Situatie in Syrië ziet er somber uit, zegt bemiddelaar Kofi Annan

De situatie in Syrië ziet er somber uit, zo heeft internationaal bemiddelaar Kofi Annan gisteren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verklaard.

Satellietbeelden geven aan dat de autoriteiten nog steeds niet hun zware wapens uit woongebieden hebben teruggtrokken, zoals Annans vredesplan eist. Annan zei ook te zijn geschrokken van – nog onbevestigde – berichten dat Syrische regeringstroepen militaire operaties uitvoeren in steden wanneer VN-waarnemers er zijn vertrokken. Hij doelde daarbij onder andere op Hama, waar twee dagen geleden meer dan 30 doden zouden zijn gevallen toen het leger na het vertrek van de waarnemers in de aanval ging.

De waarnemers moeten toezien op de naleving van het tot dusverre veel geschonden staakt-het-vuren van 12 mei. Annan noemde een snelle stationering van de in totaal 300 ongewapende waarnemers waarmee de Veiligheidsraad zaterdag instemde, gisteren „cruciaal”. In Homs is het geweld beduidend afgenomen in antwoord op de aanwezigheid van een heel klein aantal waarnemers, zei hij.

Maar de chef vredeshandhaving van de VN, Herve Ladsous, zei in de Veiligheidsraad dat het niet zal lukken voor het eind van de maand meer dan dertig waarnemers in Syrië te hebben. Nu zijn er dertien. Over een maand zullen er honderd zijn.

Intussen werden gisteren in Damascus weer drie medestanders van het regime doodgeschoten. Het ging om een gepensioneerde luiternant-kolonel en zijn broer, en een officier van een inlichtingendienst. Het regime gaf „terroristen” bij de oppositie de schuld.

Het is onduidelijk of deze moorden onderdeel zijn van een bewuste strategie van het gewapende deel van de oppositie om het regime te destabiliseren, of ongecoördineerde wraakacties zijn. Verscheidene hoge officieren zijn in de afgelopen maanden geliquideerd. (Reuters, AFP, AP)