Nijmeegse arts verzon er een onafhankelijke collega bij

Onderzoekers in het academisch ziekenhuis in Nijmegen hebben een frauderende collega onvoldoende gecontroleerd. Dit schrijft deze week een commissie die onderzoek deed naar de arts die vorig jaar medische gegevens verzon.

Deze Nijmeegse zaak was in 2011 het derde geval van wetenschapsfraude dat aan het licht kwam, na het ontslag van de Tilburgse psycholoog Stapel en de Rotterdamse medicus Poldermans. Sindsdien is de academische wereld bezig met de aanscherping van regels die fraude moeten voorkomen. In zeven jaar tijd bleken universiteiten meer dan 110 gevallen van wetenschapsfraude te hebben onderzocht.

De Nijmeegse huisarts had een deeltijdaanstelling als senior onderzoeker in het UMC St. Radboud. Hij moest gegevens over pijnmetingen bij patiënten in zijn eigen praktijk telkens aanleveren in twee boekjes: een met metingen van hem en een met metingen bij dezelfde patiënt van een onafhankelijk arts.

Pas na lang aandringen leverde de onderzoeker de boekjes bij de promovendus in, in juli 2011. De meeste boekjes waren met dezelfde pen en in hetzelfde handschrift geschreven. De handtekeningen ontbraken. De onderzoeker gaf op 13 september toe dat hij telkens beide boekjes had ingevuld, in één etmaal, op basis van aantekeningen die niet meer zijn te achterhalen. De onderzoeker gebruikte namen van andere huisartsen in zijn praktijk.

Volgens de Nijmeegse commissie heeft de onderzoeker de medische gegevens verzonnen. Hij „kon geruime tijd solistisch opereren, zonder dat het onderzoeksteam corrigerend optrad”. Formulieren die niet van vereiste handtekeningen waren voorzien, werden door collega’s geaccepteerd. Collega-onderzoekers, schrijft de commissie, hebben gehandeld „zonder de voor de wetenschap noodzakelijke kritische houding aan te nemen”. Net als in Tilburg en Rotterdam, kwam de fraude in Nijmegen aan het licht door melding van een promovendus.