'België doet 27 keer zoveel aan zonnepanelen als Nederland'

De aanleiding

„Zonnepanelen veroveren momenteel de Nederlandse daken, zou je denken. En vergeleken met een paar jaar geleden klopt dat. Maar internationaal zijn we lilliputters; zelfs ‘kleine buur’ België doet 27(!) keer zoveel.” Dit schreef journalist Vincent Dekker op 6 april op zijn weblog Vincent wil zon op de website van dagblad Trouw. Is het verschil met onze zuiderburen werkelijk zo groot?

Interpretaties

Dekker begon met zijn weblog toen hij eind 2010 zonnepanelen bestelde voor op zijn eigen dak. In zijn blogpost legt hij de positie van Nederland uit, ten opzichte van andere landen. Hoe hij op „27 keer zoveel” komt voor België legt Dekker niet expliciet uit, maar is te herleiden. België zou in 2011 in totaal 550 megawatt aan nieuwe ‘zonnecapaciteit’ hebben toegevoegd, en Nederland 20 megawatt. Het gaat hierbij om het vermogen van de geplaatste panelen. Deel 550 door 20 en je komt uit op een factor 27,5. In deze factcheck kijken we of dit een realistische berekening is voor 2011. En voor de volledigheid kijken we ook naar het totale vermogen van alle zonnepanelen in beide landen.

Hoe is er gerekend?

Dekker baseert zich op de jaarcijfers over 2011 van EPIA. Deze Europese brancheorganisatie voor zonne-energie heeft een top-15 opgesteld van landen die over 2011 de meeste zonnepanelen hebben toegevoegd. „Onze kleine zuiderbuur prijkt fier op een negende plek”, schrijft Vincent Dekker. Nederland staat niet in de top-15. Dekker vroeg EPIA het Nederlandse cijfer, en beschrijft hoe dat gesprek verliep: „Craig Winneker, woordvoerder bij EPIA, moet het even opzoeken, en komt dan met het onthutsende cijfer: 20 MW.”

En, klopt het?

Wij nemen ook contact op met EPIA, om te vragen waar de cijfers op zijn gebaseerd. Craig Winneker mailt dat ze zijn berekend via „een interne analyse van gegevens van leden van de industrie, nationale associaties, staatsagentschappen en elektriciteitsproducenten”, en dat de cijfers voor België binnenkort wat zullen worden opgehoogd.

Om een idee te krijgen van de betrouwbaarheid van de getallen, bellen we met de in Rotterdam gevestigde organisatie Solarplaza, die wereldwijd conferenties organiseert over zonnestroom. SolarPlaza wordt gesponsord door onder meer een Chinese producent en een Belgische installateur van zonnepanelen en een internationaal opererend zonnestroom-adviesbureau, en genereert verder inkomen met de toegangskaarten voor de conferenties.

„Niemand is het compleet eens over de cijfers. EPIA is vaak optimistisch”, zegt projectmanager Paul van der Linden, die vertelt verschillende analisten te volgen. Voor de meest actuele cijfers verwijst hij door naar Peter Segaar uit Leiden.

Segaar blijkt een Nederlandse hobbyist-analist die zijn betaalde baan heeft opgegeven om zich volledig aan de wereld van zonnestroom te wijden. Zijn website polderpv.nl staat vol met cijfers en gegevens. Na een uitgebreid gesprek met hem concluderen we dat het allemaal minder simpel is dan het lijkt.

Ten eerste, zegt Segaar, zijn de Belgische en Nederlandse cijfers niet een-op-een vergelijkbaar: België houdt een andere standaard aan dan de meeste landen.

