Hero Brinkman leeft voortaan in Duckstad

Hero Brinkman doet mee aan de verkiezingen onder de naam’ Onafhankelijke Burger Partij’.

OBP. Een nieuw ontdekte stoornis, vergelijkbaar metPDDNOS?

Nee, het is een vrouwelijk hygiëneproduct voor tijdens de zwangerschap.

Nee, zo heet het pensioenfonds in een docudrama dat eigenlijk over het ABP gaat.

Nee, het is die Brabantse woningcorporatie die langs de A27 bij Breda een hoofdkantoor van 5 miljard aan het bouwen is.

Nee, het is een onzichtbaar gevechtsvliegtuig volledig van carbonfiber.

Nee, zo gaat de partij van Hero Brinkman heten. Hero Brinkmans Onafhankelijke Burger Partij. Er zat al een frisdrank in zijn naam, en nu een hartige snack. Maar wat wordt het, een cheeseburger, een baconburger of een veggie?

„Hero de Burger King”, grapte Jeroen Pauw.

Boeren en buitenlui behoren blijkbaar niet tot Hero’s doelgroep. Of moeten we ‘burger’ opvatten als niet-geüniformeerd? Wil hij een partij voor niet-agenten en -militairen? Waarom sluit hij die uit? Weet hij uit ervaring dat je met politiemensen in de politiek ruzie krijgt?

Of moeten we ‘burger’ hier traditioneler opvatten? Niet dat dat het raadsel verkleint. In tegendeel. Wat is een burger? Een drager van burgerrechten en burgerplichten. Iemand die mag stemmen, kort gezegd. Zijn er ook politieke partijen voor mensen die niet mogen stemmen? Een ‘burgerpartij’, dat is een godsdienstkerk. Een houten boomstam. Een gratis cadeau. Een vierkante hectare. Een herenerectie of een damesmenstruatie.

OBP.... Je ziet de posters voor je.

Kwik, Kwek en Kwak zitten op de HDS, de middelbare school van Duckstad. Op een dag hebben zij maatschappijleer. De meester vertelt over staatsinrichting, democratie en politiek. Kwik, Kwek en Kwak raken begeesterd. Politiek! Democratie! Het landsbestuur! Geweldig!

„Weet je wat…”, zegt Kwik.

„Ja”, reageert Kwek. „Wij beginnen…”

„Een politieke partij!” rondt Kwak af.

Zodra de neefjes die middag uit school komen, vertellen ze hun plan aan Oom Donald.

„Zozo”, zegt Donald, „en hoe gaat die partij wel niet heten?”

Kwik: „De Onafhankelijke…”

Kwek: „Burger...”

Kwak: „Partij!”

„Hmmm, de Onafhankelijke Burger Partij….” Met een blik schuin omhoog proeft Donald de naam. „Dat klinkt goed! Weet je wat, ik bel meteen met oom Dagobert. Die wil jullie vast wel financieren!”

Een paar plaatjes later zijn Kwik, Kwek en Kwak op campagne. De stad hangt vol posters. „Stemt OBP! Voor een beter en mooier Duckstad!”

Donald en oom Dagobert kijken toe, trots en vertederd. „Ach ja….” grijnst Dagobert. „Het heeft geen enkele zin natuurlijk. Want hoe Duckstad bestuurd wordt, dat bepaal ík. Maar ze vermaken zich.”

„Laat ze maar”, glimlacht Donald. „De schijn van democratie is ook wat waard.”

Wilders leeft in een soort Suske & Wiske-realiteit (‘Balkenende de Bange Brekebeen’, ‘Alexander de Teflon Buikspreekpop’, ‘Het Kalifaat Van De Multikul’), maar Hero Brinkman heeft voor Duckstad gekozen. Waar je kunt stemmen op de Onafhankelijke Burger Partij. Een partij van onafhankelijke burgers. Of een onafhankelijke partij van burgers, dat kan ook. Zijn er ook afhankelijke partijen? Waar zijn die afhankelijk van? O ja, van ideeën. En kiezers.

Ach, het doet er niet toe. Het is een stripverhaal. De bankier zwemt in de munten, de boeven hebben maskertjes voor en uit de fonteinen komt limonade. We zijn in Duckstad. En Duckstad zal een droomstad zijn. Daar gaat Hero Brinkman voor zorgen. Sheriff Hero Brinkman, van de Onafhankelijke Burger Partij. Let op mijn woorden: het wordt een landslide.

Journalist, presentator, directeur van taaladviesbureau de Taalkliniek en columnist van NRC Handelsblad.