Iraanse verrijking niet meer taboe

Nieuwsanalyse

De VS kunnen mogelijk instemmen met een Iraans verrijkingsprogramma. Na de oorlogsdreiging is het nu weer tijd voor toenadering.

De relaties tussen Iran en de westerse wereld golven al jaren op en neer: nu eens dreigt oorlog, dan weer breekt een periode van toenadering aan. Nog maar een paar maanden geleden zinspeelden politici op een aanval op de Iraanse nucleaire installaties en speculeerden analisten over de gevolgen voor de wereldvrede. Nu is het tijd voor onderhandelingen en vriendelijke woorden over en weer, en laten regeringen mogelijke concessies uitlekken.

De Los Angeles Times meldde dit weekeinde uit anonieme regeringsbronnen dat Washington Iran zou kunnen toestaan uranium te blijven verrijken. Als dat bij onderhandelingen wordt ingebracht, zou dat een geweldige concessie zijn.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties eist sinds 2006 dat Iran het verrijken van uranium bevriest en heeft een serie sancties afgekondigd om het land daartoe te dwingen. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben hun eigen, aanzienlijk zwaardere sancties daaraan toegevoegd. Aanleiding is de angst dat Iran zijn verrijkingsprogramma gebruikt voor een geheim kernwapenprogramma. De Iraanse leiders ontkennen dat hun nucleaire activiteit iets anders dan vreedzame energiedoelen dient.

Iran wijst erop dat het nucleaire Non-proliferatieverdrag de ondertekenaars verrijken toestaat en weigert aan de internationale druk toe te geven. In de tussentijd heeft Iran 6 ton tot 5 procent verrijkt uranium geproduceerd en 210 pond tot 20 procent verrijkt uranium. Voor een atoombom moet uranium tot 98 procent worden verrijkt. Overigens staan de nucleaire installaties die Iran bij het Internationaal Atoomenergie Agentschap heeft aangemeld onder permanente inspectie.

Westerse diplomaten zeggen dat iedereen wel weet dat er geen oplossing van de controverse met Iran mogelijk is zonder aanvaarding van het Iraanse verrijkingsprogramma. Tot dusverre wilde Washington daarvan officieel niets weten, maar een hoge functionaris zei tegen de Los Angeles Times dat er in komende onderhandelingen (op 23 mei in Bagdad) „kan worden gepraat” over laag-verrijken, „en misschien kunnen we daar arriveren”. In ruil daarvoor zou Iran onder andere moeten instemmen met aanzienlijk striktere controle van zijn nucleaire installaties. Washington heeft eerder al verklaard ervan uit te gaan dat Iran nog niet tot de bouw van een bom heeft besloten.

Iran op zijn beurt heeft gezegd dat het de verrijking tot 20 procent zou kunnen staken. Maar een hoge adviseur van opperste leider Ali Khamenei zei gisteren ook dat de ‘P5+1’ -– de permanente leden van de VN-veiligheidsraad plus Duitsland, die namens de internationale gemeenschap onderhandelen – de sancties moeten intrekken.

In het theoretische geval van een deal tussen Iran en de grote mogendheden: zou Israël daarmee kunnen instemmen? Premier Netanyahu waarschijnlijk niet. Hij suggereerde onlangs nog dat een Iran met atoombom een tweede Holocaust zou kunnen aanrichten.

Maar gepensioneerde chefs van de inlichtingendiensten én de huidige chef staf van het leger hebben onomwonden laten weten tegen een preventieve aanval op Iran te zijn. Ex-Shin-Beth-chef Yuval Diskin zei zaterdag nog „geen vertrouwen te hebben in de premier, noch in de minister van Defensie”, die „besluiten nemen uit Messiaanse gevoelens”. Bij zulke tegenstellingen verliest die militaire dreiging haar zeggingskracht.