Dirigent van het wereldnieuws

Het vergaren van nieuws over Syrië is lastig. Wat er bekend is, is vaak afkomstig van Avaaz, een online- burgerbeweging die bemiddelt tussen Syrische opstandelingen en buitenlandse journalisten. Maar hoe betrouwbaar is die informatie?

Correspondent Noord-Afrika

Hoe wordt een organisatie die in januari 2011 nog een online-petitie organiseerde met de slogan ‘Red de bijen’ een jaar later een belangrijke speler in de opstand in Syrië? Het is een vraag die veel mensen zich stelden toen de Amerikaanse organisatie Avaaz begin dit jaar plots in de kijker stond.

In februari, toen tal van journalisten vanuit Libanon in Homs probeerden te komen, kon je niet om Avaaz heen. Collega’s die het op een andere manier probeerden, keerden vloekend terug. Alle wegen leidden terug naar Avaaz, zo leek het wel. Maar wat was dat Avaaz toch?

Avaaz (‘stem’ in het Perzisch) werd in 2007 opgericht door Ricken Patel, een Britse Canadees die jarenlang voor de International Crisis Group werkte in Sierra Leone, Liberia, Soedan en Afghanistan. In de Verenigde Staten had hij gewerkt voor MoveOn.org, een progressieve organisatie die in de jaren negentig tekende voor de eerste succesvolle internetcampagnes.

Patel had het idee om de online-tactieken die succesvol waren gebleken voor MoveOn toe te passen op de bredere wereldproblematiek. „Wat wij willen doen is de kloof dichten tussen de wereld die we hebben en de wereld die we willen hebben”, zei Patel onlangs tijdens een bezoek aan de redactie van de Britse krant The Guardian. „Wij gebruiken ‘people power’ om druk uit te oefenen en verandering teweeg te brengen.”

Avaaz heeft sindsdien een grote vlucht genomen. De non-gouvernementele organisatie (ngo), die zichzelf een ‘online-burgerbeweging’ noemt, stelt meer dan 14 miljoen leden te hebben in 193 landen en meer dan 20 miljoen dollar te hebben ingezameld. De populariteit leidde ook tot kritiek en tot de uitvinding van het woord ‘kliktivisme’ door expert Micah White. Volgens White verhoudt kliktivisme zich tot activisme zoals McDonald’s tot haute cuisine. „Politiek engagement wordt herleid tot het klikken op een paar links.”

In de zeldzame interviews die hij geeft, reageert Patel vaak gepikeerd op die kritiek. „De media snappen gewoon niet wat online organiseren betekent. Ik word daar moe van. Wij houden ons liever bezig met het maken van een verschil in de wereld.”

Over Syrië kan Avaaz geen lui kliktivisme worden verweten. Toen daar vorig jaar de opstand tegen het regime van president Bashar al-Assad begon, stuurde Avaaz heel snel een team naar Libanon om te kijken hoe het kon helpen. De keuze viel op het steunen van de burgerjournalisten in Syrië. Met het ingezamelde geld – 3 miljoen dollar tot dusver – werden satelliettelefoons en ander materiaal binnengesmokkeld. Avaaz hielp met het verzamelen van videogetuigenissen en met het verspreiden ervan naar de media.

Toen in februari het beleg van Homs in alle hevigheid begon, werd Avaaz ook een reisbureau voor journalisten. Die hulp had wel een prijs: 3.000 dollar per persoon. „We hebben dat geld aan Avaaz betaald”, zegt een van de journalisten op voorwaarde van anonimiteit. „Ze zeiden dat dat makkelijker was zo.” De weg naar Homs verliep via een allegaartje van Libanese en Syrische smokkelaars, Syrische oppositieleden, activisten en rebellen. Journalisten die de Avaaz-route hebben gevolgd, zeggen dat ze „zittend op zakken vol kalasjnikovs” Syrië zijn binnengesmokkeld.

