Het kredietfeest loopt op zijn einde

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maand vanuit een ander land. Vandaag: Indonesië

Vanochtend vroeg was het weer eens raak. Ik stond in mijn nachtpon thee te zetten toen onze mannelijke hulp de keuken binnenliep. „Eh… ik wil een beetje praten.” Met andere woorden: kan ik weer geld lenen?

Dit keer was er opeens urgent geld nodig voor het – alweer – afbouwen van zijn huis op het platteland in Java. Andere keren moest zijn zus worden gered uit acute schuldproblemen, was zijn schoonvader uit de kokosboom gevallen, of moest er elektriciteit worden aangelegd in het huis van de schoonfamilie op het platteland. Een lening voor een satellietschotel – „Ze hebben maar twee zenders!” – ging ons te ver.

Hij leent niet alleen bij ons. Hij is ook wel in zee gegaan met de schimmige loan sharks, die overal op straat advertenties ophangen – ‘Snel geld nodig?’ – en woekerrentes vragen. En hij kreeg gemakkelijk krediet voor een brommer, die hij nog voor die was afbetaald weer verkocht om andere spullen te kunnen kopen.

Indonesiërs lenen zich suf, en dat baart de centrale bank zorgen. Alleen al in de formele sector groeide het consumentenkrediet vorig jaar met zo’n 23 procent. Met een klein inkomen – of een vervalst loonstrookje – en een aanbetaling van 100 euro kun je onmiddellijk een nieuwe brommer van 1.000 euro meenemen. In twee jaar betaal je 1.500 euro af.

Ook de markt voor creditcards is geëxplodeerd. Geholpen door agressieve verkooptechnieken en een publiek dat nog niks gewend is en op elke aanbieding ingaat. Bank Negara Indonesia uit de landelijke top-3 krijgt er jaarlijks 30 procent nieuwe rekeninghouders bij. Als klanten hun maandelijkse betalingen niet volhouden, komt er een vervaarlijke Molukker – die zijn wat groter dan de gemiddelde Javaan – aan de deur.

Ruim 4 procent van de leningen geldt als oninbaar. Banken compenseren dat met rentes waarvan ze niet verplicht zijn aan hun klanten duidelijk te maken hoe torenhoog die zijn: vaak ruim 40 procent per jaar, ongeveer het dubbele van wat westerse creditcardklanten betalen.

Maar binnenkort is het feest voorbij. De centrale bankiers zien het gevaar van een bubbel, en die willen ze vóór zijn. Vanaf juni moeten klanten voor een nieuwe brommer minstens 25 procent aanbetalen, voor een auto wordt dat 30 procent. Hypotheken mogen nog maar 70 procent van de huisprijs bedragen.

Ook de creditcardmarkt wordt aan banden gelegd, vanaf 1 januari volgend jaar. Alleen wie 21 is en minstens 250 euro per maand verdient, kan straks nog een creditcard krijgen. Zo wil de centrale bank voorkomen dat Indonesiërs te veel boven hun stand leven. De maximale rente wordt waarschijnlijk 3 procent per maand, tot ergernis van de banken.

De nieuwe regels zullen effect hebben op de economische groei, die vorig jaar met 6,5 procent het hoogste niveau behaalde in vijftien jaar. Ruim de helft van die groei komt voor rekening van de binnenlandse consumptie. Brommerverkopers zien al aankomen dat hun verkopen dit jaar met een vijfde kelderen, nadat ze vorig jaar een recordaantal van 8,1 miljoen exemplaren konden slijten. Elk jaar schaffen Indonesiërs in de aanloop naar het Suikerfeest massaal brommers en auto’s aan, om de blits te maken bij hun familie op het platteland. Dat zit er dit jaar voor velen niet in.

Maar nu zijn de mogelijkheden nog even onbegrensd. Terwijl ik dit schrijf rinkelt mijn mobieltje: het is Rudi van Bank Internasional Indonesia. Of ik al een Angry Birds creditcard heb? Met deze kaart voor fans van het computerspelletje kan ik altijd mijn tweede drankje gratis krijgen bij donutketen J.Co, legt hij uit.

Rudi kan me niet uitleggen hoeveel de rente bedraagt. „Dat varieert heel erg. Maar de eerste drie maanden is zij 0 procent!” Voor de aanvraag heeft hij alleen een kopie van mijn identiteitskaart en van mijn andere creditcard nodig. Zijn collega’s komen het papierwerk zometeen wel even bij me ophalen.