Voormalig politieman keert vakbond teleurgesteld de rug toe

Rendert Algra is opgestapt als voorzitter van De Unie. Hij wilde aansluiting bij de Nieuwe Vakbeweging, maar kreeg zijn bestuur niet mee

Rendert Algra, tot gisteren voorzitter van vakbond De Unie (65.000 leden, onderdeel van de vakcentrale MHP voor hoger personeel), is sinds vandaag ‘vakbondsloos’ burger’. De weigering van zijn bestuur om aan te sluiten bij Klijnsma’s poging om op de grondvesten van de FNV een nieuwe vakbeweging op te richten, was voor hem de laatste druppel.

De starheid van de vakbeweging om échte vernieuwing door te zetten, de diepere motivatie: „De vakbeweging in Nederland versplintert. Kan geen vuist meer maken richting werkgevers, Den Haag of Brussel. Aansluiting bij De Nieuwe Vakbeweging van Jetta Klijnsma kan dat tij nog keren. Dat is de laatste kans voor werkend Nederland om te hergroeperen en het tij te keren.”

Algra, die zijn vakbondscarrière in de jaren tachtig startte als ACP-bestuurder bij de Amsterdamse politie, wordt zelfstandig ondernemer. Hij gaat zich verhuren als beroepsonderhandelaar. Aan werknemersverenigingen, ondernemingsraden, of als CAO-onderhandelaar. „Het is me niet gelukt om De Unie aan te laten sluiten bij het initiatief van Klijnsma”, stelt hij teleurgesteld vast. „Terwijl daar kansen lagen. Klijnsma presenteert haar plannen op 1 mei. We hadden het initiatief naar ons toe kunnen trekken. Mee kunnen praten over de oprichting van die nieuwe vakbeweging. We hadden in dat proces een leidende rol kunnen spelen. Toen Klijnsma begon, was het nadrukkelijk de bedoeling dat ook bonden buiten de FNV een rol in dat proces konden spelen. Die kans blijft nu liggen. Misschien dat De Unie over een jaar aanhaakt. Of over 5 jaar. Maar dan is er wel veel tijd verloren gegaan.”

Algra heeft niet alleen een vakbondscarrière achter de rug. Van 2002 tot 2006 zat hij voor het CDA in de Tweede Kamer en gold hij als dissident in de fractie. Twee keer stemde hij voor een motie van de oppositie. Hij werd vervolgens op een onverkiesbare plaats gezet. Een poging om met voorkeursstemmen terug te keren mislukte. Maar in 2009 keerde hij toch terug, toen het CDA-Kamerlid Wim van de Camp naar het Europees Parlement vertrok.

In 2010 verliet hij de Kamer om voorzitter te worden van de De Unie. Hij wilde van De Unie een moderne organisatie maken, waar de leden het voor het zeggen zouden hebben. „De signatuur van een vakbond doet er niet meer toe”, zegt hij nu. „Wie met ontslag te maken krijgt wil een goede advocaat. Niet een christelijke, socialistische of een activistische advocaat, maar iemand die voor zijn belang opkomt. Het gaat om belangenbehartiging.”

Maar toen de FNV eind vorig jaar besloot tot de oprichting van die nieuwe vakbeweging, hield Algra de boot nog af. MHP en De Unie hadden zo’n reorganisatieslag al achter de rug en die beweging was toch vooral een interne FNV-aangelegenheid, was toen zijn reactie. Oplopende verdeeldheid binnen de vakbeweging, bij het CNV stapten de politiebond ACP en de bonden van militair personeel, bracht hem op andere gedachten. „We gaan nu toe naar vier of vijf vakcentrales die niet in staat zijn om namens de werknemers met één mond te praten of een vuist te maken.”