Hij was maar een mens

Atatürks erfenis is niet langer heilig in Turkije. De ‘vader van de Turken’ mag zelfs een dictator worden genoemd. Maar duidt dit wel op groeiende vrijheid in Turkije?

Correspondent Turkije

Istanbul. Columniste Nagehan Alci herinnert zich nog de eerste keer dat ze in een tv-programma Mustafa Kemal Atatürk een dictator durfde te noemen. Het praatprogramma liep al ten einde en de woorden rolden over haar lippen: dictator. Hoe anders noem je iemand die van 1923 tot 1938 aan het hoofd stond van een eenpartijstaat, die oppositie verbood en onder wiens leiderschap duizenden werden geëxecuteerd?

Het werd stil in de studio. De andere panelleden keken verschrikt. Mustafa Kemal kreeg over de jaren vele benamingen: vader van de Turken: Atatürk. De Eeuwige leider. De Eerste Meester. De Onsterfelijke Zon. Maar dictator? „Nog geen vijf minuten na het einde van het programma ontplofte internet”, vertelt Alci. „Een paar dagen later belde mijn advocaat om te melden dat ik werd vervolgd wegens laster.”

Dat was 2010. Alci wordt nog altijd verdacht, maar inmiddels kun je geen krant meer openslaan of er worden vragen gesteld over de mythevorming rondom de vader van de Turken. „Als je het risico loopt naar de gevangenis te worden gestuurd omdat je een heerser een dictator noemt, is dat op zichzelf niet genoeg bewijs dat deze heerser een dictator is?”, vroeg columnist Mustafa Akyol zich vorige week nog af. „In mijn optiek moet Atatürk worden gezien in het licht van autoritaire revoluties in het interbellum (1918-1939) zoals Lenin in Rusland of Benito Mussolini in Italië of Jozef Pilsudski in Polen. De meesten van deze dictators ruilden traditionele wereldrijken in voor ondemocratische republieken.”

„Het was ondenkbaar om dit soort dingen tien jaar geleden te zeggen of te schrijven als je de volgende dag wilde leven. Dit is het bewijs dat onze democratie en de vrijheid van meningsuiting groter worden”, zegt columniste Alci. „Vanuit steeds meer kanten wordt geschaafd aan de mythe.”

Dat is gevaarlijk terrein in Turkije. Atatürk is niet voor niets de enige van zijn tijdgenoten die niet van zijn voetstuk is getrokken. Stalin en Lenin gingen naar de schroothoop, maar de standbeelden van Mustafa Kemal staan nog fier overeind in elk dorp, zijn foto hangt in elk kantoor. Atatürk moderniseerde het land, keerde de islam als staatsideologie de rug toe en droeg zijn landgenoten op zich te gedragen als westerlingen. Zijn ideologie is in dit samenraapsel van Koerden, Grieken, Armeniërs, alevieten en sunnieten het cement dat het land bijeenhoudt, is de officiële overtuiging. Zelfs hagiografieën als de film Mustafa, een lofzang op Atatürk, moesten het ontgelden. De maker zou Atatürk zwaar hebben beledigd door te laten zien dat hij zich weleens onzeker voelde, rookte en dronk.

Er zijn in Turkije zestien verenigingen die toezien op zijn goede naam. Ilhan Gülek is voorzitter van de Vereniging voor het gedachtegoed van Atatürk, afdeling Besiktas, een van de vierhonderd branches. Volgens hem komen alle aanvallen uit de koker van de conservatieve AKP-regering van premier Erdogan. „Tegenwoordig kun je zeggen dat Atatürk een dictator was, maar je kunt niet zeggen dat Erdogan een dictator is. Er zitten meer dan honderd journalisten in de gevangenis. Oppositievoeren is gevaarlijk. De mensen houden nog onveranderd veel van Atatürk. Wat verandert, is de mentaliteit van de staat.”

De aanvallen op zijn goede naam vallen samen met de arrestaties van honderden militairen die zich moeten verantwoorden voor gepleegde of geplande staatsgrepen. De dominante politieke rol van leger, vaandeldrager van Atatürks ideologie, wordt onder aanmoediging van de Europese Unie teruggedrongen. „De enige garantie dat Turkije geen Iran wordt, is Atatürk”, zegt Gülek.

Maar volgens de eigenwijze krant Taraf is kritiek op Atatürk niet hetzelfde als steun voor het regeringsbeleid van Erdogan. Er lopen tientallen rechtszaken tegen de schrijvers van de krant, wegens belediging van zowel Atatürk als van de premier. „Wat nu gebeurt in Turkije is hoe dan ook revolutionair”, zegt journalist Yilderay Ogur, zelf ook aangeklaagd. „Het onbespreekbare wordt bespreekbaar. Dit is ons Tahrir-plein. Steeds meer academici, schrijvers en politici durven onze geschiedenis kritisch onder de loep te nemen. De doos van Pandora is geopend. We kunnen niet meer terug.”