In deze periode groeide ook de kritiek op Avaaz. Na de dood van journalist Marie Colvin en fotograaf Rémi Ochlik leek Avaaz de reddingsactie voor de overige buitenlandse journalisten te claimen. In een verklaring zei de organisatie dat dertien Avaaz-activisten hun leven hadden gegeven voor die journalisten.

„Wat Avaaz toen heeft gezegd, was gewoon niet waar”, zegt een activist uit Homs die anonimiteit vraagt, omdat hij nog met Avaaz werkt. „Die activisten waren daar niet alleen voor de journalisten. Ze probeerden zoveel mogelijk gewonden uit Homs te evacueren.”

Wat de activist vooral heeft geërgerd, was de branding door Avaaz. „Waarom hebben ze het altijd over Avaaz-activisten? Je hoeft maar één keer gebeld te worden door Avaaz en je bent Avaaz-activist. Ik heb de indruk dat allerlei mensen onze revolutie misbruiken om zelf naam te maken.”

Tarif, een Syrische opposant, is de man van Avaaz in Libanon. „We hebben fouten gemaakt in de roes van het moment”, geeft hij toe. „Ons team heeft geweldig werk gedaan om de journalisten vrij te krijgen. Maar uiteindelijk waren het de Syrische activisten die hun leven hebben geriskeerd en het was niet fair om hun een label op te plakken.”

Ook uit ngo-hoek kwam kritiek. Avaaz zou met zijn engagement de neutraliteit van andere ngo’s in gevaar brengen. En wat wisten die ‘kliktivisten’ eigenlijk van werken in oorlogsgebied?

Tarif wijst die kritiek van de hand. „Patel, campagne-directeur Alice Jay en ik hebben jarenlange ervaring met oorlogsgebieden. Het is ook niet de eerste keer dat Avaaz in conflictgebied werkt. Er zijn acties geweest in Afghanistan, Birma en Haïti. Avaaz heeft in Syrië gezien dat er een gat was en wij zijn daarin gesprongen. Op een bepaald moment waren wij de enige ngo in Syrië.”

Dat is meer dan ooit het geval. Sinds de dood van Colvin en Ochlik komt er zo goed als geen onafhankelijke informatie meer uit Syrië. Enkele journalisten wisten nog via Turkije binnen te komen, maar voor het overige zijn de activisten de enige bron. Avaaz zegt dat het er alles aan doet om te zorgen dat de informatie die zij verspreidt betrouwbaar is. Maar er zijn uitglijers geweest.

In een documentaire van de Britse tv-zender Channel 4 is te zien hoe videoactivisten in Homs klagen dat de beschietingen te ver van hun locatie zijn. Ze besluiten een autoband in brand te steken voor het effect. Een van hen zei later tegen de Amerikaanse nieuwssite Daily Beast: „Ik heb dat gedaan omdat wij niet in de buurt konden komen van de beschietingen. Dit was onze manier om de wereld te tonen wat er in Homs gebeurt.”

Tijdens een informeel gesprek in Beiroet zegt één Avaaz-medewerker: „Die kwestie van de chemische aanvallen: daar zouden we toch meer buzz rondom moeten creëren.” Patiënten in een ziekenhuis in Tripoli zeggen dat ze slachtoffer zijn van chemische aanvallen in Homs; experts twijfelen daaraan. „Of het waar is of niet maakt toch niet uit: het is de buzz die telt”, zegt de Avaaz-medewerker.

Tarif zucht. „Ja, er komt informatie uit Syrië die overdreven of onjuist is. We zeggen tegen onze activisten voortdurend dat wat er echt aan de hand is erg genoeg is. Er is geen reden om te overdrijven of zaken uit te vinden.”

Twee weken geleden nog circuleerde een video over massale beschietingen in Homs. „Wij hadden informatie van onze mensen dat er die dag één granaat was gevallen. Dus die video was oud. Wij hebben dat meteen aan zoveel mogelijk media gemeld.”

Vergeet niet, zegt Tarif, wie verantwoordelijk is voor deze situatie. „Het Assad-regime houdt de journalisten buiten, met het gevolg dat er niemand anders is om vast te stellen of het leger zich aan het staakt-het-vuren houdt of niet.”