De mythe van het machtige Frankrijk

Sarkozy presenteert zich graag als redder van bedrijven en dus van banen. Maar een ambitieus plan om de Franse economie te hervormen, heeft de Franse president niet. En hij is niet de enige.

Correspondent Frankrijk

Parijs. Weer vierhonderd banen gered! Nicolas Sarkozy had onlangs goed nieuws voor de werknemers van FDPA, een fabrikant van cilinderkoppen voor de auto-industrie. Er was, verklaarde de president trots, een koper gevonden voor de noodlijdende fabriek in het westen van het land – met dank aan de Franse overheid.

De linkse vakcentrale CGT typeerde de reddingsactie als „nogal doorzichtig”. Zondag moet Sarkozy het in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen opnemen tegen de socialist François Hollande. Een strijd die de president volgens de jongste opiniepeilingen dreigt te verliezen.

Er waren in de afgelopen maanden dan ook meer spectaculaire bedrijfsreddingen, zoals die van de producent van zonnepanelen PhotoWatt door staatsbedrijf Électricité de France (EDF), een overname die de werknemers ook al te horen kregen van Sarkozy. Als een soort crisismanager raasde hij door het land om ook bij autoconcern PSA (Peugeot Citroën) banen te behouden. En dan was er nog de redding van lingeriefabrikant Lejaby uit Yssingeaux, vlakbij Lyon. Sarkozy pleitte zelf bij zijn goede vriend Bernard Arnault, bestuursvoorzitter van modeconcern Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH), om Lejaby weer aan opdrachten te helpen.

„Uiteraard is niemand tegen het redden van banen”, zegt hoogleraar politicologie Dominique Reynié. „Maar tegen welke prijs voor de overheid gebeurt dit? En hoe levensvatbaar zijn die banen? Dat zijn vragen die bijna niemand stelt.”

Franse politici zoeken de oorzaken voor de falende economie graag buiten Frankrijk. Ten onrechte, vindt Reynié. Frankrijk heeft volgens de politicoloog dringend een ambitieus hervormingsproject nodig. Het land telde nog nooit zoveel ambtenaren, 5,3 miljoen – statutair benoemd voor het leven, dus onmogelijk te ontslaan. De staatsschuld is nog nooit zo hoog geweest. „Dat heeft allemaal niets met de euro of globalisering te maken”, zegt Reynié.

De hoogleraar hekelt het Franse, in zijn ogen haast monarchistische staatsmodel, dat de schuldenberg alleen maar heeft doen groeien en zo uiteindelijk een bedreiging vormt voor de sociale welvaartsstaat. „Politici weten dat, maar durven niet te zeggen: ik ga de staat demonteren, ik ga fors bezuinigen op de overheidsuitgaven.” Wie dat wel durft, daalt in de peilingen. Dus kiezen politici doorgaans de vlucht naar voren en houden ze de mythe van het machtige Frankrijk in stand.

Wie straks ook president wordt, speelruimte is er niet. Integendeel. De overheidsuitgaven moeten fors omlaag. Die bedragen nu 57 procent van het bruto binnenlands product, een Europees record. Hoogleraar economie en regeringsadviseur Christian De Boissieu vindt dat de overheidsuitgaven zo snel mogelijk terug moeten naar 49, zelfs 48 procent van het bbp. „We moeten opnieuw groei zien te creëren, een probleem van heel Europa. Hier in Frankrijk moeten we dat doen door kleinere bedrijven niet langer te belemmeren door te groeien tot middenbedrijven. Want die hebben we nu niet. Vandaar ook onze negatieve handelsbalans.”

Om de groei te stimuleren, is De Boissieu niet bang voor een beetje inflatie. „Werkloosheid, vooral onder de jeugd, is een veel groter gevaar voor ons.” In Frankrijk steeg de werkloosheid onder Sarkozy met 3 procentpunt tot bijna 10 procent – meer dan 5 miljoen Fransen. De jeugdwerkloosheid is eind vorig jaar zelfs opgelopen tot bijna 22 procent, een percentage dat De Boissieu ernstig zorgen baart. „Economisch is dat misschien wel het enige thema dat er echt toe doet. We hebben 1,5 procent groei nodig om de bestaande werkgelegenheid te behouden en zelfs 2 procent nodig om de werkloosheid te doen dalen. Dat halen we de komende jaren niet.”

„Maar we zijn wel aan de beterende hand”, riposteert Valérie Pécresse, de minister van Begroting. „De overheidsuitgaven zijn in 2011 voor het eerst in dertig jaar gedaald. Als Sarkozy wordt herkozen, zullen de overheidsuitgaven verder dalen. Een op de twee ambtenaren die met pensioen gaat, wordt niet vervangen, en er komt een besparingspact met de lagere overheden.”

Pécresse had graag meer bereikt, maar door de crisis kon dat niet. Volgens de minister is haar land de crisis beter doorgekomen dan veel andere landen, en bovendien zonder sociaal protest. „Dat is de verdienste van Sarkozy. Daar zijn socialistische leiders in landen als Griekenland of Spanje niet in geslaagd.”

Marcel Grignard, adjunct-secretaris-generaal van de vakcentrale CFDT, heeft een hekel aan dat zwartepieten van politici. „Frankrijk is een cynisch land geworden dat toekomstige generaties in gevaar brengt”, zegt hij. „Terwijl we juist nu een sociaal pact nodig hebben, waarin we bijvoorbeeld loon inleveren in ruil voor werk.” Maar de sociale dialoog in Frankrijk is zwak. „Frankrijk is voor niemand een voorbeeld. Dit is een land waar een jonge gepensioneerde meer verdient dan een arbeider.”

Politicoloog Reynié ziet politici die bang zijn voor grote veranderingen, regeringsadviseur De Boissieu ziet een land dat in verwarring is, met bange inwoners die besparen op eten en huisvesting om toch maar een iPhone te kunnen betalen. Ziet vakbondsman Grignard nog lichtpuntjes? „Alleen als we op Europees niveau met een schone lei naar de toekomst kijken. In Frankrijk krijgen we de keuze tussen de onzekere factor Hollande en de onvoorspelbare factor Sarkozy. Is dat antwoord duidelijk genoeg?”