Huzarenstukje

Zo, dat was me het weekje wel. Wat vroeger gewoon ‘politiek bedrijven’ werd genoemd, heet anno 2012 een historisch-ongekend-uniek-moedig Kunduz-regenboog-wandelgangen-akkoord.

Of, in de woorden van Ferry Mingelen: „Een huzarenstukje”.

Eén jaar Fortuyn, acht jaar Balkenende en zes jaar Wilders hebben kennelijk hun tol geëist. We zijn zo gewend geraakt aan oneliner-spuiende, boe-roepende, vraagontwijkende, peilinggeile politici dat we bijna waren vergeten dat ze in staat zouden zijn tot waar ze voor worden betaald: samen beslissingen nemen.

De verbazing daarover was zó groot dat de duidingmachine op de volste toeren werd gezet. Wat betekent dit akkoord precies? En ik zeg er alvast bij dat daarmee uitdrukkelijk niet werd bedoeld: ‘Wat staat erin?’.

Wat er wel mee bedoeld werd, weet ik niet, maar het kwam erop neer dat de vraag ‘Hoe zou de Tweede Kamer eruit zien als er nu verkiezingen worden gehouden?’ een keer of twintig de revue passeerde – twintig keer gevolgd door de mededeling: „De verkiezingen zullen plaatsvinden op 12 september.”

De behoefte aan een peiling was zelfs zo onverzadigbaar dat de Volkskrant op een gegeven moment concludeerde: ‘D66 profiteert het meest van het ‘wandelgangenakkoord’ dat gisteren werd gesloten. De partij wint 3 zetels en komt daarmee op 16. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de peiling deels is uitgevoerd voordat het nieuwe akkoord bekend werd gemaakt.’

Behoefte aan een profeet? Bel Ipsos Synovate.

Verder leek de berichtgeving vooral een aanloop naar John de Mols nieuwste spelshow The Loser Is. Stijf aan kop in die race: Diederik Samsom – de Napoleon die door de Franse Revolutie heen sliep. Zijn achterban leek er zaterdag nog steeds niet uit wat nu wijsheid was geweest. Het ANP meldde: ‘De PvdA-ledenraad mopperde over de handelwijze van de partijleider, maar is wel heel blij dat de partij niet meedoet aan het begrotingsakkoord.’

Zo kennen we ze weer.

Over de dieperliggende oorzaken van de bezuinigingen heb ik verder weinig gehoord. Dat de financiële sector de reële economie nog altijd met een factor tien overschaduwt; dat de banken die too big to fail waren inmiddels groter zijn dan vóór de crisis; dat irrationele, louter door winstbejag gedreven ‘markten’ meer dan ooit onze toekomst bepalen – het lijkt niemand te deren.

Zou iemand dát kunnen duiden misschien?