Kruip en sidder voor het hof van koning Moody’s

Je kunt een speld horen vallen aan het hof. Edelen, adviseurs en hofdames houden hun adem in als de bode aan koning Moody’s het verzegelde document overhandigt waarin de noodbegroting staat die Nederland aanstonds naar Brussel zal versturen. Zelfs de hofnar zwijgt, bij uitzondering onzeker.

De vorst kijkt nors, verbreekt ruw het zegel, rolt het perkament uit en fronst de wenkbrauwen. De raadszaal zet zich angstvallig schrap. Koning Moody’s gromt. Zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes en zijn mondhoeken trekken vervaarlijk naar beneden. Dan staat hij met een ruk op, en steekt het document woest in zijn linkervuist naar boven. Zijn gezicht vervormt tot een grimas, een machtige ademtocht doet zijn borst opzwellen, waarna een ademstoot als een klaroenstoot tussen de muren schalt.

Koning Moody’s lacht.

De eerste edele doet voorzichtig mee, dan durven ook drie anderen en weldra rolt een vrolijk gebulder door de hele zaal. Ze stoten elkaar aan en kletsen op hun dijen. Zo’n goede hebben ze nog nooit gehad. En zelfs de bode, een stevige, niet al te grote jonge man die tot dan toe gebogen op zijn knieën had zitten wachten op zijn lot, durft zijn hoofd te verheffen. Hij zal er voorlopig aanblijven.

Maar waarom lacht de koning? Het ligt voor de hand te denken dat Moody’s, dat gisteren liet weten de AAA-status voor Nederland voorlopig intact te houden, heeft geconcludeerd dat de Nederlandse begroting door een verrassend Haags compromis onontkoombaar op weg is naar een tekort van hooguit drie procent in 2013.

Natuurlijk kan het compromis uiteenvallen, maar daar heeft niemand nu belang bij. De opstellers zien zich graag beloond voor hun verantwoordelijke gedrag en zullen daar bij de verkiezingen in september op inzetten. De tegenstanders zullen zich juist willen profileren door zich tegen het plan te verzetten.

Het plan, zoals het er nu ligt, zal promoveren tot de Miljoenennota 2013 die wordt gepresenteerd als de Tweede Kamerverkiezingen net zijn geweest. De formatie van een nieuw kabinet kan, gezien het recente verleden, minstens een paar maanden vergen. Er is de mogelijkheid tot speciale wetgeving rond de begroting in het najaar, maar wie zal daar succesvol gebruik van kunnen maken?

Zo is er een grote kans dat het compromis van vorige week het relatief ongeschonden zal schoppen tot de realiteit van 2013. Of er dan nog veranderingen mogelijk zijn door een nieuw kabinet, zal vooral afhangen van de toestand van de eurocrisis tegen die tijd. Ofwel: van de vraag of Den Haag zich dan nog bijstellingen kan permitteren op straffe van vertrouwensverlies van de markt.

De voortekenen daarvoor zijn niet best. De komende tijd zal het gevecht tussen rekkelijken en preciezen, de zuinigen versus de groeiers, in het Europese begrotingsdebat verder oplaaien, geïnspireerd door Spanje. Dat land bezuinigt zichzelf nu kapot en wordt zo in snel tempo de cause célèbre van het Keynesiaanse kamp. Verzin maar eens een argument tegen 25 procent werkloosheid.

Het is de vraag of die gewenste rekkelijkheid ook voor Nederland moet gelden en of we het ook hier wat rustiger aan moeten doen. Economisch gezien misschien wel, maar politiek gezien niet. De gebeurtenissen in Spanje, dat inmiddels door de dubbelmonarchie van Standard & Poor’s is afgewaardeerd tot BBB+, geven aan dat de eurocrisis nog lang niet voorbij is.

Dan maar kruipen voor de koning. Want in wiens kamp wil je gevonden worden als de zaak onverhoopt ploft? En wil je dat je hoofd er dan nog aan zit?