Chinees schrift voor dummies

Taalkunde

Zhou Youguang (106) ontwierp in de jaren 50 een westers alfabet voor de standaardtaal in China. Zijn pinyin blijkt nu onmisbaar voor computers en mobiele telefoons.

Hoe sms’t een Chinees nou werkelijk? Professor Zhou Youguang, in februari begonnen aan zijn 107de levensjaar, pakt schaterlachend zijn smartphone en een vergrootglas. Langzaam tikt hij een boodschapje in en stuurt dat naar mijn telefoonnummer. “Shiyòng hànyu pinyin” – door Chinees pinyin te gebruiken – is zijn antwoord dat op mijn telefoonschermpje verschijnt.

En wie heeft dat systeem om Chinese karakters en klanken om te zetten in een westers alfabet ontwikkeld? Opnieuw breed grijnzend tikt hij: “Wo!”, ik. De teksten in geromaniseerd Mandarijn worden in onze slimme telefoons automatisch omgezet in karakters. De apparaten zouden zonder het fonetische pinyin (‘Chinese klanken samenvoegen’) onbruikbaar zijn.

“Heel oud worden is niet makkelijk, je raakt afgesloten van de wereld. Het doet mij iedere dag weer veel plezier om te horen en te lezen hoeveel mensen in China pinyin gebruiken om Mandarijn te leren, om te internetten, te sms’en. Ik had 50 jaar geleden nooit gedacht dat het pinyinsysteem zo lang zo nuttig zou zijn”, zegt professor Zhou. Hij volgt het nieuws via zijn pc en laptop en houdt een blog over Chinese taalkunde en alles wat hem verder interesseert bij.

Zhou Youguang is een fenomeen. En niet omdat hij geboren is in keizerlijk China toen vrouwen hun voeten nog inbonden en mannen paardenstaarten droegen. Dankzij het door hem ontwikkelde pinyin kunnen Chinezen de modernste elektronica gebruiken, en misschien nog wel belangrijker, dankzij hem hebben meer dan een miljard Chinezen standaardmandarijn geleerd met het hulpmiddel pinyin. Met behulp van het systeem waarmee karakters en tonen worden omgezet in geromaniseerde woorden, leren ook buitenlanders Mandarijn of, zoals hier vaker gezegd wordt, Putonghuà dat ‘standaardtaal’ betekent.

In maart, tijdens het Nationale Volkscongres, maakten de Chinese autoriteiten bekend dat, dankzij massaonderwijs, de versimpeling van karakters en de introductie van pinyin het analfabetisme in China in ruim vijftig jaar is teruggebracht van 85 procent naar bijna 2 procent.

“Pinyin is een soort ‘sesam open u’ van het Chinees geworden”, grapt Zhou, wiens brein weinig lijkt te mankeren. Sinds zijn honderdste verjaardag gebruikt hij af en toe een rollator en wordt hij steeds dover. Soms gebruikt hij zijn laptop om iets op te zoeken. Als hij technische hulp nodig heeft staan de inwonende huishoudster en de kokkin klaar om te helpen. “Douchen doe ik nog alleen, hoor”, zegt Zhou in zijn kleine, Spartaanse vierkamerappartement in Peking.

In de boekenkast staan edities van zijn 40 werken en foto’s van zijn in 2003 gestorven vrouw met wie hij 69 jaar getrouwd is geweest. Aan de kale, ongeschilderde muur hangt een getekend portret van zijn op 5-jarige leeftijd gestorven dochter naast foto’s van Zhou met Albert Einstein, met wie hij in zijn tijd in Amerika bevriend was.

