Huizencrisis treft jonge huishoudens

Huizenbezitters tussen de 25 en 35 jaar zijn de grootste slachtoffers van de malaise op de woningmarkt. Ze hebben vaak veel geleend ten opzichte van hun inkomen, weinig gespaard, een (deels) aflossingsvrije hypotheek, en verliezen vaker hun baan. Als ze hun woning gedwongen moeten verkopen, blijven ze met een grote restschuld achter. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH). Volgens de VEH gaat het om „jonge huishoudens die voor het eerst kochten rond de piek in de huizenmarkt”. Ruim de helft (57 procent) van deze huishoudens staat ‘onder water’. Dat houdt in dat hun hypotheekschuld hoger is dan de waarde van hun woning. Volgens de VEH zullen de problemen voor deze groep alleen maar groter worden als de rente in de toekomst stijgt en de huizenprijzen verder dalen. Dat laatste zal waarschijnlijk gebeuren door het vorige week gesloten Wandelgangenakkoord. Daarin is afgesproken dat nieuwe huizenkopers vanaf 2013 alleen recht hebben op hypotheekrenteaftrek als ze hun hypotheekschuld volledig aflossen. Gevolg is dat ze minder kunnen lenen en de huizenprijzen verder dalen.