Door vaccinatie eist mazelen minder levens

Het aantal doden als gevolg van de ziekte mazelen is de afgelopen tien jaar met driekwart gedaald van 535.300 naar 139.300. Dat blijkt uit een onderzoek van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De meeste doden vielen in Afrika en India, waar te weinig kinderen worden ingeënt tegen de ziekte.

Volgens de onderzoekers heeft dat te maken met een aantal grote vaccinatieprogramma’s die tien jaar geleden op gang zijn gekomen. Tussen 2000 en 2010 werden zo de levens gered van 9,6 miljoen kinderen.

De WHO had zich, voordat de inentingsprogramma’s begonnen, ten doel gesteld om het aantal doden door mazelen met 90 procent te verminderen. Daarin is het programma dus niet geslaagd.

Daar komt nog bij dat de onderzoekers slechts konden beschikken over cijfers uit 65 landen. Voor de overige 128 landen werd een schatting gemaakt.

„Toch is dit een groot succes”, neemt Peter Strebel, mazelenexpert bij de WHO en een onderzoekers. Een wereldwijde vaccinatiegraad van 85 procent, zoals nu voor mazelen, is de hoogste die ooit is gemeten.

In Europa is het aantal besmettingen met mazelen de afgelopen jaren toegenomen. Sinds 2007 is het aantal gevallen verdrievoudigd. Volgens artsen komt dit doordat mensen zich niet bewust zijn van de ernst van de ziekte en sceptisch staan tegenover de werking van het vaccin.

In Nederland was de laatste grote uitbraak van mazelen, waarbij 99 mensen besmet raakten, in 2008 onder een antroposofische gemeenschap in Den Haag. In 1999 was in streng protestantse gebieden een grote epidemie. Toen werden ruim drieduizend mensen ziek, drie van hen kwamen om het leven. (AP)