... op naar het wereldtoneel!

Zijn strijd tegen de islam voert Wilders de komende tijd in de Verenigde Staten.

Filosoof

Er is maar één ding dat telt voor Geert Wilders: zijn strijd tegen de islam. Hij heeft die strijd gevoerd in Nederland. Hij heeft er een politieke partij voor opgericht, hij heeft een groot succes geboekt bij de verkiezingen en hij heeft macht veroverd. Maar zijn levenswerk is niet het geduldig opbouwen van een partij, zijn doel is niet om de geschiedenis in te gaan als de politicus die de AOW’ers in Nederland tien gulden meer heeft gegeven, nee, hij wil zijn strijd uitbreiden. Daar is hij al jarenlang met kleine stappen aan bezig en die wil hij nu doorzetten: zijn wereldwijde strijd tegen de islam.

Dat verklaart ook zijn houding in het Catshuis. Zijn trouweloosheid aan het kabinet en zijn onberekenbaarheid in de onderhandelingen komen voort uit de trouw aan zijn eigen missie: hij wil een rol spelen op het wereldtoneel, om te beginnen in Amerika.

Maar er is één praktisch bezwaar: zijn persoonlijke veiligheid. Al jarenlang wordt hij met de dood bedreigd. Net als Ayaan Hirsi Ali eerder wordt ook hij als Nederlandse parlementariër streng beveiligd. Deze situatie duurt al zo lang dat het bijna gewoon lijkt, maar het is niet gewoon. En het is dit gegeven dat vaak wordt onderschat. Wilders leeft met de dood. Hij moet opschieten. Al dat gedoogwerk en al die partijperikelen kosten hem veel te veel tijd, hij moet verder met zijn missie.

Daarbij heeft hij twee mogelijkheden. Hij blijft met één been in de Tweede Kamer, twitterend vanuit de oppositie maar met behoud van beveiliging – en verder vliegt hij op en neer naar Amerika, mét beveiliging. Of hij geeft zijn parlementszetel op en vestigt zich in Amerika, maar dan moet hij zorgen voor enorme fondsen om zijn beveiliging te regelen. Hij zal de komende tijd heel vaak heen en weer vliegen.

De eerstvolgende stap van Wilders is volgende week de presentatie van zijn nieuwe boek in New York: Marked for Death. De titel liegt er niet om: Ten dode opgeschreven.

Zijn opvattingen over de islam zijn hier wel bekend. Langs zijn neus weg noemt hij de Amerikaanse president Barack Obama een dhimmi. (Het Arabische woord dhimmi is de aanduiding voor een christen of jood die het oppergezag van de islam erkend heeft.) En hij schrijft dat er in Nederland dankzij de invloed van zijn partij in het minderheidskabinet ‘een zee van verandering’ op gang is gekomen na ‘decennia van multiculturele verrotting’. Hij zal nog extra vaak heen en weer moeten vliegen om dat in Amerika uit te leggen.