Rabobank zet dochter Robeco in de verkoop

Robeco, de vermogensbeheerder uit Rotterdam, staat te koop. Moederbedrijf de Rabobank, zo bevestigen diverse bronnen, wil haar dochter met een belegd vermogen van 150 miljard euro op korte termijn van de hand doen. De Rabobank laat vanochtend weten dat zij „alle strategische opties voor Robeco verkent”.

Het Damrak en Robeco. Dat was beleggen. Daar kon je met aandelen en obligaties een gezond rendement maken. Jarenlang was het Rotterdamsch Beleggings Consortium, opgericht in 1929, wereldberoemd voor de particulieren. Op de beurs handelden de professionals, daar stroomde het blauwe bloed. De gewone man die wilde beleggen kon dat bij Robeco doen.

Een lang vervlogen tijd, want de burger leerde de afgelopen decennia te doe-het-zelven. Eerst gingen de poorten van Beursplein 5 open. Het plaatsen van beursorders was niet meer voorbehouden aan een vermogende elite, dat kon voortaan ook bij de bank op de hoek.

Vervolgens kwamen prijsvechters als Binck Bank en Alex die het voor eigen risico handelen nog goedkoper, toegankelijker en aantrekkelijker maakten. De handel in opties, die recht geven een effect te kopen of te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs, werd een volkssport.

En wie niet actief zelf wilde beleggen, gokken of speculeren, maar zijn vermogen gewoon passief tegen inflatie wilde beschermen, die ging de laatste jaren naar de zogeheten ‘indexfondsen’ toe. Die maakten een indrukwekkende opmars.

Deze beleggingsfondsen hebben nadrukkelijk geen visie, gaan niet speculeren, maar schaduwen de markt. Op die manier is de belegger verzekerd van een rendement dat ongeveer overeenkomt met wat de markt gemiddeld doet. Vooral Amerikaanse vermogensbeheerders verhieven deze tak van sport tot een razend efficiënte kunst waarbij met waanzinnige bergen kapitaal zo goedkoop mogelijk belegd wordt.

Dus toen Rabobank in 2001 de controle verwierf over de grootste onafhankelijke beleggers van Nederland, kocht zij heel wat anders dan wat Robeco anno 2012 in de financiële wereld betekent. Dat speelt zeker mee in het besluit van Rabobank om de Rotterdamse vermogensbeheerder in de etalage te zetten.

Robeco miste de opkomst van het indexbeleggen en deed evenmin mee aan de enorme schaalvergroting. Aan het laatste kon Robeco zelf niet zo veel doen. Voor grote overnames in het buitenland is veel geld nodig. Rabobank zou dat vooral moeten betalen, maar de coöperatie bleek zuiniger dan Robeco had gehoopt. Toenmalig topman Pieter Korteweg zei daarom al jaren geleden dat Robeco eigenlijk twee aandeelhouders nodig had, wilde de vermogensbeheerder internationaal mee kunnen bieden aan het fusie- en overnamefront.

Het huidige landschap van vermogensbeheer is dat van een aantal dominante beleggingsreuzen als Blackrock, Vanguard en State Street. Blackrock beheert volgens de laatste gegevens 2.783 miljard euro aan vermogen. Dat is bijna vijfmaal het Nederlandse bruto binnenlands product, driemaal het totale Nederlands pensioenvermogen en een kleine twintig keer zoveel als de ‘reus uit Rotterdam’.

„Juist schaalgrootte begint in onze sector een hele belangrijke factor te worden”, zegt een bankier van een concurrerende vermogensbeheerder. Dat komt ook doordat sinds de kredietcrisis het toezicht wordt aangescherpt. Bovendien ligt de manier waarop vermogensbeheerders hun geld verdienen onder vuur. Sommige commissies en courtages worden verboden, of de buitenwacht eist er meer duidelijkheid over. Omvang is het belangrijkste antwoord om op kosten te concurreren.

Naast de Amerikaanse beleggingsreuzen, zijn er de chique boutiques die met persoonlijk advies het vermogen van bemiddelde particulieren beheren. Maar Robeco zit daar precies tussen in. „Eigenlijk hebben we nooit keuzes gemaakt”, zegt een voormalige werknemer van Robeco. „Dat is het probleem. Robeco is van alles wat, van alles een beetje.”

De kruisbestuiving tussen Rabobank en Robeco voldeed volgens ingewijden nooit aan de verwachtingen. De trend van vandaag is dat banken de beste beleggingsfondsen aanbieden, dus ook die van concurrenten. Dat heeft de toegevoegde waarde van Robeco voor Rabo er niet groter op gemaakt. En omdat Rabobank in het buitenland nimmer een groot distributienetwerk heeft gehad, kon Robeco Europees nauwelijks profiteren van zijn grote moeder bij de verkoop van beleggingsproducten.

Banken zijn juist bezig om hun buffers te verhogen en hun balans te verkleinen. Het voordeel van vermogensbeheer is dat het weinig kapitaal vergt van een bank. Het verkopen van hypotheken of bedrijfskredieten legt een veel groter beslag op het schaarse vermogen van banken. Maar juist doordat schaalgrootte zo belangrijk is geworden, is de keuze van Rabobank bij Robeco: veel meer groeien en investeren of uitstappen. De bank opteert voor het laatste.

Het voordeel is dat de Rabobank dat kan doen vanuit een relatief sterke positie. De bank is bovengemiddeld rijk. En Robeco geldt, ondanks soms achterblijvende rendementen en schaalgrootte, als een solide vermogensbeheerder.

Het nadeel is dat er tegenwoordig in de financiële sector wel heel veel te koop staat. Iedereen wil krimpen. Het ligt daarom niet voor de hand dat een doorsnee bank geïnteresseerd zal zijn. In Nederland mogen ING en ABN Amro sowieso al geen grote overnames plegen van Brussel. Geïnteresseerden zullen juist gezocht moeten worden onder grote buitenlandse clubs als Blackrock, of onder branchevreemde investeringsmaatschappijen die een buitenkansje zien.