Rogge steunt strenge limieten

IOC-voorzitter Jacques Rogge sprak gisteren in Den Haag. Het behouden van twee vaste Nederlandse IOC-zetels „wordt een moeilijke zaak”.

Of de Nederlandse pers zo vriendelijk wilde zijn Jacques Rogge niet te bevragen over het Olympisch Plan 2028. Die wens had de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) uitgesproken. Een persconferentie voorafgaande aan zijn Hofstadlezing in de Grote Kerk van Den Haag was geen bezwaar, maar wat moest hij, in zijn positie, zeggen over de Nederlandse wens de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen?

De vragen kwamen er toch en Rogge is te veel heer om bot te reageren. Dus zei hij keurig dat een ontwikkeld land van zestien miljoen inwoners de organisatie aankan, maar wij Nederlanders de keus zelf moeten maken – „eerst NOC*NSF en daarna, in brede zin, de samenleving”.

De IOC-voorzitter was uitgesprokener over de strenge limieten die Nederland hanteert voor uitzending naar de Spelen. Atleten als de afgewezen Miranda Boonstra hoeven niet op zijn clementie te rekenen. Rogge: „Een ploeg uitzenden en sporters voorbereiden kost veel geld. Tenzij de budgetten ongebreideld zijn moet het geld worden besteed aan degenen die kans op een medaille hebben, anders verwateren de resultaten. De internationale normen zijn voor sporters uit ontwikkelingslanden die een bepaald niveau moeten halen.”

Over een tweede permanente IOC-zetel voor Nederland was Rogge ook pertinent: „Dat wordt een moeilijke zaak.” Pas wanneer kroonprins Willem-Alexander terugtreedt als IOC-lid mag Nederlander vrijwel zeker een vervanger aanwijzen. Maar de plek van wijlen Anton Geesink gaat naar een ander land. Rogge: „Er zijn 70 landen met een IOC-lid, 130 niet. De druk is enorm groot.”

Als de Verenigde Staten weer voor de Spelen in aanmerking willen komen, dan zal het Amerikaanse olympisch comité USOC genoegen moeten nemen met een lagere afdracht van het IOC. Onder Rogges voorganger Juan Antonio Samaranch is de deal gesloten dat USOC 12,75 procent van de tv-rechten en 20 procent van de sponsorgelden krijgt, ter compensatie aan het onttrekken van geld aan de Amerikaanse markt. Na de Spelen in Peking 2008 kreeg USOC over een periode van vier jaar zo’n 480 miljoen dollar, terwijl het IOC aan alle andere landen gezamenlijk zo’n 173 miljoen uitkeerde.

Vanwege gewijzigde economische omstandigheden is die scheve verhouding voor het IOC onacceptabel. De onderhandelingen met de Amerikanen verlopen stroef. Rogge: „Maar een oplossing komt er.”

En hangt toewijzing van de Spelen samen met de inschikkelijkheid van USOC? Rogge laat daar geen misverstand over bestaan: „Het is duidelijk dat een akkoord over die financiële regeling gunstig is voor een kandidatuur vanuit de Verenigde Staten.”

Naast doping ziet Rogge matchfixing als het grootste gevaar voor de sport. „En het is waarschijnlijk groter dan wij denken”, waarschuwt de IOC-voorzitter. „Wij hebben akkoorden met wettelijke gokfirma’s, die afwijkende profielen doorgeven. En we hebben afspraken met opsporingsinstanties als Interpol en Europol. Zij houden ons van alle ontwikkelingen op de hoogte. Maar om netwerken te ontmantelen hebben we de hulp van overheden nodig. Die hebben de machtsmiddelen waarover wij niet beschikken. Zo is ook het Spaanse dopingsyndicaat Operacion Puerto ontdekt. En matchfixing beperkt zich niet langer tot voetbal. Het verbreidt zich. We kennen ook al voorbeelden in cricket en tennis.”