Kim van Kooten ging naar een concert van Rufus Wainwright

Pop

Rufus Wainwright. Gehoord: 27/4 Rabozaal, Amsterdam. *****

„Het concert van Rufus Wainwright zou ik honderd ballen willen geven, zo geweldig vond ik het. Het hele optreden lang had ik een glimlach op mijn gezicht. Om alles: zijn stem, de muziek, de manier waarop hij danst, zijn gesprekjes tussendoor.

Wat Rufus kan met zijn stem, dat hoor je bij niemand. En die muziek: het ene moment pompeus en bombastisch, en een halve minuut later juist heel klein. Dit optreden was volwassener dan het vorige dat ik van hem zag, zo’n zes jaar geleden. Toen was ik overweldigd door zijn geflirt en de show, nu was hij ingetogener. Het ging meer om de muziek, zoals ook bleek uit de serieuze muzikanten en de fantastische achtergrondzangeressen. Maar bovenal draaide het bij dit optreden om familie en familiegevoel. In allerlei opzichten. Hij zong eigen liedjes over familie: over verloofde Jörn, en over zijn dochter. Hij speelde bovendien liedjes van zowel zijn vader, Loudon Wainwright III, als van zijn moeder, Kate McGarrigle, die onlangs overleden is. Dat nummer van zijn moeder, On My Way To Town, zong hij terwijl hij zichzelf begeleidde op de piano. Het pianospel is ingewikkeld en Mozart-achtig, en ging een paar keer mis. Ik zag hem bedrukt kijken, want ik zat helemaal vooraan. Maar juist dat lied, over een jong meisje dat voor het eerst naar de grote stad trekt, ontroerde me. Ik merkte plotseling dat ik zat te huilen, zo lief vond ik het.

Rufus is bovendien erg grappig. De praatjes tussendoor zijn zo charmant. Hij draait zichzelf expres in onmogelijke onderwerpen, en draait zich er met veel zelfspot weer uit. Hij is volkomen op zijn gemak.

Ik was betoverd. Ook om hoe hij danst! Het zijn alleen maar kleine zijstapjes, maar zo aantrekkelijk, op die felrode lakschoenen met studs aan de zijkant. Ik ben gewoon een beetje verliefd op hem, al is hij overduidelijk homo. Maar ik ben echt niet de enige vrouw die valt voor Rufus Wainwright.”