De draagbare Van Benthum

Na jaren experimenteren komt modeontwerper Francisco van Benthum nu met klassieke mannenmode. En brillen voor Specsavers.

Francisco van Benthum
Francisco van Benthum Johannes Abeling

Tien jaar geleden kon hij zich niet voorstellen dat zijn ontwerpen in een winkel zouden liggen en dat er dan ook nog klanten zouden zijn die ze wilden kopen. „We waren alleen maar bezig met creativiteit en experiment”, zegt mannenmodeontwerper Francisco van Benthum (39).

Met ‘we’ doelt hij op zichzelf en Michiel Keuper, met wie hij eind jaren negentig het ontwerpduo Keupr/van Bentm vormde. Direct na hun afstuderen aan de modeafdeling van de Arnhemse kunstacademie oogstten ze internationaal succes met hun conceptuele, vaak asymmetrische mannen- en vrouwenkleren, die ze in Parijs showden. Hun beroemdste ontwerp is The Stallion: een roze jas met op de schouder een levensgrote paardenkop. Verkocht werd hun experimentele kleding niet, maar dankzij ondersteuning van allerlei fondsen hielden ze het tot 2001 vol. „We waren jong en naïef en lieten ons meeslepen in dat hele circus. We hadden totaal geen controle over wat er gebeurde.”

Afgelopen maart ontving Van Benthum het Prins Bernhard Cultuurfonds Modestipendium: vijftigduizend euro, beschikbaar gesteld door een anonieme gever. Dit omdat hij volgens het juryrapport „een unieke stempel heeft kunnen drukken op het DNA van de Neder landse mannenmode” en vanwege „de manier waarop hij structureel modeconventies heeft doorbroken en het experiment heeft weten te verheffen tot een hoogkwalitatief product”.

In 2003 startte Van Benthum zijn eigen label: Wolf/Van Benthum, later omgedoopt tot Francisco van Benthum. De collecties vielen op door de originele en altijd scherp gesneden varianten op klassieke mannenkleding, die hij vaak voorzag van vrouwelijke aspecten als transparante stof of kant, „dat zorgt voor een bepaalde spanning.” Als uitgangspunt gebruikte hij altijd een stereotype stoere man: de bouwvakker, de cowboy, de matroos.

Toen Van Benthum in 2008 samen met vrouwenmodeontwerper Alexander van Slobbe een eigen winkel in Amsterdam opende, merkte hij dat er veel vraag was naar een meer ingetogen vertaling van zijn ontwerpen. Daarom begon hij in 2010, met hulp van een investeerder, kledingproducent Grosso Mada, twee nieuwe lijnen. Een commerciëlere lijn met pakken en overhemden (Van Benthum genaamd) en een lijn voor jongeren (FVB). Die twee werden al snel samengevoegd tot één tweede lijn: White Label. Nog steeds te verwarrend, vonden vooral zijn buitenlandse klanten. Dus sinds dit jaar maakt hij nog maar één collectie, die gewoon Francisco van Benthum heet. Hij gebruikt niet langer mannelijke archetypen als inspiratiebron en ook de vrouwelijke accenten zijn minder nadrukkelijk aanwezig. Er zitten wel degelijk modieuze, uitgesproken ontwerpen in de collectie, maar de hoofdmoot is klassiek en draagbaar. „Ik realiseer me dat ik een bedrijf ben en dat er geld verdiend moet worden.”

Puma

En dat lukt; momenteel heeft Francisco van Benthum zo’n twintig verkooppunten in binnen- en buitenland, en dat betekent dat hij voor het eerst in zijn carrière kan leven van zijn ontwerpen. Tot voor kort werd hij nog steeds ondersteund door subsidies, en was hij naast zijn eigen merk ook nog in dienst bij G-Star en deed hij projecten voor Puma. „Nu heb ik nog maar af en toe randprojecten nodig.”

Bijvoorbeeld zijn nieuwste project: op 3 mei lanceert hij een brillenlijn in samenwerking met Specsavers. Het sluit perfect aan bij zijn focus op een breder publiek: de (zonne)brillen komen in ruim honderd Specsavers-filialen verspreid over heel Nederland te liggen. „Tachtig procent van de mensen die straks deze brillen kopen, heeft waarschijnlijk nog nooit van Francisco van Benthum gehoord.”

De volgende stap moet het buitenland worden. Vanaf 2008 showde Van Benthum zijn ontwerpen met behulp van het Fonds Beeldende Kunst vijf keer in Parijs. „Dat leverde veel aandacht van de pers op, maar geen verkooppunten.” Deze keer pakt hij het voorzichtiger aan. „We doen het stapje voor stapje, land voor land. Vorig jaar zijn we in Engeland begonnen met een showroom in Londen.” Inmiddels hangt zijn kleding onder meer bij de chique Londense boetiek Browns.

Met behulp van het modestipendium hoopt Van Benthum zich behalve zakelijk ook creatief verder te kunnen ontwikkelen. „De afgelopen paar seizoenen heb ik vooral onderzocht waaraan een verkoopbare collectie moet voldoen. Nu ik dat onder controle heb, merk ik dat ik weer zin heb in een stukje experiment.” Ontwerpen doet Van Benthum helemaal in zijn eentje, zijn kleine team van vijf mensen houdt zich bezig met andere aspecten van het bedrijf.

„Ik sluit niet uit dat er weer vrouwelijke accenten in mijn werk terugkomen,” zegt Van Benthum. Hij denkt dat Nederland daar zo langzaamaan wel aan toe is.

„Toen ik begon, bestond mannenmode nauwelijks in Nederland, op de academie was maar één mannelijke paspop.” Maar de laatste paar jaar is er heel veel gebeurd in de mannenmode. „De Zara’s en de H&M’s hebben ervoor gezorgd dat mannen veel vroeger in aanraking met mode komen. Jongens van twaalf winkelen nu zelf. Toen ik die leeftijd had, ging ik twee keer per jaar met mijn moeder uit Boxmeer naar Nijmegen. Dan gingen we naar Hij (tegenwoordig We) en C&A, en daar moest ik het dan mee doen.”

franciscovanbenthum.com, specsavers.nl