Column

Het krediet van Nederland

Tien jaar geleden werd Pim Fortuyn om het leven gebracht: inmiddels is de moordenaar al weer bijna op vrije voeten, maar de politiek is sindsdien gegijzeld door zijn erfenis. Van hoeveel politici kan worden gezegd dat er een tijd vóór hen is en een tijd na hen? In dit geval is dat niet overdreven, hoewel niemand weet hoe we daar over tien jaar naar zullen kijken.

Daarmee is niet gezegd dat Fortuyn de oorzaak is van de politieke aardverschuiving. Zijn optreden legde de neergang van de traditionele middenpartijen bloot; in veel opzichten wierp hij iets omver wat al aan het vallen was. Er is veel geschreven over de theatrale persoonlijkheid van Fortuyn, maar zijn minder charismatische opvolgers hebben bewezen dat die verklaring van zijn succes niet het hele verhaal vertelt. Er is een links en rechts electoraat voor partijen die zich keren tegen de gevolgen van de globalisering.

Daarom zijn de opgeluchte stemmen na de val van weer een kabinet – vijf verkiezingen in tien jaar vertellen op zichzelf al een verhaal – een beetje voorbarig. Het is niet zeker dat de impasse na een nieuwe stembusgang minder groot zal zijn. De kans is immers groot dat de PVV en de SP op 12 september tussen een kwart en eenderde van de stemmen zullen halen met een campagne waarin de bemoeizucht van Brussel het leidmotief vormt. De Franse presidentsverkiezingen leverden een vergelijkbare uitslag op.

Dat is geen meerderheid, maar heeft wel alle kenmerken van een blokkerende minderheid. Het was geen toeval dat in 2010 geen meerderheidskabinet kon worden gevormd. Vooral de twee partijen die de verzuiling hebben gedragen – de christen-democraten en de sociaal-democraten – brokkelen gestaag af. Als Fortuyn iets markeert, dan wel het einde van het verzuilde midden. Hoeveel nieuwe gezichten er ook aantreden, het lijkt uitgesloten dat de oude volkspartijen hun centrale positie ooit terugkrijgen.

En dus zal het politieke midden zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Om te beginnen met een overtuigend idee over Europa. De vaardige gelegenheidscoalitie die in twee dagen tijd een bezuinigingsakkoord sloot, draagt een belofte in zich. De reacties laten in ieder geval zien dat er grote behoefte bestaat aan een doorbraak, waarbij links en rechts niet meer de ijkpunten zijn.

Onder druk wordt alles vloeibaar: dat deze partijen elkaar hebben gevonden, is opmerkelijk. Minstens even opvallend is dat de sociaal-democraten – laten we op 1 mei nog even bij hun lotgevallen stilstaan – deze doorbraak hopeloos hebben gemist. Natuurlijk valt er over de 3 procent van alles te zeggen en er is een gerede kans dat die norm in de komende weken zal worden versoepeld. Maar het krediet van Nederland stond op het spel nadat opeenvolgende regeringen – ook die met de PvdA – bij anderen op de strikte naleving ervan hadden aangedrongen. Een klassiek geval van partijbelang en algemeen belang. Dat de keuze ten gunste van het veronderstelde partijbelang is uitgevallen, zal nog lang nadreunen.

De komende verkiezingsstrijd heeft – net als elders – veel weg van een referendum over Europa. Maar zijn de lessen van het referendum in 2005 wel geleerd, toen bijna tweederde van de kiezers tegen de Grondwet van Europa stemde, die in licht afgezwakte vorm toch werd ingevoerd? In de schrille campagne – ‘als u tegen stemt, gaan de lichten uit’ – slaagden de traditionele partijen er zelfs niet in om hun eigen achterban te overtuigen.

Het wachten is op een hervormingscoalitie die een overtuigend idee over Nederland in Europa belichaamt. Zo’n verhaal moet beginnen met een balans van meer dan vijftig jaar integratie. De grote voordelen van de compromisvorming in Brussel moeten zichtbaar worden gemaakt, maar ook de problemen die daarbij horen. Of het nu de eurocrisis is of de migratie uit Oost-Europa, over de kosten en baten van de Europese integratie wordt niet eerlijk gesproken door de oude en nieuwe middenpartijen.

Zo’n visie moet wijzen naar een Europa dat niet alleen vrijheid biedt, maar ook bijdraagt aan veiligheid. Die bescherming geldt niet zozeer de spoken uit het verleden – ‘nooit meer oorlog’ – maar veel meer de turbulentie die voor ons ligt. Europa is de enige schaal waarop een eigen sociaal model vorm kan krijgen in een wereldeconomie waarin Amerika, India, China en Brazilië de toon zullen zetten.

De toekomst van Nederland ligt in Europa, dat de enige omgeving is waarin openheid en bescherming samen kunnen gaan. Alleen zo kan de ban van het populisme – dat immers vooral om protectionisme vraagt – worden doorbroken. Dat vraagt aanpassingen in Europa, maar toch vooral ook aanpassingen van Nederland. Het akkoord van de afgelopen week laat zien dat tien jaar na Fortuyn een nieuwe meerderheid mogelijk is die uit de nood een deugd maakt.