Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Cultuur

‘Het zachte ligt mij nu het best’

Belgiës jazzmonument Toots Thielemans wordt zondag 90. „Laat mij maar lekker jammen met de jongens. Dan voel ik mij het gelukkigst.”

Toots Thielemans met zijn hond Duke (in 1990).
Toots Thielemans met zijn hond Duke (in 1990). Foto Guy Le Querrec / Magnum

Of Toots Thielemans zijn aanstaande negentigste verjaardag zelf nog groots gaat vieren? Ach nee, schudde de broze musicus het hoofd. „Ik ben geen grote feestman. We zíjn er nog. Dat is mooi. En daar dank ik mijn botten elke dag voor.” Toch was er deze week een vervroegd verjaardagsfeestje (zondag wordt Toots 90 jaar) in stijl: in Laken ging de mondharmonicaspeler met zijn echtgenote Huguette Thielemans op bezoek bij de Belgische koning Albert en koningin Paola. Achter gesloten deuren gaf hij een privéconcert voor het koninklijk echtpaar en premier Elio Di Rupo. En al was het Toots’ verjaardag: de koning kreeg een cadeau – een harmonica, ‘model Thielemans’. Tot over tien jaar, zei de koning.

Veel aandacht is er voor de verjaardag van Belgiës jazzmonument: harmonicavirtuoos en beroepsfluiter Jean-Baptiste ‘Toots’ Thielemans. In het mooie Chateau La Hulpe, vlakbij zijn woonhuis in het bosachtige dorp La Hulpe, voorbij Brussel, werden twee maanden terug de plannen gepresenteerd voor een waar ‘Toots90’-jaar. Er komt een verjaardagstournee, een boxset cd/dvd, een huldeboek, een tentoonstelling in Brussel en, jawel, een selectie van Toots favoriete pralines, gevat in een Neuhaus-doosje met een cd. Te midden van veel pers depte Toots er zijn tranen, na een behoorlijk lyrische speech van de minister van Begroting en vice-premier, Guy Vanhengel, die uiteenzette hoe een kleine Brusselaar met fluitje en mondmuziekske het geschopt had tot wereldburger. „Gij zijt een voorbeeld, cher Toots, hoe wij vanuit dit stadje met genoeg durf en aplomp iets kunnen betekenen internationaal.”

Zalmhapje

Het opgezette spektakel rondom zijn verjaardag is heus plezierig, sprak Toots na afloop. Maar de oude jazzveteraan was zichtbaar vermoeid en kon niet lang meer praten. Met zacht dwingende hand („praat u maar even met deze mevrouw, dan krijgt u zo een zalmhapje”) was hij geleid langs vele cameraploegen. Het was een stortvloed aan vragen en loftuitingen. Toen hem werd gevraagd of hij uitzag naar de komende concertreeks zuchtte hij: „Het is misschien wat veel. Maar we nemen het zoals het komt. One at a time.” Prettig was het vooral dat zijn goede vriend, de Amerikaanse pianist Kenny Werner, als verrassing bij de presentatie opdook. Samen speelden zij twee nummers. De harmonica in tedere omhelzing met de vleugel.

Want vergis je niet: Toots is een taaie, die als het lijf het hem toestaat het liefst gewoon optreedt. Samen met zijn ‘broodje’ – zijn harmonica, de gitaar is langzamerhand thuis gebleven – en met zijn Nederlandse jazzband, bassist Hein van de Geyn, pianist Karel Boehlee en drummer Hans van Oosterhout. Met hen „valt het goed in de plooitjes, in alle genres”. Eind vorig jaar was er nog een tournee in Japan, en nu dus de verjaardagstournee die 30 april begint in Antwerpen. Op advies van de dokter ligt tegenwoordig wel meer tijd tussen de optredens en reizen. De astma wordt bestreden met pufjes en de ‘pillekes’ houden hem op de been. En Toots speelt vooral nog ballades. „Ik luister laatst op mijn iPod naar mijn oude werk. Zo rap ging het, al die nootjes! Dat kan ik niet meer. Mijn vriend Kenny zegt dat ik dat ook niet meer moet willen. Het zachte ligt mij nu het best.”

Vorig jaar op North Sea Jazz zat hij weer op zijn podiumkruk, als net niet oudste musicus van het festival. De aaibare opa van de internationale jazzgemeenschap. Een kleine witgrijze baas met de dikke zwarte bril met oranje glazen, wiens geblazen noten nog altijd geliefd zijn in veel landen. Hij ontroerde. Hij kan het nog, dacht je onwillekeurig. Zacht. Melodieus. Niet hemelbestormend avontuurlijk, maar wijsjes recht naar het hart.

Geen behoefte voelt Toots meer om te componeren of muziek op te nemen. Natuurlijk, er zijn de slimme verjaardagsuitgaves van de platenlabels die zijn negentigste luister bij zetten: Yesterday & Today – met zeldzaam historisch materiaal, en de Toots90-cd met opnames van concerten met zijn European Quartet. Maar hij heeft eigenlijk alles wel gedaan, vertelde de musicus vorig jaar. „Opnemen is een belangrijke gebeurtenis. You put yourself naked in front of the microphone. Dan moet je wel wat te vertellen hebben. And I said it all.” En daarbij wist hij: de jazz verkoopt tegenwoordig weinig. „Als zelfs grote jongens als Herbie Hancock met magere verkoopaantallen zitten. Waarom zou ik dan nog? Laat mij maar lekker jammen met de jongens. Dan voel ik mij het gelukkigst.”

