Dit is een artikel uit het NRC-archief

Economie

Schafthuizen:’een rechter kan toch geen kwart abortus opdringen’

Het nog ongepubliceerde derde deel van de Reve-biografie

Gisterochtend kwam het hoger beroep voor dat uitgever Wouter van Oorschot en biograaf Nop Maas vorig jaar aanspanden tegen Joop Schafthuizen. Schafthuizen, ex-partner van de in 2006 overleden auteur Gerard Reve, wil de publicatie van deel 3 van Maas’ Reve-biografie tegengaan.

Ja, hij realiseert zich dat er een uniek document voor hem ligt. Vlak voor de rechter, op de tafel in zaal 17 van het Paleis van Justitie op de Prinsengracht te Amsterdam, ligt de 600 pagina’s tellende drukproef van Gerard Reve - Kroniek van een schuldig leven 3. De late jaren (1975-2006). Het is deel 3 van de Reve-biografie van biograaf Nop Maas. Een dik pak A4-tjes, meer is het nog niet. Dat terwijl het boek in het najaar van 2010 in de boekhandel had moeten liggen.

De publicatie werd in december 2010 voor onbepaalde tijd uitgesteld.  Joop Schafthuizen, ex-partner en auteursrechthebbende van de in 2006 overleden auteur Gerard Reve, was het niet eens met het gebruik van ongepubliceerd materiaal. Maar de citaten verwijderen, was eind 2010 voor Van Oorschot en Maas geen optie. Tegen het NRC Handelsblad zei Maas toen: „Het zou een ingewikkeld en uiterst onaangenaam karwei zijn om de citaten eruit te halen. Bovendien, het boek wordt er veel armer door.”

Schafthuizen had nog een bezwaar. Hij kon zich ook niet vinden in het beeld dat van zijn dertig jaar durende relatie met Reve wordt gegeven. De biografie geeft volgens Schafthuizen de indruk dat hun relatie enkel zou draaien om ,,erotiek, drank en geld”. „Ik wil geen bijdrage leveren aan een belangrijk werk waar ik oprechte bedenkingen over heb,” zei Schafthuizen daarover in 2010 in NRCHandelsblad. In het boek, en daarmee het hoger beroep, staat Schafthuizen centraal. Een reden voor Schafthuizen om tijdens het hoger beroep erop te wijzen het ‘heel erg zwaar te vinden om hier aanwezig te zijn’.

In mei 2011 spande Schafthuizen een kort geding aan en werd in het gelijk gesteld. Er kon niet bewezen worden dat er toestemming was verleend voor het gebruik van ongepubliceerd materiaal. Van Oorschot en Maas gingen in hoger beroep. ,,Ieder mens heeft het recht om in hoger beroep te gaan”, zei Schafthuizen daarover in een interview in NRC Handelsblad . ,,Maar als ik het vonnis lees, heb ik niet het idee dat ik voor 53 procent gelijk heb gekregen, maar eerder voor 98 procent. Ik denk dat ik wel weet hoe het eindigt.”

Evenals tijdens het kort geding stond tijdens dat hoger beroep, gisterochtend in Amsterdam, wederom de vraag centraal of er voor het gebruik van ongepubliceerd materiaal toestemming was verleend. Uit de pleidooien van mr. J.H. Spoor, advocaat van Maas-Van Oorschot, en het daaropvolgende pleidooi van mr. Trojan, Schafthuizens advocaat, bleken de meningen daarover ernstig verdeeld te zijn.

Volgens het pleidooi van mr. J.H. Spoor menen zijn cliënten op basis van drie brieven uit 2009 en enkele door Maas opgenomen telefoongesprekken met Schafthuizen, het recht te hebben ongepubliceerde Reve-brieven te citeren. Schafthuizen zou in zowel brieven als telefoongesprekken daarvoor zijn ‘volledige toestemming’ hebben verleend.

