De kastanjebruine krullen van een goddelijke vrouw in verf

Ladies & Gentlemen. Portretten uit de Britse Gouden Eeuw. T/m 16/9, Rijksmuseum Twenthe, Enschede. Inl.: www.rijksmuseumtwenthe.nl

George Romney moest terugvallen op superlatieven om de schoonheid van zijn tijdgenoot, actrice Emma Hart, uit te drukken. De kunstenaar (1734-1802), die verknocht raakte aan Harts kastanjebruine krullen, de grote blauwe ogen en de wulpse vormen noemde haar „goddelijk en superieur aan het hele vrouwelijke geslacht”.

Hart voldeed in ruime mate aan Romney’s verzoek om voor hem te poseren: jarenlang bezocht ze een paar keer per week zijn atelier. Dat Romney wonderwel is geslaagd in het vastleggen van de schoonheid van zijn muze, blijkt in een expositie in het Rijksmuseum Twenthe, waar Harts sensuele uitstraling de bezoeker eeuwen later nog imponeert.

Haar portret is één van de twaalf schilderijen die door het Londense museum Tate Britain aan het museum in Enschede in bruikleen zijn gegeven. Met portretten van onder andere Thomas Gainsborough (1727-1788) en Sir Joshua Reynolds (1723-1792) vormen zij de tentoonstelling Ladies and Gentlemen, over de Britse portretschilderkunst van de achttiende eeuw.

Die periode gold als de Gouden Eeuw voor de Britten: een tijd van economische voorspoed en wereldwijde expansie. De conservatieve idealen van de aristocratie werden van tafel geveegd. Schilderijen weerspiegelden die prille samenleving.

Natuurlijk en open: dat waren de voornaamste karakteristieken van deze nieuwe schilderstijl. Het portret dat Francis Hayman (1708-1776) van de romanschrijver Samuel Richardson en zijn gezin schilderde illustreert deze door de middenklasse zo nagestreefde eenvoud. Duidelijk kenbaar gemaakt in de man des huizes die ontspannen tegen een boom leunt, zijn hand – zoals de mode voorschreef – in zijn jasje gestoken.

Niet iedereen voelde zich thuis bij deze modernisering. „Gebrekkig”, noemde Reynolds de moderne natuurlijkheid. Hij hield vast aan de gevestigde academische waarden: kunst als geabstraheerde, geïdealiseerde weergave van de werkelijkheid.

Daar kwam kritiek op van Gainsborough, die vond dat de schilderkunst „een visueel feest” moest zijn dat „het hart laat dansen”, zo schreef hij in een brief uit 1773. Hij pleitte voor een verscheidenheid aan levendige penseelstreken die volgens de schilder „puur visueel genot” veroorzaakte. Niet ongeloofwaardig als je kijkt naar het portret van zijn dochter Margaret (1772) of naar Het gezin Baillie (1784), waarin hij op sublieme wijze de informaliteit van de middenklasse weet weer te geven. Gainsborough portretteerde kinderen niet als kleine volwassenen, maar als daadwerkelijk spelende kinderen.

De grote verschillen tussen deze portretten van Britse kunstenaars laten de grote veranderingen zien die in de 18de eeuw plaatsvonden. Het is om die reden dat de tentoonstelling zo’n succes is: het Rijksmuseum Twenthe heeft met de twaalf geleende werken de kern van de portretschilderkunst weten weer te geven.