Ajax greep weer naast de titel

Je hoort er weinig over in mei, maar het feit blijft dat Ajax opnieuw geen winterkampioen is geworden. In 2010 ging PSV met die eer strijken en in 2011 AZ. Al acht jaar lang is die eretitel aan de godenzonen uit Amsterdam voorbijgegaan. Van de huidige selectie bij Ajax hebben alleen André Ooijer (met PSV) en Theo Janssen (met FC Twente) van het genot van een winterkampioenschap geproefd. En Kolbeinn Sigthórsson heeft als jeugdspeler zijn toenmalige club AZ in december 2008 zien gloriëren.

Goed, tenzij VVV woensdag in de Arena met 24-0 wint, Ajax ook zijn laatste wedstrijd verliest en Feyenoord zowel Heracles als Heerenveen verslaat, gaat de landstitel voor het tweede achtereenvolgende jaar naar Amsterdam. Het is al vijftien jaar geleden dat Ajax tweemaal achtereen landskampioen werd, dus dat is wel een felicitatie waard.

Maar toch blijft het knagen. In diezelfde periode werd de winterkampioen dertien van de vijftien keer tevens landskampioen. Waarom zorgt Ajax daar ook niet gewoon voor? Al dat chagrijn in de winter, boze columns van Cruijff, verontwaardigde supporters, fluwelen revoluties, kijvende commissarissen, voor eeuwig verstoorde verhoudingen, ga maar door. Allemaal nergens voor nodig geweest, achteraf.

„Winterkampioen, wat koop ik ervoor”, zei Gertjan Verbeek de trainer van AZ in december 2011 al en daar zat dus wel iets in, kunnen we nu vaststellen. Hopelijk herinneren ze zich in Alkmaar ook nog de woorden die algemeen directeur Toon Gerbrands bij die gelegenheid uitsprak: „Als we aan het einde van de rit vierde worden, gaat de vlag hier uit en halen we taart” (de Volkskrant , 16 december 2011). Ze zijn dus aardig onderweg.

Een trainerswijsheid zegt dat statistieken niets zeggen en zo is het maar net. Het zou ook clubbestuurders aan het denken kunnen zetten, als ze weer eens tussentijds een trainer willen ontslaan. VVV en De Graafschap deden dat dit seizoen en wat is het effect: ze kunnen nog steeds degraderen.

John Kroon