Ook werd er tegemoetgekomen aan de drie belangrijkste eisen van Schafthuizen waaraan voor publicatie moest worden voldaan. Vóór publicatie wilde Schafthuizen inzage, verwijdering van kwetsende uitspraken en financiële details, onder het motto: ‘Het huis staat in brand, ik haal de belangrijkste spullen eruit’.

Schafthuizen krijgt inzage in het typoscript en deel drie wordt grondig aangepast. Als hij die aangepaste versie onder ogen krijgt moet hij in een telefoongesprek tegen Maas gezegd hebben:,,Maar ja, ik ben blij, weet je wel, dat jij dus gewoon het accepteert, Nop, van wat ik wilde veranderen, weet je wel, en ja, nu moet het maar naar de zetter toe, hé.”

Op het laatste moment gaat het dan toch nog mis. Als Schafthuizen vlak voor de beoogde publicatiedatum, in november 2010, de drukproef onder ogen krijgt, gaat hij alsnog niet akkoord. Dat laat hij diezelfde maand Van Oorschot schriftelijk weten.

,,Wat zijn toch zijn motieven?”, vraagt Nop Maas zich hardop in de rechtzaal af, als rechters, advocaten en cliënten tegen elf uur ‘s ochtends wegens een korte schorsing de rechtzaal hebben verlaten.

Schafthuizen, zo blijkt tijdens het hoger beroep, heeft er een aantal. In het pleidooi van zijn advocaat wordt benadrukt dat Schafthuizen nooit toestemming heeft verleend voor het gebruik van ongepubliceerd materiaal. Schafthuizen, zo stelt mr. Trojan tijdens zijn pleidooi, ,,heeft slechts minumumvereisten geformuleerd waarmee de heer Van Oorschot in ieder geval rekening had te houden. De heer Van Oorschot mocht geenszins denken dat daarmee de kous af was voor alle delen.”

Van Oorschot wist bovendien, legt Trojan uit, maar al te goed dat Schafthuizen nooit toestemming heeft verleend. In een artikel van 8 december 2010 in dagblad De Morgen geeft Van Oorschot aan het betreurenswaardig te vinden dat de publicatie moet worden uitgesteld. Toch begrijpt hij Schafthuizen wel: ,,de auteurswet bepaalt dat de auteur of rechthebbenden toestemming moeten geven om te citeren uit ongepubliceerd werk. Dus het staat Schafthuizen eigenlijk vrij om te bepalen of het al dan niet kan.”

Aan de zaak zit ook een financieel component. Schafthuizen is van plan meerdere bundels van de brieven van Reve uit te geven. ,,Ja, natuurlijk, natuurlijk wil ik dat meneer de president. Hier moet ik van leven,” antwoordt Schafthuizen als de rechter vraagt of hij aan het ongepubliceerd materiaal wenst te verdienen. Hij is bang door Maas’ gebruik van ongepubliceerd werk financieel gedupeerd te worden. Publicatie van deel 3 zoals deze op het bureau van de rechter rust, gaat sinds het kort geding van een jaar geleden dan ook, op instigatie van Schafthuizen, op straffe van een dwangsom van rond de 100,000 euro.

Bij een vonnis zijn er alleen maar verliezers, legt de rechter aan het eind van het hoger beroep uit. Als Van Oorschot wint, mag hij een uitgedund boek uitgeven. Als Schafthuizen wint, hebben Van Oorschot en Maas al hun werk voor niets gedaan. Zijn oplossing: meer toegang tot ongepubliceerde werken van Reve voor biograaf Nop Maas en een nawoord van Schafthuizen waarin hij zijn eigen beeld geeft van zijn relatie met Reve. Het voorstel valt bij de laatste niet in goede aarde:,,Geen enkele sprake. Als mijn partner abortus zou doen op een kind dat ik heb verwekt, dan kan de rechter toch niet bepalen dat het een kwart abortus mag zijn.”

Een financiële regeling kan, na een korte schorsing, niet getroffen worden. 12 juni is er uitspraak.