Burgers zijn nog grotere graaiers dan bestuurders

Volgens Marjolijn Februari is de crisis veroorzaakt door zelfzuchtige politici en bestuurders. Toch zijn zij niet het grootste probleem. De burger duwt de verzorgingsstaat naar de afgrond, betoogt Albert Jan Kruiter.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Een geldtransport verliest op maandagochtend 29 augustus 2011 enkele tienduizenden euro’s. Ter hoogte van Maastricht ligt de A2 bezaaid met bankbiljetten. Verkeerschaos is het gevolg. Automobilisten parkeren hun wagens lukraak en graaien naar believen naar de rondwapperende biljetten. Een buitenkansje. Gratis geld.

Het is exemplarisch voor de crisis in onze verzorgingsstaat en democratie – financiële prikkels wakkeren het toch al ruim aanwezige individualisme verder aan.

Marjolijn Februari verweet zelfzuchtige bestuurders en politici de crisis (Opinie, 23 april). Gecorrumpeerd door macht en geldbelust lappen ze de rechtsstaat aan hun goed gelooide laarzen. Tot nu toe, stelt Februari, is dit gedrag voorbehouden aan „nette mensen zoals wij”, maar eerdaags zal het doorsijpelen naar de man in de straat. Berg je dan maar.

Het is allang zover. Sterker nog: het zelfzuchtige gedrag van burgers duwde de verzorgingsstaat naar het randje van de afgrond.

De zelfzucht die ons parten speelt, is inherent aan democratie – althans, als we de Franse filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859) moeten geloven. Hij stelt dat individualisme een van de belangrijkste kenmerken is van de democratische samenleving. Omdat mensen onder democratisch gesternte steeds meer gelijk worden, worden ze ook steeds minder afhankelijk van elkaar. Hiërarchische afhankelijkheidsrelaties, zoals tussen de landheer en de boer, verdwijnen. Mensen interesseren zich alleen nog voor het wel en wee van een kleine kring van familie en vrienden. De overheid kwijt zich gulzig van haar verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel – het publieke belang. Hoe meer de overheid zich ontfermt over de publieke zaak, hoe meer mensen zich kunnen richten op hun eigen belangen, wensen en verlangens.

Het is onze democratie en verzorgingsstaat in een notedop: een gulzige overheid die gulzige of zelfzuchtige burgers tegenover zich vindt.

Zo kan het gebeuren dat de gastouderschapvergoeding, waarmee ouders ‘oppas’ voor hun kinderen konden betalen, naar opa’s en oma’s gaat die toch al op hun kleinkinderen pasten. De regeling kost een half miljard euro meer dan begroot en wordt versoberd.

Zo kan het gebeuren dat de overheid huiswerkbegeleiding betaalt voor te drukke kinderen van te drukke tweeverdieners. Dit geld komt uit hetzelfde budget voor kinderen van alleenstaande moeders die zwaardere problemen hebben.

Zo kan het gebeuren dat je aan de bak kunt in de sociale werkplaats. Je krijgt 125 procent van het minimumloon en hebt goede arbeidsvoorwaarden. Dat er in de toekomst geen geld meer is om mensen met een hogere productiewaarde 100 procent van het minimumloon te betalen, of om mensen die überhaupt nergens worden aangenomen een plek te geven – soit.

De introductie van de eigen bijdrage in de geestelijke gezondheidszorg toont dat we baten niet waarderen als we zelf moeten opdraaien voor de kosten. Psychische zorg genieten we zolang een ander ervoor betaalt. Hetzelfde zagen we toen verzekeraars vorig jaar dreigden de cursus om te stoppen met roken niet meer te vergoeden. Massaal schreven mensen zich in om de cursus nog publiek vergoed te volgen. Zolang anderen betalen, is solidariteit goedkoop.

Onze democratische verzorgingsstaat is verworden tot een mechanisme om de nadelige consequenties van ons eigen handelen af te wentelen op elkaar, of een vergoeding te claimen voor vrijwel elk probleem dat ons overkomt. We willen gezamenlijk meer dan we individueel kunnen en willen betalen. In 2020 betalen we waarschijnlijk 20 procent van ons bruto inkomen aan zorgkosten. Dit is niet op te brengen.

Paradoxaal genoeg probeert het Rijk hieraan te ontsnappen door mensen met financiële prikkels te stimuleren om minder gebruik te maken van publieke diensten. Deze prikkels wakkeren het toch al ruim aanwezige individualisme aan. Zo versterkt de crisis in de verzorgingsstaat (te duur) de democratische crisis (excessieve focus op eigenbelang).

Op het aanspreken van de zelfzuchtige burger rust een taboe. Bij elk nieuw bezuinigingsvoorstel schermen de oppositie en belangenclubs met schrijnende gevallen. Het punt is alleen niet dat er schrijnende gevallen zijn. Het punt is dat er te veel mensen gebruikmaken van regelingen, waardoor voor de schrijnende gevallen geen geld meer overblijft. In de jeugdzorg, de sociale zekerheid, het passend onderwijs en de Wajong lijden de mensen voor wie de verzorgingsstaat was bedoeld, onder mensen die denken dat de verzorgingsstaat er voor hen persoonlijk is.

We herkennen het publieke belang nauwelijks meer. Het volgen van de wet is geen vanzelfsprekendheid. Iedereen kent wel iemand die zijn huis heeft laten opknappen door zwartwerkende Polen. Wie zou niet uitstappen op de A2 om de rondwapperende biljetten binnen te hengelen? Wie heeft nooit creatief zijn belastingformulier ingevuld?

Februari heeft gelijk. Zelfzucht is de nagel aan de doodskist van onze democratische samenleving. Verspillende machthebbers zijn evenwel van alle tijden. Het is het zelfzuchtige volk dat de democratie definieert. Frauduleuze politici en bestuurders staan in de schijnwerpers, maar we werken allemaal mee aan het verval van de verzorgingsstaat en de democratie.

Zelfzucht van burgers is ongunstiger voor de verzorgingsstaat dan zelfzucht van bestuurders. We moeten onze blik verschuiven van de breed uitgemeten fraude van bestuurders en politici naar de impliciete en massale neiging om de publieke zaak te verwarren met de kortetermijnbevrediging van onze privébehoeften.

Albert Jan Kruiter is bestuurskundige. Hij is oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden, een onderzoeksinstituut dat zich richt op het verbeteren van de publieke zaak, en auteur van Mild Despotisme: Democratie en verzorgingsstaat door de ogen van Alexis de Tocqueville.