'Meisjes met een jongensachtige naam kiezen vaker voor een technische studie dan meisjes met een typische meisjesnaam'

Baby Girl behind Wooden Abacus --- Image by © Justin Paget/Corbis
Baby Girl behind Wooden Abacus --- Image by © Justin Paget/Corbis © Justin Paget/Corbis

De aanleiding

Nrc.next-lezer Natasja Laan las in tijdschrift Groter Groeien (nr. 5 2012) dat meisjes met een jongensachtige naam zoals Robin of Sam twee keer zo vaak kiezen voor een technische studie als meisjes met een typische meisjesnaam als Sophie. „Ik ga ervan uit dat dit onderzoek onder een heel kleine groep gehouden is, anders is het zeer opmerkelijk”, schrijft ze.

De stelling is overigens in meerdere media aangehaald. In 2007 verschenen artikelen in de Britse dagbladen The Daily Mail en The Guardian. Ook Focus, het wetenschapstijdschrift van de BBC, publiceerde over het onderzoek.

Waar is het op gebaseerd?

In december 2005 bracht David Figlio, docent economie aan de University of Florida en onderzoeker bij NBER (National Bureau of Economic Research), het onderzoek Why Barbie Says ‘Math is Hard’ uit. Zijn conclusie luidde dat meisjes met meer vrouwelijke namen minder vaak kiezen voor de vakken wiskunde of natuurkunde dan meisjes met meer mannelijke namen. Figlio heeft, om dat te bewijzen, data gebruikt van een middelbare school in Florida van 1995 tot 2001. De onderzoeksgroep was 1.401 meisjes groot.

Hij onderzocht de vakken wiskunde en natuurkunde omdat die traditioneel vaker door jongens dan door meisjes worden gekozen. Figlio verwijst naar onderzoek van Weinberger (2005) die liet zien dat vrouwen die op school goed presteren minder vaak geneigd zijn een carrière in de wis- of natuurkunde te kiezen dan goed presterende mannen. Uit het onderzoek van Figlio bleek dat de vrouwen die wél een exacte (school)carrière kiezen, vaker Abigail, Lauren en Ashley heten (minder vrouwelijke namen) dan Isabella, Anna of Elizabeth.

De mogelijke verklaring, aldus Figlio, is dat meisjes met een meer vrouwelijke naam systematisch anders door ouders, leraren en klasgenoten worden behandeld. Van meisjes met vrouwelijke namen zou niet worden verwacht – of zij zouden niet worden aangemoedigd – dat zij een exacte studie kiezen.

Het belangrijkste onderdeel in Figlio’s onderzoek is hoe de mannelijkheid en vrouwelijkheid van de meisjesnamen is bepaald. Figlio heeft de vrouwelijkheid van een naam berekend door die te ontleden op klank. Zijn methode beschrijft hij niet in detail. Op zijn ‘vrouwelijkheidsindex’ scoort Kayla met 1.23 punten het hoogst en Alexis met 0.28 punten het laagst.

En, klopt het?

Er is op de methode van Figlio het een en ander aan te merken. Ten eerste laat hij zijn berekening niet zien. Ook zijn de effecten die gevonden worden erg klein. „Het is een onderzoek op zich om de vrouwelijkheid van namen te bepalen”, zegt Gerrit Bloothooft. Hij is docent en onderzoeker in de naamkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft het onderzoek van Figlio bestudeerd. „Het wordt niet duidelijk hoe lettercombinaties, en de ‘scrabble’-waarde om de zeldzaamheid van een letter te karakteriseren, aan het geslacht van naamdragers wordt gekoppeld. Zolang dat niet helder is, staat het onderzoek wat mij betreft op losse schroeven.”

Bovendien is het onderzoek ruim zes jaar na dato nog steeds niet gepubliceerd. Het zou opgenomen worden in The Journal of Human Resources, maar de eindredacteur van dat blad mist een „key piece of data”, schrijft Figlio zelf. Een persbericht over zijn of haar onderzoek naar buiten brengen kan iedereen, opgenomen worden in een toonaangevend wetenschappelijk blad niet. De wetenschapsredactie van NRC Handelsblad en nrc.next baseert zich bijvoorbeeld nooit op niet-gepubliceerde wetenschappelijke artikelen.

In 2010 liet Uri Simonsohn van de University of Pennsylvania al zien dat veel van dit soort naamonderzoeken met een korrel zout moeten worden genomen. Hij weerlegde acht onderzoeken, die onder andere trachtten te bewijzen dat mensen trouwen met iemand die een soortgelijke achternaam of voornaam heeft en dat mensen graag in straten, steden en staten wonen die overeenkomen met hun naam.

Conclusie

Het aantonen van de mate van vrouwelijkheid van meisjesnamen vormt de basis van het onderzoek naar de keuze van meisjes voor een technische studie. Die basis is onbetrouwbaar omdat de onderzoeker niet geheel duidelijk maakt hoe hij die vrouwelijkheid heeft gemeten. Mede daarom is het onderzoek nooit in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Dat maakt de uitkomsten van dit onderzoek ongeloofwaardig. De bewering dat meisjes met een jongensachtige naam vaker dan meisjes met een typische meisjesnaam kiezen voor een technische studie, beschouwen we dan ook als ongefundeerd.