De ‘vader van het pinyin’ wil Zhou echter niet genoemd worden, want voordat zijn commissie en hij in de jaren 50 dit systeem hadden ontwikkeld, waren er al eerder pogingen gedaan om het Chinees door middel van een fonetisch alfabet te ontsluiten. Van die verschillende systemen is het geromaniseerde alfabet van de negentiende-eeuwse Britse diplomaten Wade en Giles het bekendst. Wade-Giles wordt nauwelijks meer gebruikt sinds de Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) in 1982 het pinyin als internationale standaard erkende. Alleen in oude boeken en sommige kranten wordt nog gesproken over Peking en Nanking, zoals Wade-Giles voorschreven, in plaats van Beijing en Nanjing.

Chinese schoolkinderen – en de taalstudenten in het buitenland – beginnen met het leren van Chinese woorden volgens het geromaniseerde alfabet. Woorden zijn voorzien van vier verschillende diakritische tekens die ieder een toon aangeven. Tegelijkertijd oefenen scholieren zich in het tekenen van de karakters, te beginnen bij de acht basislijnen.

“Het was altijd onze bedoeling dat als scholieren en studenten het schrijven van karakters zouden beheersen, zij geleidelijk aan het pinyin vergeten. Maar door de opkomst van mobiele telefoons en pc’s blijft het pinyin juist in stand. Pinyin heeft er daardoor een heel nuttige functie bij gekregen”, zegt Zhou.

In de Chinese media wordt door onderwijsexperts zorgelijk gedebatteerd over de vraag of dat er niet toe zal leiden dat Chinese kinderen steeds minder karakters beheersen omdat zij op hun mobieltjes en computers pinyin gebruiken om die vervolgens om te zetten in karakters.

“Daar is onlangs onderzoek naar gedaan. Die vrees blijkt op niets te zijn gebaseerd, want tijdens examens voor middelbare scholen en universiteiten wordt er geen pinyin gebruikt, maar uitsluitend karakters”, argumenteert de professor. “Karakters hebben een geschiedenis van meer dan 3.000 jaar, het is onmogelijk dat het pinyin het gebruik van karakters zal verdringen. Pinyin versterkt juist het gebruik van karakters.”

Als behoudende onderwijsexperts in China zich geen zorgen maken over de verdringing van karakters door pinyin, dan maken zij zich wel druk over het oprukkende Engels, dat inmiddels door 300 miljoen Chinezen wordt gesproken. “Totale nonsens, het Engels zal het Chinees nooit vervangen. En omgekeerd zal het Chinees nooit een internationale taal worden als het Engels. De internationalisering van het Engels begon 400 jaar geleden en pas sinds een jaar of tien groeit het aantal studenten Chinees in het buitenland. Het Mandarijn is een van de grote talen van de wereld, maar zal door de moeilijke karakters nooit een wereldtaal worden”, zegt Zhou.

De discussie in China over de vermeende verloedering van de kennis van karakters voert Zhou terug naar de jaren vijftig. Er was, vertelt hij, destijds veel verzet tegen de invoering van het pinyin in het onderwijs. “Chinezen waren toen zeer conservatief; ze begrepen niet waarom zij een westers alfabet nodig hadden en ik werd er ook van beschuldigd een westerse spion te zijn.” Zhou schreef toen een boek over de zegeningen van het pinyin om zijn conservatieve critici van repliek te dienen.

Onbekend en legendarisch

Toenmalig premier Zhou En-lai steunde hem volledig, want de hervorming van het Chinese onderwijs en de eenwording van China in taalkundig opzicht waren belangrijke politieke projecten van Mao Zedong. In het land met tien Chinese talen en honderden dialecten moest volgens de Grote Roerganger het Mandarijn of Beijinghua (‘Pekingspraak’) de standaard worden. Dat is zo goed gelukt dat in gebieden waar kleinere Chinese talen worden gesproken, zoals het Wu in Shanghai en omringende provincie, het Yue (Kantonees) in het zuiden en het Gan (Centraal-China), wordt gevreesd voor culturele kaalslag.

“Die angst is ook overdreven, blijkt uit recent onderzoek. En daar komt bij dat het toch prachtig is dat mensen uit Peking, Shanghai en Guangzhou elkaar kunnen verstaan omdat zij alle drie het Mandarijn beheersen. Ik heb nog meegemaakt dat mensen uit Hongkong, Peking en Shanghai met elkaar Engels spraken omdat zij elkaars Chinees niet konden verstaan”, zegt Zhou.

