, zo bleek op de partijraad van zaterdag. Politiek leider Diederik Samsom kreeg een staande ovatie na zijn speech waarin hij het ‘nee’ van de PvdA-fractie verdedigde en de „rechtse” overeenkomst „voor 90 procent een voortzetting van het gedoogakkoord” noemde. Maar de leden die daarna het woord namen, dachten daar stuk voor stuk heel anders over.

„Ik vind het verdrietig dat we niet meedoen met het ‘Kunduz-akkoord.”

„Het is een groot probleem dat we nu in het kamp van de anti-Europese partijen zitten.”

„We hebben veel te snel die drie procentsnorm losgelaten”.

Niet alleen de achterban was kritisch. Aanwezige Kamerleden lieten doorschemeren dat Samsoms onderhandelingsstrategie in de fractie niet louter met gejuich was ontvangen. En wat te denken van de Amsterdamse wethouder en partijprominent Lodewijk Asscher, die meteen liet weten wél blij te zijn met het akkoord?

Alleen de SP verzet zich eensgezind tegen het akkoord van vorige week. Fractievoorzitter Emile Roemer spreekt van een „kattenbakakkoord” en „een reanimatie van het rechtse kabinet-Rutte.” Geen SP’er spreekt hem tegen.

Dat is niet zo verwonderlijk. Roemers achterban is het in overweldigende mate met hem eens. Voor Samsom ligt het ingewikkelder: de eerste peilingen wijzen erop dat PvdA-stemmers verdeeld zijn over de waarde van het akkoord. En hoe de vermetele sprong van Jolande Sap uitpakt voor GroenLinks, is helemáál ongewis.

De weg naar 12 september is nog lang voor PvdA, GroenLinks en de SP. Maar dat er iets onherroepelijks is veranderd tussen de partijen, staat vast.

Een PvdA-lid vatte de stemming op links afgelopen zaterdag zo samen: „Wie zijn eigenlijk nog onze vrienden?”