Libisch bestuur raakt in crisis

De Libische Nationale overgangsraad heeft het kabinet van premier Abdurrahim al-Keib ontslagen onder verwijzing naar zijn vermeende incompetentie. Over twee maanden moeten volgens de agenda parlementsverkiezingen worden gehouden, en twijfel groeit nu of of het de centrale autoriteiten gaat lukken die op tijd te organiseren. In een toespraak voor de staatstelevisie waarin hij de overgangsraad aanviel zei de afgezette premier al dat „de beladen atmosfeer” verkiezingen op 20 juni in de weg staat.

Een woordvoerder van de overgangsraad – het 72 leden tellende orgaan dat het hoogste gezag vertegenwoordigt – maakte gisteren bekend dat een overgrote meerderheid van de leden woensdag een motie van wantrouwen tegen premier Keib had aangenomen. Een andere hoge functionaris van de raad zei dat het besluit niet eerder was bekendgemaakt omdat de leden het niet eens konden worden over een nieuwe premier.

Op zijn beurt zei premier Keib op de staatstelevisie dat hij zijn ontslag had genomen uit protest tegen inmenging van de overgangsraad in zijn kabinet.

Keib werd in november als premier benoemd. Sindsdien hebben de premier en de overgangsraad boze beschuldigingen uitgewisseld wie ervan de schuld is dat nauwelijks voormalige rebellen in leger en politie zijn geïntegreerd, dat er nog steeds geen noemenswaardig nationaal leger is en dat de milities die de oorlog tegen Moammar Gaddafi’s bewind leidden, niet zijn ontwapend.

De talrijke milities die uit de oorlog zijn overgebleven hebben Libië en Libische steden, inclusief de hoofdstad Tripoli, versnipperd in eigen gebieden, met gevangenissen en grensposten. De milities weigren hun wapens in te leveren omdat ze greep willen houden op het centrale bewind. Het heeft geleid tot een groeiend aantal gewapende incidenten tussen milities. In het zuiden van het land zijn inmiddels honderden mensen gedood bij etnische en tribale gevechten. De centrale autoriteiten zijn niet bij machte geweest daar een einde aan te maken. (AP)