Moeizame monumenten

Doordat Hitler het effect van grootse architectuur besefte, zit Duitsland nu met ‘besmette’ monumenten. Toch verdienen ook de vakantiehuizen van ‘Kraft durch Freude’ restauratie.

Foto links en rechtsonder: de vakantiewoningen van ‘Kraft durch Freude’ in Rügen. Rechtsboven: Görings voormalige werkpaleis, tegenwoordig het departement van Financiën. Foto’s Sake Elzinga

Wat moet er gebeuren als het zwembad in verval raakt, dat ooit voor Adolf Hitlers elitetroepen werd aangelegd? Wat doen de Duitsers met het monstrueuze wooncomplex op het eiland Rügen, eens gebouwd als vakantiepark voor nationaal-socialistische burgers? Aan ‘besmette’ panden uit het naziverleden heeft Duitsland ook ruim 65 jaar na de oorlog geen gebrek.

Afbreken is er niet bij. Zulke gebouwen staan vaak op de lijst van de Duitse monumentenzorg en die verbiedt sloop. Soms hebben de oorlog en de ideologie in de jaren daarna hun werk gedaan. Zo overleefde het Berlijnse werkkantoor van de Führer, Hitlers Neue Reichskanzlei aan de Vossstrasse, gebouwd naar een ontwerp van nazi-architect Albert Speer, weliswaar de geallieerde bombardementen, maar het werd later door het Rode Leger als fascistisch symbool opgeblazen. Daarentegen bleef het ministerie van oppernazi Hermann Göring, chef van de Luftwaffe, staan. Dit neoclassicistische pand aan de Wilhelmstrasse in Berlijn werd in 1935 gebouwd naar ontwerp van Ernst Sagebiel, die later bekend werd met zijn vliegveld Tempelhof. In Görings voormalige werkpaleis zit tegenwoordig het departement van Financiën, geleid door minister Wolfgang Schäuble. De trapleuningen in dit Teutoons ogende gebouw zijn nog steeds van aluminium, een detail waarmee in de nazitijd de band met de Duitse luchtmacht werd uitgedragen.

Waar alle naoorlogse generaties lelijk mee in hun maag hebben gezeten, is het immense gebouwencomplex van de nazi’s in Prora op het Oostzee-eiland Rügen. Pal aan een van de mooiste stranden van Duitsland liet de politiek-ideologische naziorganisatie ‘Kraft durch Freude’ vakantiewoningen voor twintigduizend mensen neerzetten: een bijna vijf kilometer lange, kazerneachtige aaneenschakeling van lage flats. Ze werden zo degelijk gebouwd dat de opblaaspogingen na de oorlog werden gestaakt.

De ‘kolos van Prora’ valt onder monumentenzorg. In de DDR-tijd waren hier duizenden soldaten gelegerd. Nu staan de verkommerde gebouwen grotendeels leeg. In een van de blokken is een jeugdherberg gevestigd, en een museumpje.

In 2006 kocht de Berlijnse onroerend goedmakelaar Ulrich Busch twee van de vijf woonblokken. Honderd miljoen euro zou hij investeren, maar er gebeurde niets. Busch verkocht een deel van zijn panden weer. Prora bleef zo deerniswekkend als het was.

Maar nu gloort een beetje hoop. Begin deze maand kocht een Duitse investeerder voor 2,75 miljoen euro ‘blok 1’ van het Kraft durch Freude-complex. Susanna Misgajski van het Proramuseum verwacht dat er eindelijk gesaneerd zal worden. De eilandautoriteiten hebben intussen de hoop opgegeven dat voor Prora nog eens „een totaalplan” wordt bedacht, zoals lokaal politicus Burkhard Lenz het noemt.

Wat alle betrokkenen vooral hopen, is dat Prora niet in handen valt van kwaadwillende speculanten of, erger nog, van neonazi’s die er een herinneringsoord van zouden kunnen maken. Het is onbekend welke plannen de nieuwe eigenaar, het Berlijnse vastgoedbedrijf Irisgerd, met Prora heeft. De onderneming zou voor veertig miljoen euro in een hotel en vakantiewoningen willen investeren. „In het beste geval levert het een interessant concept op, in het slechtste chaos”, aldus Lenz in de regionale pers.

Het kan ook anders. In de Zuid-Berlijnse wijk Lichterfelde wordt voor elf miljoen euro een zwembad gerenoveerd, dat rond 1938 speciaal werd gebouwd voor de SS-divisie ‘Leibstandarte Adolf Hitler’, een eliteonderdeel van de dictatoriale troepenmacht. Het pand ligt aan de Finckensteinallee, op het terrein van een oude kazerne. Er is nu een deel van het staatsarchief gevestigd.

De zweminrichting van de nazi’s wordt opgeknapt met financiële steun van de Europese Unie. Het wordt geen ‘pretbad’; je kunt er alleen maar baantjes van vijftig meter trekken. Het oorspronkelijke ontwerp van de nazibouwmeesters Karl Reichle en Karl Badberger zal volgens architectenkantoor Veauthier/Meyer zoveel mogelijk in stand worden gehouden; „Het gaat hier om een monument.” Maar net zo belangrijk is voor de architecten de „Auseinandersetzung”, de grondige behandeling van het verleden, die ze met hun renovatie beogen. Aan de Finckensteinallee kun je dadelijk niet alleen zwemmen, maar ook iets van de Duitse geschiedenis opsteken.