Aanslagen in Syrië; wapens onderschept

Bombardementen door het Syrische leger op oppositiedoelen en bomaanslagen op gebouwen van de Syrische inlichtingendiensten hebben de afgelopen twee dagen tientallen levens geëist, zo meldden oppositie- en regeringsbronnen.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, riep „alle partijen op het gewapend geweld in alle vormen onmiddellijk te staken en volledig mee te werken aan het werk van de waarnemersmissie van de VN”. Ook de chef van de waarnemersmissie, de Noorse generaal Robert Mood, riep zondag na zijn aankomst in Damascus op tot kalmte. „De waarnemers kunnen niet alleen alle problemen oplossen.” Er zijn inmiddels 30 waarnemers in Syrië; er komen er 300.

De staatstelevisie toonde uiteengereten lijken na de aanslagen op de inlichtingendiensten in Idlib in het noorden van het land en gaf „terroristen” de schuld. De oppositie op haar beurt suggereerde, zoals zij altijd doet bij aanslagen op regeringsdoelen, dat de autoriteiten zelf de daders zijn om de oppositie in diskrediet te brengen.

Tegen het persbureau Reuters zeiden rebellen uit de provincie Idlib dat ze toenemend zelfgemaakte bommen gebruiken in de strijd tegen het regime van president Bashar al-Assad, omdat ze te weinig geweren hebben. Maar ze zeiden dat hun bommen alleen tegen militaire doelen zijn gericht, nooit civiele. „We zijn geen moordenaars, we verdedigen onszelf”, zei een woordvoerder van een rebellengroep die zich het Syrische Bevrijdingsleger noemt.

De Libanese autoriteiten meldden een grote hoeveelheid uit Libië afkomstige wapens in beslag te hebben genomen aan boord van een onder Sierra-Leoonse vlag varend schip dat ze in de Middellandse Zee hadden onderschept. Aangenomen wordt dat de wapens, waaronder granaten en munitie, bestemd waren voor Syrische rebellen. De nieuwe machthebbers in Libië en de Libische ex-rebellen hebben herhaaldelijk steun uitgesproken voor het verzet tegen Assads regime. (Reuters, AP, AFP)