CDA'ers willen vrolijk vooruit

Terwijl Liesbeth Spies zich mengt in de strijd om het leiderschap, nemen haar CDA-collega’s snel afstand van de voormalige gedoogpartner PVV.

Nederland moet een paar dingen heel goed begrijpen, zo laten CDA’ers de afgelopen dagen weten. De regeringspartij heeft eigenlijk nooit een klik gehad met de PVV van Geert Wilders. Die is immers „laf” (Kamerlid Elly Blanksma), „legt het accent alleen bij het eigen probleem” (demissionair minister Gerd Leers) en „het lijkt of de PVV vooral let op het imago-effect van maatregelen” (staatssecretaris Henk Bleker).

Mocht iemand nog weten dat tweederde van de CDA-leden eind 2010 instemde met de mislukte samenwerking met de PVV, dat Wilders een plezierige partner genoemd werd omdat hij goed was voor zijn woord en dat het gedoogakkoord juist zoveel CDA-wensen verwezenlijkte – de machthebbers binnen de partij lijken het de afgelopen dagen reeds vergeten. Distantie is de nieuwe partijlijn.

„De wereld kijkt nu naar ons”, zei Elly Blanksma, het Kamerlid dat vanwege haar portefeuille ‘financiën’ de afgelopen weken zowel betrokken was bij de onderhandelingen in het Catshuis als bij het daarna gesloten akkoord, „want dit is het Nederland dat we weer kennen. Nu zijn we allemaal blij.”

Dat laatste zei Blanksma op een bijeenkomst van CDA-leden in Noord-Brabant, dit weekend. Toen een Catshuisakkoord nog leek te lukken beloofde Blanksma verantwoording te komen afleggen in haar thuisprovincie. En dus kwam ze. Alleen wel met een ander verhaal dan ze van plan was geweest.

Haar denkproces werkt zo: eerst moet de achterban begrijpen dat de PVV niet in het belang van het land heeft gehandeld: „de belangen van die individuele partij” gingen volgens haar boven „de toekomst van Nederland”.

Dan stap twee: wat er misschien allemaal overeengekomen was aan ingrepen in het Catshuis – ruim 14 miljard euro – is niet de schuld van de fractie. „Wat er in het Catshuis lag is nóóit met onze fractie besproken. We hebben nooit in alle openheid kunnen bespreken of we dat wel kónden dragen.”

Die lijn hield ook haar fractiegenoot Madeleine van Toorenburg aan, die ook in de tot congrescentrum omgebouwde kapel in Goirle was. „U wilt het hebben over afspraken die er zogenaamd gemaakt zijn? Laat mij heel duidelijk zijn: die zijn er niet. Wij hebben in de fractie nog helemaal niet gesproken over ‘willen wij 750 miljoen en daarna nog twee keer 500 miljoen bezuinigen op OS’”, jargon voor ontwikkelingssamenwerking.

Staatssecretaris Ben Knapen, van datzelfde ‘OS’, zei vorige week al in de Volkskrant dat „ik nooit iets aan de PVV heb gehad. Ze hadden bij mijn onderwerpen ook de vaste riedel: schande, weggegooid geld – en dan gingen we vervolgens over tot de orde van de dag met de andere partijen.” En naast vergelijkbaar commentaar in Trouw zei Gerd Leers in nrc.next dat hij het „niet altijd eens was met de toon van de PVV” maar dat hij zich zelf „nooit een toon heeft laten opdringen die ik voor mezelf niet kon rechtvaardigen”.

Ernst Hirsch Ballin, oud-minister en verklaard tegenstander van de PVV-samenwerking, was ook in Goirle. Hij ging er eens voor staan en liet zich de nieuwe werkelijkheid niet snel aanpraten. „Verantwoordelijkheid nemen”, zei hij, „houdt ook in: eerlijk zijn en zeggen of het goed of fout was.”

Kamerlid Van Toorenburg kiest desondanks voor vooruit kijken, voor opgewekt de verkiezingen in. „Als wij achteruit kijken, gaat het heel veel pijn doen. En daar heb ik helemaal geen zin in.”