Delta Air Lines koopt eigen olieraffinaderij

Delta Air Lines is binnenkort de eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld met een eigen olieraffinaderij. Gisteren werd bekend dat Delta een raffinaderij in Pennsylvania koopt van ConocoPhillips, voor 150 miljoen dollar. Hiermee zegt het bedrijf jaarlijks 300 miljoen aan brandstofkosten te kunnen uitsparen.

Kerosine is de grootste en meest fluctuerende kostenpost voor vliegtuigmaatschappijen. Vorig jaar betaalde Delta 11,8 miljard dollar (8,15 miljard euro) voor 14,76 miljard liter. Dat was 36 procent van de totale operationele kosten van het bedrijf. Volgens bestuursvoorzitter Richard Anderson zit op kerosine de grootste windmarge van alle brandstoffen. Hij vergeleek de kosten voor de aanschaf van de raffinaderij met die van één groot nieuw vliegtuig.

ConocoPhillips heeft de raffinaderij eind vorig jaar buiten werking gesteld, omdat die niet meer rendabel was. Raffinaderijen in Amerika en Europa hebben te lijden onder de hoge prijs van ruwe olie, terugvallende vraag door de economische crisis en een toenemende concurrentie van nieuwe raffinaderijen in het Midden-Oosten.

Een dochteronderneming van Delta, Monroe Energy LLC, investeert 100 miljoen dollar in een verbouwing van de raffinaderij waarmee de productie van vliegtuigbrandstof gemaximaliseerd moet worden tot 52.000 vaten per dag. Omdat een raffinaderij niet alleen vliegtuigbrandstof maakt, is er een contract gesloten met BP voor de verhandeling van de andere producten, waaronder benzine en diesel. Die worden op andere Amerikaanse locaties van BP en Phillips 66 (een divisie van ConocoPhillips) verhandeld tegen kerosine. Zodoende levert de aankoop van de raffinaderij 80 procent van Delta’s brandstofbehoefte in de VS, aldus topman Anderson.

Analisten verwachten dat andere luchtvaartmaatschappijen de stap van Delta snel zullen navolgen zodra die succesvol blijkt. (AP, Reuters)