Al zijn verdiensten en zijn boeken over Chinese talen en karakters ten spijt is Zhou Youguang in China onbekend gebleven. Geen taalleraar op een lagere of middelbare school weet wie hij is, terwijl Zhou in de wereld van de internationale sinologie en linguïstiek een legende is. Zijn boek The Historical Evolution of Chinese Languages and Scripts (Ohio University Press, 2003) is het standaardwerk waar iedere schrijver van boeken over karakters schatplichtig aan is.

In China is zelfs niet bekend dat Zhou de vertaler is van de Encyclopedia Britannica. Tijdens de viering van de tweede Chinese editie in 2009 was Zhou uitgenodigd voor een groot symposium in Peking, maar die uitnodiging werd op het laatste moment ingetrokken omdat een aanwezig lid van het Politbureau hem niet wilde ontmoeten. Het Politbureau had zich gestoord aan enkele licht-kritische blogs van de toen 104-jarige. In een van die blogs had hij geschreven dat “democratie de natuurlijke vorm is voor een moderne maatschappij” en dat het confucianisme van aanzienlijk grotere betekenis is voor China dan het maoïsme. Hij had zich in een blog ook vriendelijk uitgelaten over China’s laatste keizer. De afgezette Puyi en zijn vrouw lunchten in de jaren vijftig in de kantine van Zhou’s taalcommissie en hij was volgens Zhou een intelligente man die geïnteresseerd was in het pinyinproject.

Grinnikend, terwijl hij een in China verboden boekje van zijn hand over het moderne confucianisme uit de kast pakt, legt hij uit dat hij al heel lang geen bewonderaar meer is van de Communistische Partij van China (CPC). Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1977) bracht hij als ‘reactionaire academicus’ onder dwang twee jaar door op het platteland met onkruid wieden. Maar hij was al eerder teleurgesteld geraakt in de CPC.

In 1958 lanceerde Mao Zedong de Anti-Rechtsencampagne. Twee collega’s op de Fudan Universiteit in Shanghai werden vervolgd en pleegden in een heropvoedingskamp zelfmoord; een student van Zhou werd doodgeslagen. “Ik heb toen heel veel geluk gehad, want ik was net door premier Zhou En-lai, een zeer beminnelijke man, benoemd tot voorzitter van de Commissie voor de hervorming van de geschreven Chinese taal. In die zin heeft het pinyin mijn leven gered”, fluistert professor Zhou.

Confucius

“Ik ben opgeleid als econoom en heb als bankier gewerkt in de Verenigde Staten. Taalkunde was maar een hobby toen Zhou En-lai mij vroeg de commissie te leiden. Ik antwoordde dat ik een amateur was. Hij antwoordde dat iedereen een amateur is. Ik kon niet weigeren en dat is mijn geluk geweest, want Mao Zedong hield niet van economen en al helemaal niet van bankiers. Als ik bankier was gebleven, had ik het niet overleefd. Mao heeft China geen goed gedaan”, zegt hij peinzend.

Na een gesprek van meer dan twee uur vertoont de hooggeleerde, hoogbejaarde Zhou nog geen spoor van vermoeidheid, maar zijn huishoudster vindt het genoeg geweest; de lunch staat klaar en hij moet rusten voor zijn volgende afspraak met een uitgever die zijn 41ste boek (over Confucius) gaat uitgeven. Na de keel luidruchtig geschraapt te hebben: “Ik heb een beetje haast want ik wil voordat mijn leven afloopt nog een keer uitleggen waarom Confucius relevant is. Hij was namelijk tegen geweld, tegen kapitalisme, tegen communisme en tegen religieuze vervolging.”

Het boekje zal dit najaar verschijnen, in karakters uiteraard, maar met ondertiteling in het pinyin.