Appartement in New York

Toots Thielemans heeft nog steeds zijn appartement in New York, komt er alleen veel minder. That was my life, zegt hij. De Belg was in 1957 genaturaliseerd tot Amerikaan. „I’m an Americanalised Brusselaar”, placht hij te zeggen. Maar zijn leven is ook hier in België gebleven, en er is inmiddels weer een Belgisch paspoort. „Had ik maar geen Belgische moeten trouwen.” Zijn ouders runden een kroeg in de Hoogstraat van Brussel – „in den Uugstroat een cafeeke, ’t Trapken af. Enkel pintjes, geen alcohol.” Op nummer 241 hangt een plakkaat aan de muur waarop valt te lezen dat Toots Thielemans er geboren is. Sinds zijn derde jaar speelde hij accordeon. Was er de ster van de buurt mee. Op de radio hoorde hij Josephine Baker zingen, kreeg er de muziek mee van wat hij zijn „allereerste goeroes” zou gaan noemen: Django Reinhardt en Stéphane Grappelli.

Als veelgevraagd en geliefd artiest kan hij terugkijken op een glansrijke muzikale loopbaan waarvan de roots in de bebop liggen. Begin jaren vijftig begon hij als gitarist en harmonicaspeler in het kwintet van pianist George Shearing. Later nam hij platen op met grote namen als Ella Fitzgerald, Shirley Horn, Quincy Jones, Oscar Peterson en Dizzy Gillespie. Toots ontwikkelde een nieuw geluid door unisono gitaar te spelen en mee te fluiten. In 1962 componeerde hij Bluesette, een hitje, dat hem wereldberoemd maakte en nog steeds voorziet in zijn oude dag. Toots maakte soms opvallende keuzes, kon van goede jazz (1978, LP Affinity met Bill Evans) naar pop omslaan met Billy Joel en Paul Simon, en was niet vies van de commercie als de man die overal wel een wijsje bij kon maken. Hij maakte muziek voor tv en film (Turks Fruit, Midnight Cowboy, Baantjer). Of zelfs wanneer hij amateuristisch moest klinken voor de matroos in de Amerikaanse commercial van de aftershave Old Spice. „Ach, da’s toch makkelijk verdienen hè”, rechtvaardigde ‘Mister Whistle’ die keuze. Een uurtje werk leverde hem 15.000 dollar op.

Thuis voelde hij zich tussen de grote muzieknamen. Ooit werd hij in New York weg gejoeld met zijn harmonica. Maar ‘ze’ gingen hem serieus nemen, waardeerden hem. „Ik vroeg het ze niet hoor om mee te spelen. Zij vroegen mij altijd”, zei hij eens. Hoezeer hij wordt gewaardeerd bleek ook in 2004, toen hem een groot muzikaal eerbetoon ten deel viel: ‘The Magic of Toots: A Celebration of Toots Thielemans’ in de New Yorkse Carnegie Hall. Odes van bekende sterren. Ook in het nu te verschijnen boek Toots90 buitelen artiesten als Quincy Jones, Joe Lovano, Pat Metheny en Paul Simon over elkaar heen met hun huldeblijken. Het boek heeft tevens concertbeelden, privéfoto’s, brieven, setlists en partituren gebundeld. De ‘onbevangenheid’ van Toots wordt beschouwd als ‘het geheim’. „Een wereldster die, anders dan velen, zichzelf niet als het middelpunt der aarde beschouwt”, schrijft een van de auteurs, René Steenhorst.

Bij een bezoek, ruim tien jaar terug, aan Toots’ ruime huis in La Hulpe bleek hoezeer hij hecht aan zijn muzikale vriendschappen. Overal hingen foto’s, tot in het toilet. Les conspirateurs: Toots en trompettist Dizzy Gillespie, smoezend in een hoekje. Shirley Horn. Goede vriend Quincy Jones, die hem altijd plaagde: „I think your mother must have spoken to a brother” en hem Stink noemde. Toots: „Cause I play like a black man that needs a shower.”

Zijn echte oude strijdmakker, de harmonica, lag geduldig wachtend op tafel. Samen in de jazz tussen een lach en een traan. „Een harmonica is een van de weinige instrumenten die een gevoel kan onderstrepen”, zei Toots toen. „Mits ge het goed speelt, anders wordt het al snel een speelgoedje. Emotie, dat is belangrijk. Stelt u zich een filmscène voor. Marcello Mastroianni wil zelfmoord plegen. Zijn maîtresse verlaat hem, zijn vrouw wil scheiden, hij is zijn werk kwijt. Hij zit in de auto en hij is van plan zich door het hoofd te schieten.” Toots blies een paar droevige noten. „Heel alleen, hoort u? Stillekes komen dan de viooltjes erbij.”

„Muziek is en blijft voor mij zowel een obsessie als een plezier. De harmonica is een mooi instrument. Blaas, en drie centimeter verder hoor je het geluid. Willem Duys zei: ‘Laat Toots maar lekker huilen met zijn broodje.’ Ja werkelijk, er druipen tranen uit dit instrument.”

Moody en melancholisch, het werd zijn handelsmerk. In 2006 verscheen zijn cd One More for The Road, waarop hij evergreens speelde van zijn lievelingscomponist Harold Arlen. Over the Rainbow, One for My Baby en Last Night When We Were Young, een prachtverzameling, aldus de musicus. Genoeg kreeg hij nooit van het American Songbook. „De songs van Harold Arlen speel ik al sinds mijn jeugd. Men vindt dat snel vergane glorie, maar ik haal juist het melodische sap eruit. Dat jonge mensen tegenwoordig hun neus ophalen voor standards is ridicuul. Pas als je laat zien dat je ze kunt spelen, kun je zeggen: niet meer.”