Brieven opinie

Van Haperen negeert de feiten over mijn stomp

Ton van Haperen schreef over de leerling die ik een stomp gaf (Opinie & Debat, 21 april). Hij kan niet lezen, of hij wil zo graag een punt maken dat hij informatie negeert.

1. Die stomp gebeurde niet tijdens een les, maar op een excursie.

2. De jongen was geen leerling van me.

3. Ik heb geen ordeproblemen, anders had ik heus niet tot mijn zeventigste willen doorgaan.

4. In mijn lessen ontbrak geen werksfeer. De opmerkingen die ik maakte over chaos gingen over Montessoriaanse keuzelessen en niet over vaklessen.

5. Ik heb niet gezeurd over de moderne jeugd. Wel heb ik iets geschreven over de toename van de grote ego’s.

6. Ik heb voor het Openbaar Ministerie niet geschikt, omdat ze me wilden laten schikken voor zware mishandeling. De ouders probeerden de eerdere tandschade aan het zicht te onttrekken. Dit is bij de rechtszitting weer geprobeerd, maar dat is goed gekomen.

Verder is Ton van Haperen meestal een groot voorstander van leraren die blijven leren. Hij had best kunnen lezen dat ik dat heb gedaan.

Jils Buizer

Zeist

Die ‘boksende leraar’ gaf een goed signaal af

Ton van Haperen stelt dat „de boksende leraar” de kunst van het lesgeven niet beheerst. Dit gaat te ver.

Nog steeds voel ik het als ik terugdenk aan mijn tijd op de lagere school, toen ik door meester Silva aan mijn oor werd voortgetrokken over het schoolplein. Het was 1966.

Nog steeds zie ik het voor me als ik terugdenk aan het moment waarop mijn vader de directeur van die school, meester Foppe, toestemming gaf mij „gewoon een pak slaag te geven” als ik weer eens strontvervelend was. Twee dagen later voerde meester Foppe zijn mandaat uit, in de centrale hal, in de pauze, ten overstaan van de gehele school.

Nu, tientallen jaren later, sta ik zelf voor de klas. Allemaal heb ik ze gehad: van vmbo-beroepsleerlingen tot vwo’ers, wit, gemengd en zwart. Vervelende, bijdehante leerlingen heb ik overal meegemaakt. Nooit heb ik er een geslagen. Wel heb ik er in mijn fantasie vaak genoeg eentje achter het behang willen plakken, hoewel ik doorgaans met ordehandhaving weinig problemen heb.

Wat is er mis mee dat er zo af en toe een leraar is die tijdens een zwak moment doet wat honderden van zijn collega’s geregeld denken en wat ze dolgraag zouden willen? Hij geeft het signaal af dat er grenzen zijn overschreden – meer dan één – en dat zoiets een lange geschiedenis en een ingewikkelde context heeft, waarvoor we als samenleving verantwoordelijk zijn.

Gerard Hundman

Leraar maatschappijleer op het Erasmus College, Zoetermeer

Probleem ligt meer bij leraar dan bij leerling

Het verhaal van de ‘boksende’ leraar geeft de indruk dat de leerling niet deugt en dat de klas een hel is. Dit is onjuist. De klas is een hel voor een slechte leraar. Leerlingen hebben een onverholen minachting voor leraren die geen orde (kunnen) houden. Bij leraren die met humor en minimale middelen goed orde kunnen houden, zijn ze heel plezierig. Een goede leraar heeft de leiding zonder heel streng te zijn.

Leraren krijgen in het begin nog wel enige begeleiding, maar al na een of twee jaar moeten ze het zelf zien te redden – ordeproblemen of niet. Hierover wordt op scholen vrijwel nooit gesproken. Orde kunnen houden betekent immers prestige onder je collega’s. Collega-leraren hebben voor lastige situaties in de klas handige tips en strategieën, maar deze worden zelden of nooit uitgewisseld. Ook is het in een solistisch beroep lastig te weten waar de grens ligt tussen orde en wanorde.

Voor deze problemen bestaan oplossingen: intervisie, waarbij leraren lessen van collega’s bijwonen, of leerlingenenquêtes. Die kosten tijd en geld. Beide zijn er niet.

De boksende leraar heeft dus wel een beetje recht op ons begrip, maar het probleem ligt meer bij hem dan bij de leerlingen. Hij verstaat zijn vak niet. Een goede leraar heeft ook buiten zijn eigen klassen een reputatie en straalt naar de leerling uit dat er moet gebeuren wat hij zegt.

Voor een leraar die zijn vak beheerst, is lesgeven aangenaam. Als je „niet zo veel hebt met orde houden”, kan je loopbaan eindigen met ontslag. Mag je daarvoor de oorzaken alleen buiten jezelf zoeken?

R. Roordink

Enschede