Averechtse druksels

Johan Cruijff was vooraf geïnformeerd dat Louis van Gaal hem zou feliciteren met zijn 65ste verjaardag. In een paginagrote advertentie van Aegon. Dus: Louis werd er waarschijnlijk ook nog royaal voor betaald.

Mag.

‘Van harte gefeliciteerd, Johan’: bloedgeld.

De woordvoerder van Aegon kraaide zichzelf toe met het geweldige verzoeningsinitiatief. De fans van Ajax vonden het ook een chique gebaar. Vals sentiment is het wezen van sponsoring. Aegon is daar bedreven in. Over de puinhoop Ajax heen, zowaar.

Ik heb de tijd nog gekend dat Nationale Nederlanden zowat alle Nederlandse toptrainers uitnodigde als gastspreker op EK’s en WK’s. Soms aartsvijanden van elkaar, maar even niet als ze voor een riante gage werden ingevlogen en ook nog in een vijfsterrenhotel mochten slapen.

Met dames.

In de genade van emotionele souplesse.

Louis zei advertentiegewijs dat hij en Johan veel gemeen hebben: Ajax, Barcelona, aanvallend voetbal. Kon dat niet per sms? Of met een belletje. Een felicitatietelegram betaal je toch zelf. Zoals je dat met doodsbrieven ook doet.

De advertentie was gewoon klef.

Perfecte illustratie van hoe sponsors in figuranten, of in huurlingen denken. Iedereen inwisselbaar, als je maar publiekelijk 65 wordt. Contramine mag iets kosten.

Wie zou Aegon de leugenachtige wervingscampagne hebben ingefluisterd? Een beetje psycholoog of voetbalkenner kan het niet zijn. Johan Cruijff mag dan soms onverstaanbaar zijn voor zichzelf, een vijand blijft een vijand. Snot. Meer dan braaklust zit er dan echt niet meer in. Zoals wij, burgers, dat hebben als Jolande Sap staat op te krullen in haar valse wimpers.

In het brakke water van weeë bevlogenheid.

Louis had ook namens Aegon het vliegtuig kunnen nemen naar Barcelona. Met Truus en een bloemetje in de hand. Gewoon aanbellen en zeggen: gefeliciteerd, Johan. Dan had de sponsoring nog iets van een daad gehad. Iets mannelijks. Maar dat risico durfde de verzekeraar kennelijk niet nemen.

En Louis ook niet.

Voetbal kan waanzinnig mooi zijn: zie de thriller Real-Bayern, of de veldslag Barça-Chelsea. Nergens een slijmspoor op het veld, iedereen autonoom in looplijnen van passie en verlangen. Weliswaar ook met momenten van cinema als Arjen Robben of Didier Drogba aan de bal is, maar de strijd gaat door.

Alles helemaal echt, tot in het verlies.

José Mourinho die als een geslagen hond de catacomben induikt, Lionel Messi die dromerig aan zijn haar staat te plukken op zoek naar wat diepzinnige vergetelheid, Pep Guardiola die handen en voeten te kort komt om uit te leggen waar ineens de hel is neergedaald.

Niemand heeft het nog over de sponsor.

Zo hoort voetbal te zijn: drama op het veld, geen gelik in advertenties. Zelfs televisiepraatjes achteraf zijn er al teveel aan. De finale van de Champions League, op een paar penalty’s na, missen is überhaupt onzegbaar. Dat malheur krijg je niet meer dichtgenaaid met een advertentie.

Het sentimentele druksel van Aegon met Van Gaal en Cruijff in profiel was een belediging aan het adres van goede smaak. Demagogie op zijn Wilders. Eigenlijk subversie in een koude oorlogssituatie.

Vroeger stond daar de doodstraf op.

Voetbalclubs zijn verslaafd aan mediatraining. Maar misschien zouden ze beter eens hun sponsor naar de sjamanen van bestorven glorie sturen.

Of toch enige bijscholing geven in geschiedenisonderricht. Dat ze tenminste weten dat je Cruijff op zijn verjaardag niet laat toespreken door Van Gaal. Anders vliegt het taartje van Danny het raam uit. Niemand weet of het daar bij zal blijven. Een ruïne kan ook.

Tijd voor excuses, heren van averechtse druksels.