Columnisten mogen veel, maar een telefoonrekening regelen? Nou, nee

Een collega met oorlogservaring vertelde, nog steeds boos, hoe hij zich had kwaadgemaakt over een verregende kampeervakantie in het buitenland. Lekkende huurtent, natte kleren, woeste telefonades met de verre verhuurder.

En ja, hij zou er ook wel even een stuk over schrijven in de krant, had hij de verhuurder al laten weten. Een beetje journalist herkent een goed verhaal, nietwaar.

Dat stuk heb ik (zonder oorlogservaring) hem afgeraden, en het is er ook niet van gekomen. Was vast leuk geweest, maar journalisten moeten de krant niet gebruiken om privé-ergernissen af te reageren of een voordeel te behalen dat voor anderen onbereikbaar is.

Geldt dat ook voor columnisten?

Journalist Marcel van Roosmalen, columnist van nrc.next, trok vorige week in zijn column van leer tegen Vodafone. Tot zijn stomme verbazing had hij een rekening van „duizenden euro’s” gekregen voor roaming met zijn telefoon in het buitenland; de lepe telefoon zoekt dan automatisch naar providers om data binnen te halen. Wie die functie niet uitzet, loopt het risico een gepeperde rekening op de mat te vinden. Binnen de EU geldt inmiddels een automatisch plafond van 50 euro, daarbuiten nog niet.

Dat is geen geheim, maar Van Roosmalen wist het blijkbaar niet. Hij had zijn telefoon niet aangeraakt tijdens een verblijf in Amerika, het ding zat in zijn weekendtas.

Vloekend trok hij naar het hoofdkantoor van Vodafone in Amsterdam om de rekening aan te vechten. Over zijn bezoek schreef hij een woeste, maar geestige column waarin medewerkers van Vodafone met naam en toenaam over de hekel gingen (Jezelf te pletter roamen, 17 april). Hij had het bedrijf ook gezegd dat hij erover ging schrijven.

Het stuk leverde Van Roosmalen op zijn beurt een bak kritiek op, onder meer van blogger Arnoud Wokke op tweakers.net. Wokke gaf toe dat onvoorziene kosten van roaming een probleem zijn, maar vond dat Van Roosmalen er helemaal niet over had moeten schrijven, omdat hij een particulier belang had: een lagere of kwijtgescholden rekening.

Nu is Van Roosmalen een columnist, en die hebben zichzelf en hun belevenissen tot onderwerp; columnisten zijn, zoals het wel heet, ‘de hoogste vorm van anarchie bij een krant’, en ze mogen veel. Youp van ’t Hek startte in zijn column in deze krant een bulderende campagne tegen de slechte dienstverlening door helpdesks, na een irritante ervaring met T-Mobile.

Ook na de kleinste persoonlijke catastrofe, een middag slechte bediening in het café of een dagje treinvertraging, zal de reflex van een columnist al snel zijn: irritant, maar hé, wel een geinig stukje. Tegenslagen, misverstanden en ergernissen zijn hun brandstof.

Alleen, het wordt anders als er een duidelijk particulier of financieel belang in het geding is, zoals de wens om een telefoonrekening omlaag of kwijtgescholden te krijgen. Ook voor columnisten geldt dat ze hun vierkante centimeters in de krant niet moeten gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen waar anderen dat niet kunnen. Van ’t Hek maakte destijds een publieke zaak van zijn ergernis, hij probeerde niet een uitzonderingsbehandeling te krijgen. Integendeel, het irriteerde hem juist dat T-Mobile wel in actie kwam toen ze eenmaal doorkregen wie hij was.

Van Roosmalen deed dus twee dingen tegelijk, die hij beter had kunnen scheiden: hij vocht zijn rekening aan als consument, en hij maakte kenbaar dat hij er een stukje over zou schrijven als journalist. Daarmee zette hij het wapen van de publiciteit in voor zijn eigenbelang als klant van Vodafone.

Overigens was de columnist zich van geen kwaad bewust, zegt hij. De ophef verbaasde hem dan ook. „Ik was hoe dan ook van plan erover te schrijven, ongeacht de uitkomst”, licht hij toe. „Het was niet mijn bedoeling ze te chanteren of zoiets. Maar ik had natuurlijk wel een betere manier dan anderen om verhaal te halen.” Ja, en dat is nu net het punt.

Hoe liep dit af?

De hoofdredacteur van nrc.next, Rob Wijnberg, belde met Vodafone en met Van Roosmalen, om escalatie te voorkomen. Het bleef na zijn interventie bij die ene column.

Wat een geestige passage opleverde in Van Roosmalens volgende column: „Ging mijn smartphone weer en rende ik half struikelend naar buiten om het op de parkeerplaats met hoofdredacteur Rob over journalistieke ethiek te hebben – en die is niet kort van stof.” (Totaal onethisch bezig, 19 april).

De rekening moet hij nog betalen, zegt Van Roosmalen – maar dat gaat gebeuren zodra het totaalbedrag er is (er moet nog het een en ander aan roaming binnenkomen).

Wat Van Roosmalen had moeten doen, denk ik, is eerst gewoon betalen en daarna bezien of er nog een stukje in het onderwerp zit. Achteraf een vermakelijk stukje maken over zijn onderhandelingen over de rekening kan best, trouwens ook zonder het bedrijf en de medewerkers met naam en toenaam in de beklaagdenbank te zetten.

En bij een echt schandaal: maak er een publieke zaak van, of een journalistiek project, en laat het grondig uitzoeken. Maar niet door een journalist die tegelijk zijn eigen rekening wil laten aanpassen.

Dan nog liever door een collega in een lekkende tent.

Sjoerd de jong