Vestia verkoopt huizen om schuld af te lossen

De noodlijdende woningcorporatie Vestia wil de komende tien jaar 15.000 woningen verkopen om uit de schulden te komen. Dat blijkt uit een brief die demissionair minister Spies (CDA) van Binnenlandse Zaken gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De huur voor nieuwe huurders zal minder worden verhoogd dan gepland: naar 92 procent van de maximale huur, in plaats van 95 procent. Op onderhoud van woningen zal niet worden bezuinigd, heeft Vestia toegezegd. Ondanks de herstelmaatregelen wil de corporatie zich de komende jaren in eerste plaats richten op volkshuisvesting voor lagere inkomens. Verder zal Vestia snijden in de eigen organisatie.

De herstelplannen van Vestia krijgen als geheel geen goedkeuring, vinden zowel minister Spies als de financiële toezichthouder, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Wel ziet het CFV „aanknopingspunten” die tot herstel van Vestia kunnen leiden. Het CFV adviseert Vestia alleen nieuwbouwplannen door te laten gaan die „juridisch afdwingbaar” zijn.

KPMG heeft gisteren haar goedkeuring over Vestia’s jaarrekening over 2010 ingetrokken, zo liet de accountant in een verklaring weten. In dat jaar verdubbelde kasbeheerder Marcel de V. de derivatenportefeuille van 5 naar 10 miljard euro. Na onderzoek heeft KPMG „twijfels” of alle rentecontracten „op een juiste wijze” in de jaarrekening zijn verwerkt.

Vestia, de grootste woningcorporatie van Nederland met 79.000 huurwoningen, is verwikkeld in een fraudezaak. De kasbeheerder van Vestia, Marcel de V., en een tussenpersoon, Arjan G., worden ervan verdacht miljoenen te hebben verdiend aan het sluiten van risicovolle rentecontracten. Door een rentedaling heeft Vestia circa 2 miljard euro moeten bijstorten als extra onderpand aan banken.

Minister Spies wil dat Vestia eind mei duidelijk maakt hoe de derivatenportefeuille in overleg met banken wordt afgebouwd. Pas dan wil zij een definitief oordeel geven over het herstelplan. De minister van Binnenlandse Zaken staat bovenaan in de lijn van toezichthouders op de corporatiesector.

Diverse gemeenten, met name Rotterdam en Den Haag, waar Vestia veel vastgoed heeft, zullen worden gedupeerd door de tekorten bij Vestia. Voor de „noodzakelijke investeringsopgaven in de achterstandwijken”, vooral in Rotterdam-Zuid, zal niet genoeg geld zijn, blijkt uit de brief.