Ten tweede: de cijfers voor België over 2011 veranderen wekelijks. Het aantal zonnepanelen in Vlaanderen groeide de afgelopen jaren enorm door een pakket stimuleringsmaatregelen. Daardoor komen er tot op heden opbrengstcijfers van vorig jaar geïnstalleerde panelen binnen. De teller staat nu op ruim 81.000 nieuwe installaties in 2011 en dat aantal zal nog verder toenemen. De metingen naar onze standaard doorrekenend, komt Segaar op dit moment uit op een geschatte 987 megawatt aan nieuw aangelegd vermogen voor Vlaanderen voor 2011, en voor heel België op 1.016 megawatt.

Dan Nederland. De overheid heeft cijfers over installaties die met exploitatiesubsidies zijn geplaatst en zijn gecertificeerd, door de instantie CertiQ. Voor 2011 komt dat vermogen uit op 21,4 megawatt. Maar in de loop der jaren zijn er steeds meer zonnepanelen geplaatst zonder subsidie en certificatie. Volgens Segaar staat minimaal de helft van de Nederlandse zonnepanelen niet centraal geregistreerd, en wordt de energieproductie ervan dus ook niet gemeten.

Het CBS maakt één keer per jaar een schatting van de totale markt, op basis van enquêtes onder leveranciers van zonnepanelen. De cijfers over 2011 worden pas volgende maand gepubliceerd. Het onderzoek is volgens Segaar op zijn minst discutabel. De enquêtes over 2011 zijn volgens hem gestuurd naar circa honderd leveranciers, „maar ik heb al bijna 260 leveranciers in mijn lijst staan”. Volgens Segaar wordt bovendien een verouderd, te laag getal gebruikt om de opbrengst van een gemiddeld systeem te schatten.

Segaar maakte een schatting voor Nederland over 2011 door de onvolledige cijfers van CertiQ en CBS uit 2010 aan te vullen met door hem zelf verzamelde cijfers en die te extrapoleren. Hij komt voorlopig uit op 33 megawatt. „Dit zijn nattevingerberekeningen”, waarschuwt Segaar meermaals.

Deel je 1.016 megawatt door 33 megawatt, dan kom je op een iets hogere verhouding uit dan Vincent Dekker: 31:1 in plaats van 27:1. Voor wat betreft het totaal aan panelen dat nu op de daken ligt, staat Nederland volgens Segaar op 126 megawatt en België op ruim 2.105 megawatt. Een factor 17 verschil. Dan is niet meegewogen dat België veel minder inwoners telt: tel je per hoofd dan kom je uit op een verhouding van 25:1.

Conclusie

Vincent Dekker baseerde zich op cijfers van de Europese brancheorganisatie voor zonne-energie over 2011. In België meten de verschillende overheden wat de opgestelde capaciteit en de opbrengst van alle zonnepanelen is. In Nederland zijn er alleen meetgegevens van zonnepanelen die met stimuleringssubsidies zijn gekocht. Het CBS voert daarnaast jaarlijks een enquête uit onder leveranciers van zonnepanelen.

Volgens analist Peter Segaar, naar wie anderen uit de sector verwijzen voor de meest actuele getallen, zijn de officiële Nederlandse cijfers incompleet en gebaseerd op achterhaalde rekenmethoden en schattingen. Voor België gaat het totaal door nog binnenlopende cijfers over 2011 nog steeds omhoog.

Desondanks is een grove schatting wel mogelijk, waarbij rekening gehouden moet worden met enige foutmarge. Segaar komt op basis van de meest actuele cijfers iets hoger uit dan Dekker, op een geschatte factor 31 verschil over 2011. Bij elkaar liggen er in België, gemeten naar hun vermogen, volgens hem grofweg 17 keer zoveel zonnepanelen op het dak. Per hoofd van de bevolking komt dat uit op circa een factor 25 verschil. De bewering dat België 27 keer zoveel doet aan zonnepanelen als Nederland is een reële schatting voor 2011 op het moment van Vincent Dekkers schrijven – in elk geval niet overdreven. Het getal komt ook in de buurt van een zo gefundeerd mogelijke schatting van het verschil per land per hoofd. Al met al beoordelen we de bewering als grotendeels waar.